|
|
TITEL X. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen en inwerkingtreding |
|
§ 1. Artikel 20, 5° van de hypotheekwet van 16 december 1851 wordt aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt : « De schadevergoedingen toegekend aan de burgerlijke partij op het voertuig dat gediend heeft voor het plegen van de inbreuk. ».
§ 2. In de wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer over de weg, de spoorweg of de waterweg, gewijzigd bij de wetten van 6 mei 1985, 21 juni 1985 en 28 juli 1987, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in artikel 2, § 2 worden de woorden « als dit vervoermiddel eigendom is van de dader van de overtreding, of van de mededader of van de medeplichtige » geschrapt;
2° in artikel 2, § 3 worden de woorden« als dit vervoermiddel eigendom is van de dader van de overtreding of van de mededader of van de medeplichtige » geschrapt;
3° in artikel 3, § 1, tweede lid, wordt het woord « vijf » vervangen door het woord « vijftien ».
Art. 42.
De wet van 1 augustus 1960 betreffende het vervoer van zaken met motorvoertuigen tegen vergoeding, gewijzigd bij de wetten van 10 oktober 1967 en 18 november 1977, het koninklijk besluit nr. 239 van 31 december 1983 en de wetten van 6 mei 1985, 21 juni 1985 en 21 mei 1991, wordt opgeheven.
Art. 43.
De Koning bepaalt de datum waarop deze wet in werking treedt, met uitzondering van de bepalingen van de artikelen 37, § 1 en 38 die in werking treden op de tiende dag na die waarop deze wet is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 3 mei 1999.
|
|||||
|
|
|