03 MEI 1999. - Wet betreffende het vervoer van zaken over de weg.
 |
TITEL IV. - Controle
|
|
Boetetarieven aangepast volgens KB 27 april 2007
HOOFDSTUK I.
Bevoegde ambtenaren
Art 25
Onverminderd de bepalingen van het tweede lid, stelt de Koning de categorieën van ambtenaren vast die belast zijn [met de opsporing en de vaststelling ven de inbreuken op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.] (gewijzigd Wet 24-03-2003 BS. 08-4-2003)
De ambtenaren die tot een van de in het eerste lid bedoelde categorieën behoren zijn belast met de uitvoering van de artikelen 32 en 33 voor zover zij daartoe individueel zijn gemachtigd door de procureur-generaal bij het hof van beroep van het rechtsgebied waar deze ambtenaren hun standplaats hebben.
De Koning kan de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie verlenen aan bij naam aangewezen ambtenaren die tot één van de in het eerste lid bedoelde categorieën behoren.
HOOFDSTUK II.
Opsporing en vaststelling van de inbreuken
Art. 26.
§ 1.
- De in artikel 25 bedoelde ambtenaren hebben toegang tot alle voertuigen alsook tot de onroerende goederen bestemd voor de beroepswerkzaamheden van de vervoerders, hun opdrachtgevers en ieder die tussenkomt in de uitvoering van een vervoer van zaken waarop de communautaire regeling betreffende het vervoer van zaken over de weg, deze wet en haar uitvoeringsbesluiten van toepassing zijn; [tot de bewoonde lokalen hebben zij evenwel enkel toegang wanneer zij met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie zijn bekleed en wanneer de rechter in de politierechtbank daartoe vooraf toestemming heeft verleend; de bezoeken in de bewoonde lokalen moeten tussen acht en achtien uur en door minstens twee ambtenaren gezamelijk geschieden.] (gewijzigd Wet 24-03-2003 BS. 08-4-2003)
§ 2. Op verzoek van een ambtenaar als bedoeld in artikel 25 :
- moet het origineel van een van de vervoersvergunningen bedoeld in de artikelen 15 en 16 hem worden vertoond op de bedrijfszetel van elke onderneming die een in artikel 3, 1° en 2° bedoelde werkzaamheid uitoefent;
- moet elke bestuurder van een voertuig dat wordt gebruikt om de in artikel 3 bedoelde werkzaamheden te verrichten, hem onmiddellijk tonen :
- naar gelang het geval, een eensluidend verklaard afschrift als bedoeld in artikel 17, 2°, een eensluidend verklaard afschrift van een in artikel 19 bedoelde vervoersvergunning of het origineel van een van de in de artikelen 20 en 21 bedoelde vervoervergunningen; [boete € 50, 900 of 1.800]
- in geval van huur of financieringshuur van het motorvoertuig : [boete € 50, 900 of 1.800]
- b.1. het origineel of een door de gemeenteoverheid eensluidend verklaard afschrift van de overeenkomst inzake huur of financieringshuur van dit motorvoertuig;
- b.2. indien de bestuurder niet zelf de huurder is : het origineel of een door de gemeenteoverheid eensluidend verklaard afschrift van de arbeidsovereenkomst van de bestuurder of een recent loonstrookje;
- indien het voertuig wordt gebruikt om de in artikel 3, 1° bedoelde werkzaamheden te verrichten : de in artikel 23 bedoelde vrachtbrief; [boete € 50]
- het individueel document bedoeld in artikel 11 van het koninklijk besluit van 8 augustus 1980 betreffende het bijhouden van sociale documenten; dit individueel document is slechts vereist indien de bestuurder een van de volgende statuten bezit :
- verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst;
- zonder door een arbeidsovereenkomst verbonden te zijn, arbeid verrichten onder het gezag van een andere persoon;
- zonder arbeid te verrichten onder het gezag van een andere persoon, toch geheel of gedeeltelijk onder toepassing vallen van de wetgeving inzake de sociale zekerheid van de arbeiders;
- moet elke vervoerder, opdrachtgever, verlader, tussenpersoon, verhuurder van een voertuig en onderneming die voertuigen in financieringshuur geeft, hem alle informatie verstrekken, aan zijn oproeping gevolg geven, hem, zonder verplaatsing, zijn boeken en andere beroepsbescheiden overleggen alsook hem kopieën of uittreksels van die boeken en bescheiden laten nemen of ter beschikking stellen; deze handelingen kunnen tevens worden uitgevoerd op de bedrijfszetel van de voornoemde personen.
(§3 tot §7 vervangen Wet 24-03-2003 BS. 08-4-2003)
§ 3. De in artikel 25 bedoelde ambtenaren mogen voor het volbrengen van hun opdracht :
- 1° elke vervoerder, opdrachtgever, verlader en tussenpersoon in het vervoer, alsook elke verhuurder en leasinggever van een voertuig, identificeren en verhoren.
De identiteitscontrole en het verhoor zijn alleen toegestaan bij personen van wie de ambtenaren redelijkerwijze kunnen vermoeden dat zij bovengenoemde werkzaamheden uitoefenen of wier verhoor zij nodig achten voor de uitvoering van hun opdracht; de ondervraging mag alleen betrekking hebben op feiten waarvan de kennisname dienstig is voor de uitvoering van hun opdracht;
-
- 2° zich, zonder verplaatsing, alle boeken, registers, documenten, schijven, banden of andere informatiedragers ter inzage doen voorleggen, alsookuittreksels, afschriften, afdrukken, uitdraaien of kopieën ervan nemen of zich deze gratis laten verstrekken door de in 1°genoemde personen.
De ambtenaren mogen zich alleen de stukken doen overleggen die zij voor hun opsporingen en vaststellingen nodig hebben;
-
- 3° de in 1° genoemde personen oproepen voor een verhoor.
§ 4.
- Onverminderd de bepalingen van het tweede lid, moeten alle diensten van de Staat, de Gemeenschappen en Gewesten, de provincies, de gemeenten, de verenigingen van gemeenten en alle diensten van de openbare instellingen die ervan afhangen, alsook alle private personen, aan de in artikel 25 bedoelde ambtenaren, op hun verzoek, alle inlichtingen geven en hen alle stukken voorleggen of gratis verstrekken in afschrift, met uitzondering van stukken en inlichtingen die beschermd worden door een wettelijk beroepsgeheim en met uitzondering van stukken en inlichtingen betreffende gerechtelijke procedures, welke alleen mogen gegeven worden met toestemming van de procureurgeneraal.
De parketten en de griffies van de hoven en rechtbanken moeten aan de in artikel 25, derde lid , bedoelde ambtenaren, op hun verzoek elk arrest of elk vonnis dat in het kader van hun opdrachten van belang kan zijn, overleggen of gratis in afschrift verstrekken.
§ 5.
- De in artikel 25, derde lid , bedoelde ambtenaren mogen alle in § 3, 2° genoemde zaken tegen ontvangstbewijs in beslag nemen, alsook alle zaken die kunnen dienen voor de vaststelling van de in artikel 42, 3°, van het Strafwetboek bepaalde voordelen, goederen, waarden of inkomsten.
De ambtenaren mogen alleen beslag leggen op hetgeen noodzakelijk is om een inbreuk te bewijzen of om de mededaders of medeplichtigen van de overtreders op te sporen.
§ 6.
- De in artikel 25, derde lid, bedoelde ambtenaren hebben steeds en uitsluitend in het kader van hun opdrachten toegang tot de in het Strafregister opgenomen gegevens zoals bepaald in artikel 593 van het Wetboek van Strafvordering.
De Koning stelt de voorwaarden vast waaronder de in artikel 25, derde lid , bedoelde ambtenaren toegang hebben tot de andere gegevensbanken die hij bepaalt.
§ 7.
- De in artikel 25 bedoelde ambtenaren moeten elkaar bijstaan.
Art. 27.
[Uitgezonderd bij toepassing van de artikelen 32 en 33, [sporen] de ambtenaren bedoeld in artikel 25 de inbreuken [op deze wet en op haar uitvoeringsbesluiten op; ze stellen die inbreuken vast door middel van processen-verbaal die bewijskracht hebben zolang het tegendeel niet is bewezen.] (vervangen Wet 24-03-2003 BS. 08-4-2003)
Afschrift van de processen-verbaal wordt aan de overtreders gezonden binnen vijftien dagen na vaststelling van de inbreuken.
HOOFDSTUK III.
Vervoer van zaken over de weg met een voertuig zonder geldige vervoersvergunning
Art. 28.
§ 1. Ieder die vervoer van zaken over de weg verricht met een voertuig zonder een geldige vervoersvergunning of een gelijkgesteld document, moet op verzoek van een ambtenaar als bedoeld in artikel 25, het bewijs kunnen leveren dat het gaat om :
1° ofwel een vervoer van zaken over de weg waarop deze wet en haar uitvoeringsbesluiten niet van toepassing zijn;
2° ofwel een vervoer van zaken over de weg tegen vergoeding met een voertuig waarvoor, overeenkomstig deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, geen vervoersvergunning vereist is.
§ 2. Elk vervoer van zaken over de weg tegen vergoeding verricht met een voertuig of een sleep waarvan de totale massa in beladen toestand of de afmetingen hoger zijn dan de toegelaten normen, wordt beschouwd als zijnde verricht zonder geldige vervoersvergunning.
Elk vervoer van zaken over de weg verricht voor eigen rekening in dezelfde omstandigheden als bedoeld in het eerste lid, wordt gelijkgesteld met een vervoer verricht zonder geldige vervoersvergunning.
Art. 28 De voorgelegde vervoervergunning is ongeldig wegens overlading of overschrijding van de afmetingen.
De boete wordt gemoduleerd in functie van het percentage van overschrijding van de afmetingen en massa's (van € 60 tot 1.705)
HOOFDSTUK IV.
Uitvoering
Art. 29.
De Koning wijst de overheid aan die belast is met de mededeling aan en de ontvangst vanwege de andere lidstaten van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte van de door de communautaire regeling inzake het vervoer van zaken over de weg voorgeschreven inlichtingen betreffende de door de ondernemingen begane inbreuken.