|
|
|
Ondernemingen gevestigd in België |
Gemeenschappelijke bepalingen voor de vergunningen nationaal vervoer en de vergunningen communautair vervoer
Art 26
§ 1.
De vergunning nationaal vervoer of de vergunning communautair vervoer wordt door de Minister of zijn gemachtigde ingetrokken drie maanden nadat hij aan de betrokken onderneming heeft betekend dat zij niet meer voldoet aan de in titel II, hoofdstuk I bedoelde voorwaarde van betrouwbaarheid.
§ 2.
Onverminderd de bepalingen van artikel 13, §§ 2 en 3, worden de in § 1 bedoelde vervoervergunningen door de Minister of zijn gemachtigde ingetrokken wanneer de betrokken onderneming niet meer voldoet aan de in titel II, hoofdstuk II bedoelde voorwaarde van vakbekwaamheid.
Indien de in lid 1 bedoelde intrekking in het bijzonder voortspruit uit de onvoldoende leiding van de vervoerwerkzaamheden van de onderneming door de persoon die ervoor zijn getuigschrift of zijn bewijs van vakbekwaamheid doet gelden, geschiedt zij drie maanden na betekening van de ongunstige beslissing aan de betrokken onder-neming, onverminderd de bepalingen van § 7.
§ 3.
Onverminderd de bepalingen van artikel 19 worden de in § 1 bedoelde vervoervergunningen door de Minister of zijn gemachtigde ingetrokken of beperkt tot het aantal kopieën waarvoor de borgtocht nog voldoende is, wanneer de betrokken onderneming niet meer voldoet aan de in titel II, hoofdstuk III bedoelde voorwaarde van financiële draagkracht.
§ 4.
§ 5.
De in § 1 bedoelde vervoervergunningen worden onmiddellijk door de Minister of zijn gemachtigde ingetrokken wanneer de onderneming tweemaal in een periode van drie jaar de controle heeft verhinderd van de reglementaire voorschriften bedoeld in artikel 8, § 1, 2° van de wet.
§ 6.
§ 7.
Indien de betrokken onderneming, binnen de dertig dagen na betekening van de ongunstige beslissing als bedoeld in § 2, tweede lid of § 4, per aangetekende brief, beroep aantekent tegen deze beslissing, wordt de in deze paragrafen bedoelde termijn van drie maanden opgeschort totdat de Minister of zijn gemachtigde zijn nieuwe beoordeling aan de betrokken onderneming betekent.
Het beroep waarvan sprake in het eerste lid is datgene voorzien in de artikelen 10,§3 en 18 van de wet.
Wanneer de nieuwe beoordeling gunstig is, wordt de bovenbedoelde beslissing opgeheven.
Wanneer de nieuwe beoordeling ongunstig is, wordt de boven bedoelde beslissing bevestigd en begint de in § 2, tweede lid en § 4 bedoelde termijn van drie maanden opnieuw te lopen de dag waarop deze bevestiging aan de onderneming wordt betekend.
Art 27
§ 1.
Voorafgaand aan elke beslissing tot intrekking van een vergunning nationaal vervoer of van een vergunning communautair vervoer, moet de Minister of zijn gemachtigde de betrokken onderneming de mogelijkheid bieden om haar opmerkingen kenbaar te maken.
§ 2.
Elke beslissing tot intrekking van een vergunning nationaal vervoer of van een vergunning communautair vervoer moet aan de betrokken onderneming worden betekend bij een ter post aangetekende brief.
Art 28
In geval van intrekking van het origineel of van een kopie van een vergunning nationaal vervoer of een vergunning communautair vervoer, moet de onderneming dit origineel of deze kopie onmiddellijk bij een ter post aangetekende zending aan de Minister of zijn gemachtigde terugzenden.
Elke beslissing tot weigering van een vergunning nationaal vervoer of van een vergunning communautair vervoer moet aan de betrokken onderneming worden betekend bij een ter post aangetekende brief.
Art 29
De vergunningen nationaal vervoer en de vergunningen communautair vervoer die het voorwerp van een in artikel 26 bedoelde intrekking zijn geweest, kunnen op zijn vroegst één jaar na de intrekking terug worden afgegeven indien in de loop van de vijf jaar die voorafgaan aan die intrekking, deze vergunningen reeds om een analoge reden werden ingetrokken.