|
|
|
|
||
|
Ondernemingen gevestigd in België |
Gemeenschappelijke bepalingen voor de vergunningen nationaal vervoer en de vergunningen communautair vervoer
Art 23
§ 1.
Geen vergunning nationaal vervoer noch een vergunning communautair vervoer is vereist voor het in België ingeschreven motorvoertuig dat wordt gebruikt in het kader van een internationaal gecombineerd vervoer waarvan het begin- of eindtraject over de weg geheel of gedeeltelijk op Belgisch grondgebied wordt afgelegd, voorzover de betrokken onderneming voldoet aan de door deze regelgeving gestelde voorwaarden om vervoer van zaken tegen vergoeding over de weg te verrichten en voorzover de hierna vermelde bepalingen worden nageleefd :
Deze vermeldingen worden aangebracht voordat het vervoer plaats vindt en worden bevestigd door aanbrenging van de stempel van de spoor- of havenadministratie in de betrokken stations of rivier- of zeehavens, wanneer het gedeelte van het vervoer dat per spoor, over de waterwegen of over zee wordt afgelegd, is beëindigd.
Wanneer een aanhangwagen of oplegger toebehorend aan een onderneming die gecombineerd vervoer van zaken verricht voor eigen rekening, op het begin- of eindtraject wordt gesleept door een motorvoertuig toebehorend aan een onderneming die vervoer van zaken tegen vergoeding verricht, wordt dit vervoer vrijgesteld van de in dit punt 2° bedoelde verplichtingen; het moet echter vergezeld gaan van een ander document waaruit het spoortraject of het over de waterwegen of over zee afgelegde traject blijkt.
§ 2.
Op verzoek van de bevoegde ambtenaren moet de bestuurder die zich beroept op de in § 1 bedoelde vrijstelling van vervoervergunning, het bewijs leveren dat :
Art 24
§ 1. De afgifte van de vergunning nationaal vervoer of van de vergunning communautair vervoer wordt door de Minister of zijn gemachtigde geweigerd wanneer de betrokken onderneming :
1° niet voldoet aan de in titel II, hoofdstuk I, bedoelde voorwaarde van betrouwbaarheid;
2° niet voldoet aan de in titel II, hoofdstuk II, bedoelde voorwaarde van vakbekwaamheid;
3° niet voldoet aan de in titel II, hoofdstuk III, bedoelde voorwaarde van financiële draagkracht, onverminderd de bepalingen van artikel 19.
In dit geval worden de kopieën van de vervoervergunning beperkt tot het aantal waarvoor de borgtocht voldoende is;
4° geen bedrijfszetel heeft in België;
5° sedert meer dan twee maanden een zegelrecht of een krachtens de bepalingen van artikel 33 verschuldigde retributie schuldig blijft voor een van de vervoervergunningen waarvan zij houdster is.
§ 2.
In de gevallen bedoeld in § 1, 1°, 2° en 4°, worden de vervanging en de vernieuwing van de in § 1 bedoelde vervoervergunningen, alsook de afgifte van bijkomende kopieën van deze vergunningen, slechts door de Minister of zijn gemachtigde geweigerd op het ogenblik van de in artikel 26 bedoelde beslissing tot intrekking.
Art 25
§ 1.
Voorafgaand aan elke beslissing van weigering van een vergunning nationaal vervoer of van een vergunning communautair vervoer moet de Minister of zijn gemachtigde de betrokken onderneming in de gelegenheid stellen om haar opmerkingen kenbaar te maken.
§ 2.
Elke beslissing tot weigering van een vergunning nationaal vervoer of van een vergunning communautair vervoer moet aan de betrokken onderneming worden betekend bij een ter post aangetekende brief.