Zakenvervoer

07 MEI 2002. - K.B. betreffende het vervoer van zaken over de weg.

TITEL III. - Vervoervergunningen
HOOFDSTUK III
Ondernemingen gevestigd in België

Gemeenschappelijke bepalingen voor de vergunningen nationaal vervoer en de vergunningen communautair vervoer

Afdeling 1. - Vrijstelling

Art 23

§ 1.

    1. bij het vervoer per spoor moet de verzending geschieden vanaf het geschikte station van inlading dat het dichtst bij de laadplaats van de goederen is gelegen tot aan het geschikte station van uitlading, dat het dichtst bij de losplaats is gelegen.

      Bij het vervoer over de waterwegen of over zee mag het begin- of eindtraject over de weg een afstand van ten hoogste 150 km, hemelsbreed gemeten, vanaf de rivier- of zeehaven van inlading of van uitlading, niet overschrijden; de lengte van het zeetraject moet meer dan 100 km, hemelsbreed gemeten, bedragen;

    2. de vrachtbrief waarvan sprake in artikel 23 van de wet, moet worden aangevuld met opgave van de inschrijving van de gebruikte voertuigen en met opgave van de stations van in- en uitlading voor wat betreft het traject per spoor of met opgave van de rivierhavens van in-en uitlading voor wat betreft het traject over de waterwegen of met opgave van de zeehavens van in- en uitlading voor wat betreft het traject over zee.

§ 2.

Afdeling 2. - Weigering

Art 24

§ 1. De afgifte van de vergunning nationaal vervoer of van de vergunning communautair vervoer wordt door de Minister of zijn gemachtigde geweigerd wanneer de betrokken onderneming :

§ 2.

Art 25

§ 1.

§ 2.