afbhomepage
Zakenvervoer
afbTruck
VERORDENING (EEG) Nr. 881/92 VAN DE RAAD
van 26 maart 1992
betreffende de toegang tot de markt van het goederenvervoer over de weg in de Gemeenschap van of naar het grondgebied van een Lid-Staat of over het grondgebied van een of meer Lid-Staten.

Gewijzigd bij EG verordening 484/2002 - Publicatieblad L76 19/03/2002 (*)

Artikel 1

  1. Deze verordening is van toepassing op het internationale beroepsgoederenvervoer over de weg voor trajecten op het grondgebied van de Gemeenschap.
  2. Voor vervoer vanuit een Lid-Staat naar een derde land en omgekeerd is deze verordening, voor het traject over het grondgebied van de Lid-Staat waar de goederen worden geladen of gelost, van toepassing zodra de noodzakelijke overeenkomst tussen de Gemeenschap en het betrokken derde land is gesloten.
  3. In afwachting van de sluiting van overeenkomsten tussen de Gemeenschap en de betrokken derde landen, laat deze verordening onverlet:

Artikel 2

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

Artikel 3

  1. Het internationale vervoer wordt uitgevoerd onder dekking van een communautaire vergunning in combinatie, indien de bestuurder een onderdaan van een derde land is, met een bestuurdersattest. (* gewijzigd)
  2. De communautaire vergunning wordt door een Lid-Staat, overeenkomstig de artikelen 5 en 7, afgegeven aan alle ondernemers die beroepsgoederenvervoer over de weg verrichten en die:
    • zijn gevestigd in een Lid-Staat, hierna "Lid-Staat van vestiging" te noemen, overeenkomstig de daar geldende wetgeving,
    • in die Lid-Staat, overeenkomstig de voorschriften van de Gemeenschap en van die Lid-Staat inzake de toegang tot het beroep van vervoerondernemer, gemachtigd zijn internationaal vervoer van goederen over de weg te verrichten.
  3. Het bestuurdersattest wordt met inachtneming van artikel 6 door een lidstaat afgegeven aan elke vervoerder die :
    • in het bezit is van een communautaire vergunning,
    • in deze lidstaat op wettige wijze bestuurders die onderdaan zijn van een derde land tewerkstelt dan wel op wettige wijze bestuurders inzet die onderdaan zijn van een derde land en die te zijner beschikking zijn gesteld met inachtneming van de arbeidsvoorwaarden en voorwaarden inzake beroepsopleiding voor bestuurders die in deze lidstaat zijn vastgesteld bij:
      • wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen en eventueel
      • bij collectieve overeenkomsten, volgens de voorschriften die van toepassing zijn in deze lidstaat. (* toegevoegd)

Artikel 4

  1. De in artikel 3 bedoelde communautaire vergunning vervangt, voor zover dat er is, het document dat is afgegeven door de bevoegde instanties van de Lid-Staat van vestiging en waarin wordt verklaard dat de vervoerondernemer is toegelaten tot de markt van het internationale vervoer van goederen over de weg.
    Zij vervangt ook, voor vervoer dat binnen de werkingssfeer van deze verordening valt, enerzijds de communautaire vergunningen en anderzijds de tussen Lid-Staten uitgewisselde bilaterale vergunningen die noodzakelijk zijn tot aan de inwerkingtreding van deze verordening.

  2. Het in artikel 3 bedoelde bestuurdersattest houdt een officiële bevestiging in dat bij vervoer over de weg onder dekking van een communautaire vergunning de bestuurder die onderdaan is van een derde land en die dit vervoer verricht, in de lidstaat van vestiging van de vervoersonderneming tewerk is gesteld in overeenstemming met de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen en eventueel in overeenstemming met de collectieve overeenkomsten, volgens de voorschriften die van toepassing zijn in deze lidstaat, betreffende de arbeidsvoorwaarden en de voorwaarden inzake beroepsopleiding voor bestuurders, om er vervoer over de weg te verrichten. (* toegevoegd)

Artikel 5

  1. De in lid 3 bedoelde communautaire vergunning wordt afgegeven door de bevoegde instanties van de Lid-Staat van vestiging.
  2. De Lid-Staten verstrekken de houder het origineel van de communautaire vergunning, dat door de vervoeronderneming wordt bewaard, alsmede het aantal gewaarmerkte kopieën dat overeenkomt met het aantal voertuigen dat de houder van de communautaire vergunning in volle eigendom of anderszins, metname krachtens een overeenkomst van koop op afbetaling, dan wel een huurovereenkomst of een overeenkomst van leasing, tot zijn beschikking heeft.
  3. De communautaire vergunning moet overeenstemmen met het in bijlage I opgenomen model. In deze bijlage zijn eveneens de voorwaarden voor hetgebruik van de communautaire vergunning vastgesteld.
  4. De communautaire vergunning is op naam van de vervoerder gesteld. Zij mag door deze niet aan derden worden overgedragen. Een gewaarmerkte kopie van de communautaire vergunning moet zich aan boord van het voertuig bevinden en op verzoek van de met de controle belaste beambten worden getoond.
  5. De communautaire vergunning wordt afgegeven voor vijf jaar en kan voor dezelfde duur worden verlengd. (* toegevoegd)

Artikel 6 (* vervangen)

  1. Het in artikel 3 bedoelde bestuurdersattest wordt afgegeven door de bevoegde instanties van de lidstaat waar de vervoersonderneming is gevestigd.

  2. Het bestuurdersattest wordt door de betrokken lidstaat op verzoek van de houder van de communautaire vergunning afgegeven voor iedere bestuurder die onderdaan is van een derde land en die hij wettig tewerkstelt dan wel die hem wettig ter beschikking is gesteld overeenkomstig de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen en eventueel overeenkomstig de collectieve overeenkomsten, volgens de voorschriften die van toepassing zijn in deze lidstaat, betreffende de arbeidsvoorwaarden en de voorwaarden inzake beroepsopleiding voor bestuurders die in deze lidstaat gelden. Elk bestuurdersattest houdt de officiële bevestiging in dat de daarin genoemde bestuurder in dienst is onder de in artikel 4 bedoelde voorwaarden.

  3. Het bestuurdersattest moet overeenstemmen met het in bijlage III opgenomen model; terwijl in deze bijlage eveneens de voorwaarden voor het gebruik van het attest zijn vastgesteld. De lidstaten nemen alle dienstige maatregelen om het risico van vervalsing van bestuurdersattesten tegen te gaan. Zij brengen de Commissie daarvan op de hoogte.

  4. Het bestuurdersattest behoort toe aan de vervoersonderneming, die het ter beschikking stelt van de daarin beschreven bestuurder wanneer deze onder dekking van een aan deze vervoersonderneming afgegeven communautaire vergunning een voertuig bestuurt waarmee vervoer wordt verricht. Een gewaarmerkte kopie van het bestuurdersattest wordt bewaard in de lokalen van de vervoersonderneming. Het bestuurdersattest moet op verzoek van de met de controle belaste beambten worden getoond.

  5. Het bestuurdersattest wordt afgegeven voor een periode die wordt bepaald door de lidstaat die het afgeeft en die maximaal vijf jaar bedraagt. Het bestuurdersattest blijft slechts geldig zolang aan de voorwaarden waaronder het is afgegeven wordt voldaan. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat indien aan deze voorwaarden niet langer wordt voldaan deze attesten door de vervoersonderneming onmiddellijk worden teruggezonden aan de instanties die ze hebben afgegeven.

Artikel 7

  1. Bij de indiening van een aanvraag om een communautaire vergunning en ten hoogste vijf jaar na de afgifte ervan en vervolgens ten minste om de vijf jaar onderzoeken de bevoegde instanties van de Lid-Staat van vestiging of de vervoerder voldoet of nog steeds voldoet aan de in artikel 3, lid 2, bedoelde voorwaarden.

  2. De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van vestiging zien er, door ieder jaar ten minste 20 % van de in deze lidstaat afgegeven geldende attesten regelmatig op toe, te controleren, of nog wordt voldaan aan de in artikel 3, lid 3, bedoelde voorwaarden voor de afgifte van een bestuurdersattest. (* toegevoegd)

Artikel 8 (* vervangen)

  1. Ingeval aan de in artikel 3, lid 2 of lid 3, bedoelde voorwaarden niet is voldaan, weigeren de bevoegde instanties van de lidstaat van vestiging bij een met redenen omkleed besluit de communautaire vergunning respectievelijk het bestuurdersattest af te geven of te verlengen.

  2. De bevoegde instanties trekken de communautaire vergunning respectievelijk het bestuurdersattest in, wanneer de houder:
    • niet meer voldoet aan de in artikel 3, lid 2 of lid 3, bedoelde voorwaarden,
    • onjuiste inlichtingen heeft verstrekt met betrekking tot de gegevens die noodzakelijk waren voor de afgifte van deze vergunning respectievelijk het bestuurdersattest.

  3. Wanneer ernstige inbreuken of kleine en herhaalde inbreuken op de vervoersvoorschriften worden geconstateerd, mogen de bevoegde instanties van de lidstaat van vestiging van de vervoersonderneming die de inbreuk heeft gepleegd, met name de gewaarmerkte kopieën van de communautaire vergunning tijdelijk en/of gedeeltelijk intrekken en mogen zij de bestuurdersattesten intrekken.
    Deze sancties worden vastgesteld afhankelijk van de ernst van de door de houder van een communautaire vergunning gepleegde inbreuk en afhankelijk van het totale aantal gewaarmerkte kopieën van de vergunning waarover hij voor het internationale vervoer beschikt.

  4. Wanneer ernstige inbreuken of kleine en herhaalde inbreuken betreffende enigerlei misbruik van bestuurdersattesten worden geconstateerd, nemen de bevoegde instanties van de lidstaat van vestiging van de vervoersonderneming die dergelijke inbreuken heeft gepleegd passende sancties, en kunnen zij bijvoorbeeld:
    • de afgifte van bestuurdersattesten opschorten,
    • bestuurdersattesten intrekken,
    • de afgifte van bestuurdersattesten aan bijkomende voorwaarden onderwerpen teneinde iedere vorm van misbruik te voorkomen,
    • de gewaarmerkte kopieën van de communautaire vergunning tijdelijk of gedeeltelijk intrekken.
Bij de vaststelling van deze sancties wordt rekening gehouden met de ernst van de door de houder van een communautaire vergunning gepleegde inbreuk.

Artikel 9

  1. De Lid-Staten waarborgen dat de aanvrager of de houder van een communautaire vergunning beroep kan aantekenen tegen het besluit van de bevoegde instanties van de Lid-Staat van vestiging om genoemde vergunning te weigeren of in te trekken.
  2. De lidstaten waarborgen dat de houder van een communautaire vergunning beroep kan aantekenen tegen het besluit van de bevoegde instanties van de lidstaat van vestiging om een bestuurdersattest te weigeren of in te trekken of om de afgifte van bestuurdersattesten aan bijkomende voorwaarden te onderwerpen. (* toegevoegd)

Artikel 10

    Uiterlijk op 31 januari van elk jaar delen de Lid-Staten de Commissie mee hoeveel vervoerders op 31 december van hetvoorafgaande jaar houder waren van een communautaire vergunning en hoeveel gewaarmerkte kopieën, die overeenkomen met de op die datum in het verkeer gebrachte voertuigen, zijn afgegeven.

Artikel 11

  1. De Lid-Staten verlenen elkaar bijstand bij de toepassing van en het toezicht op deze verordening.
  2. Wanneer de bevoegde instanties van een Lid-Staat kennis krijgen van een inbreuk op deze verordening die aan een vervoerondernemer van een andere Lid-Staat toe te schrijven is, geeft de Lid-Staat op wiens grondgebied de inbreuk is vastgesteld, deze door aan de bevoegde instanties van de Lid-Staat van vestiging van de vervoerondernemer en kan hij de bevoegde instanties van de Lid-Staat van vestiging verzoeken overeenkomstig deze verordening sancties op te leggen.
  3. In geval van ernstige inbreuk of van kleinere en herhaalde inbreuken op de voorschriften inzake vervoer onderzoeken de bevoegde instanties van de Lid-Staat van vestiging van de vervoerondernemer hoe zij de in artikel 8, leden 3 en 4, (* gewijsigd) vastgestelde sancties zullen toepassen en stellen zij de bevoegde instanties van de Lid-Staat op wiens grondgebied de inbreuk is geconstateerd, op de hoogte van hun besluit.

Artikel 11 bis (* toegevoegd)

    De Commissie onderzoekt de gevolgen van het feit dat alleen voor bestuurders die onderdaan zijn van een derde land een bestuurdersattest verplicht wordt gesteld en dient, indien daar voldoende redenen voor bestaan, een voorstel tot wijziging van de onderhavige verordening in.

Artikel 12

Worden ingetrokken of vervallen:

Verordening (EEG) nr. 3164/76,

(1) PB nr. L 48 van 22. 2. 1975, blz. 31. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 91/224/EEG (PB nr. L 103 van 23. 4. 1991, blz. 1).
(2) PB nr. 88 van 24. 5. 1965, blz. 1469/65. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 85/505/EEG (PB nr. L 309 van 21. 11. 1985, blz 27).
(3) PB nr. L 18 van 24. 1. 1980, blz. 21.

Artikel 13

De eerste richtlijn van de Raad van 23 juli 1962 wordt als volgt gewijzigd:

  1. de titel wordt vervangen door de volgende tekst: „Eerste richtlijn van de Raad van 23 juli 1962 betreffende de vaststelling van gemeenschappelijke regels voor bepaalde soorten goederenvervoer over de weg”;
  2. artikel 1 wordt vervangen door de volgende tekst: Artikel 1
    1. De Lid-Staten gaan op in de in lid 2 omschreven wijze over tot vrijmaking van het in de bijlage vermelde internationale beroepsgoederenvervoer en eigen vervoer over de weg, dat naar, uit of over hun grondgebied plaatsvindt.
    2. Lege ritten en lege verplaatsingen in verband met het in de bijlage bedoelde vervoer worden vrijgesteld van elke communautaire vergunningenregeling en van alle vervoervergunningen.”;
    3. bijlage II vervalt en bijlage I wordt vervangen door de tekst in bijlage II bij deze verordening. "

Artikel 14

De Lid-Staten stellen de Commissie in kennis van de maatregelen die zij ter uitvoering van deze verordening hebben genomen.

Artikel 15

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 1993.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Bijlage
  1. Communautaire vergunning
  2. Vervoer vrijgesteld van vergunningen
  3. het bestuurdersattest.