Meer info over 10 jaar Verkeerweb.be
Naar starpagina
23 oktober 2009

Consignatie van 110 euro afgeschaft.

De bijkomende consignatie van 110 euro voor buitenlandse verkeersovertreders die hun boete niet betalen is afgeschaft wegens een inbreuk op het Europees verdrag op de schending van het gelijkheidsbeginsel.
Er was immers een verschillende procedure voor buitenlandse en Belgische verkeersovertreders.

Dit consignatiegeld (110 euro) diende als waarborg voor de gerechtskosten

Vanaf 23 oktober 2009 is deze bijkomende som, bovenop het boetebegrag, afgeschaft.

De procedure die nu moet toegepast worden verschilt enkel hierin dat het boetebedrag van de onmiddellijke inning nu beschouwd wordt als het consignatie bedrag.

De verkeersovertreder woonachtig in het buitenland zal wanneer hij/zij niet akkoord is met de overtreding, het voorziene boetebedrag voor die overtreding(en) als consignatie moeten betalen. Hij/zij mag nadien verder rijden
De consignatie procedure wordt opgestart.

Indien men niet kan of wil betalen wordt het voertuig op kosten en risico van de overtreder ingehouden.

Heel deze procdure is vatsgelegd in het KB van 16-03-1968 art. 65 zie hieronder.

§ 3. Indien de overtreder geen woonplaats of vaste verblijfplaats in België heeft en de voorgestelde som niet onmiddellijk betaalt, moet hij aan de in § 1 bedoelde ambtenaren of beambten een som in consignatie geven bestemd om de eventuele geldboete en gerechtskosten te dekken.
Het bedrag van de som die in consignatie moet worden gegeven en de nadere regels inzake heffing, worden door de Koning bepaald.
Het door de overtreder bestuurde voertuig wordt op zijn kosten en risico ingehouden tot deze som betaald is en het bewijs geleverd wordt dat de eventuele bewaringskosten van het voertuig betaald zijn of, indien dit niet gebeurt, gedurende zesennegentig uren te rekenen vanaf de vaststelling van de overtreding. Bij het verstrijken van deze termijn mag de inbeslagneming van het voertuig bevolen worden door het openbaar ministerie.
Een bericht van inbeslagneming wordt binnen de twee werkdagen aan de eigenaar van het voertuig gezonden.
Het risico en de kosten voor het voertuig blijven tijdens de duur van het beslag ten laste van de overtreder.
Het beslag wordt opgeheven nadat het bewijs geleverd werd dat de som die in consignatie moet worden gegeven en de eventuele bewaringskosten van het voertuig betaald werden.

§ 4. Leidt de strafvordering tot veroordeling van de betrokkene :

1° dan wordt de geheven of in consignatie gegeven som toegerekend op de aan de Staat verschuldigde gerechtskosten en op de uitgesproken geldboete; het eventueel overschot wordt terugbetaald;

2° dan wordt, indien het voertuig in beslag genomen werd bij het vonnis bevolen dat de Administratie van de Domeinen het voertuig moet verkopen indien de geldboete en de gerechtskosten niet binnen een termijn van veertig dagen vanaf de uitspraak van het vonnis betaald werd; deze beslissing is uitvoerbaar niettegenstaande elk rechtsmiddel.
De opbrengst van de verkoop wordt toegerekend op de aan de Staat verschuldigde gerechtskosten, op de uitgesproken geldboete en op de eventuele bewaringskosten van het voertuig; het eventueel overschot wordt terugbetaald.

§ 5. In geval van vrijspraak wordt de geheven of in consignatie gegeven som of het in beslag genomen voertuig teruggegeven; de eventuele bewaringskosten van het voertuig vallen ten laste van de Staat.
In geval van voorwaardelijke veroordeling wordt de geheven of in consignatie gegeven som teruggegeven na aftrek van de gerechtskosten; het in beslag genomen voertuig wordt teruggegeven nadat de gerechtskosten betaald zijn en het bewijs geleverd wordt dat de eventuele bewaringskosten van het voertuig betaald zijn.

§ 6. In geval van toepassing van artikel 166 van het Wetboek van Strafvordering wordt de geheven som toegerekend op de door het openbaar ministerie vastgestelde som en wordt het eventuele overschot terugbetaald.

§ 7. De in consignatie gegeven som of het in beslag genomen voertuig worden teruggegeven wanneer het openbaar ministerie beslist geen vervolging in te stellen of wanneer de strafvordering vervallen of verjaard is.

§ 8. De bepalingen van dit artikel gelden niet wanneer de overtreding wordt begaan door een van de personen bedoeld in de artikelen 479 en 483 van het Wetboek van Strafvordering.