Meer info over 10 jaar Verkeerweb.be
Naar starpagina
3 april 2008

Bevoegdheid brandweer in het wegverkeer.

Ministeriële omzendbrief inzake de bevoegdheid van de brandweer tot het regelen van het wegverkeer bij een interventie op de openbare weg.

Op 9 mei 2007 is in het Belgisch Staatsblad het koninklijk besluit verschenen van 27 april 2007 tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 december 1975, houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. Op basis van artikel 1 van dit koninklijk besluit zijn de leden van de openbare brandweerkorpsen voortaan bevoegd om het wegverkeer te regelen.

1. Algemeen :
Bij een ongeval op de openbare weg is het vaak zo dat de brandweerdiensten als eerste ter plaatse zijn. Omwille van hun eigen veiligheid en de veiligheid van de eventuele slachtoffers, dient de brandweer in afwachting van de komst van de politie vaak zelf over te gaan tot de regeling van het wegverkeer. Voor de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 27 april 2007, was de brandweer hiertoe juridisch gezien niet bevoegd. Om aldus deze lacune op te vullen en om problemen inzake de aansprakelijkheid te vermijden, is de brandweer voortaan bevoegd om het wegverkeer te regelen.

Ik wens erop te wijzen dat de bevoegdheid inzake de verkeersregeling niet beperkt is tot het optreden van de brandweer bij een verkeersongeval, maar dat deze bevoegdheid eveneens geldt voor alle interventies van de brandweer, die een effect kunnen hebben op het normale verloop van het wegverkeer.

Alvorens wordt ingegaan op de concrete afbakening van deze nieuwe bevoegdheid van de brandweer, wens ik te beklemtonen dat de regeling van het wegverkeer in de eerste plaats nog steeds een taak blijft van de politie. Slechts in geval de politie niet als eerste ter plaatse is, moet de brandweer de regeling van het wegverkeer verzekeren.
Enkel bij kleine interventies op de openbare weg, waarbij het normale verloop van het wegverkeer niet wordt verstoord en er geen gevaar is voor de veiligheid van de brandweerlieden of van eventuele slachtoffers, kan de leider van de operaties beslissen niet tot de verkeersregeling over te gaan.

2. Draagwijdte van de bevoegdheid

2.1. Inzake de bevoegde personen :

Het koninklijk besluit van 27 april 2007 kent aan alle leden van de brandweerdiensten die op de plaats van een interventie aanwezig zijn, de bevoegdheid toe het wegverkeer te regelen.

Dit betekent dat ook de brandweerlieden - ambulanciers over deze bevoegdheid beschikken, zelfs al is de ambulance als enige ter plaatse.
De ambulanciers en verplegers, die geen lid zijn van de brandweer en werken voor een private ambulancedienst of een MUG – dienst, hebben niet de bevoegdheid om het wegverkeer te regelen.

In dit kader zou ik willen vragen om enkel bij kleine interventies een ambulance alleen ter plaatste te sturen. Voor interventies op autosnelwegen en autowegen met twee of meer rijstroken in elke rijrichting, buiten de bebouwde kom, ware het aangewezen een extra voertuig mee te sturen, bijvoorbeeld een snelle hulp- en interventiewagen.

Het aantal brandweerlieden dat bij een interventie moet worden ingezet voor de regeling van het wegverkeer zal uiteraard afhankelijk zijn van de concrete omstandigheden van de interventie. Deze beslissing wordt dan ook overgelaten aan het oordeel van de leider van de operaties. Wel ware het aangewezen om bij interventies op de autosnelwegen en de autowegen met twee of meer rijstroken in elke rijrichting, buiten de bebouwde kom, minstens twee brandweerlieden te voorzien ter verzekering van de verkeersregeling.

De gemeente dient er zorg voor te dragen dat de brandweer over voldoende materieel en personeel beschikt om de uitoefening van deze bevoegdheid mogelijk te maken.

2.2. Inzake het takenpakket :

De bevoegdheid van de brandweer is beperkt tot de toepassing van artikel 4 van het koninklijk besluit van 1 december 1975. Dit betekent dat de leden van de brandweer kunnen overgaan tot :

- Het geven van bindende bevelen :
De leden van de brandweer mogen bindende bevelen geven aan de weggebruikers maar mogen in geen geval overgaan tot het opstellen van een proces-verbaal noch tot het plaatsen van verkeerstekens. Ingeval een weggebruiker zou weigeren gevolg te geven aan een instructie van de brandweer, dient men dit feit naderhand te melden aan de politie, die van de weigering een proces-verbaal zal opstellen.

- Het laten verplaatsen van stilstaande, geparkeerde of defecte voertuigen :
De brandweer heeft de bevoegdheid om een stilstaand of geparkeerd voertuig te laten verplaatsen, indien dit voertuig de doorgang tot de plaats van de interventie zou verhinderen. Bij weigering of afwezigheid van de bestuurder kan men dit voertuig ook ambtshalve laten verplaatsen.

Evenwel mag de brandweer niet overgaan tot het laten weghalen van de voertuigen, die bij een ongeval betrokken waren. Hiertoe moet de komst van de politie worden afgewacht, die eerst de nodige vaststellingen dient uit voeren alvorens tot het weghalen van het voertuig kan worden overgegaan.

2.3. Beperking in de tijd :

De brandweer is bevoegd het wegverkeer te regelen in afwezigheid van de politie.

Dit betekent dat de brandweer niet alleen de bevoegdheid heeft het wegverkeer te regelen in afwachting van de komst van de politie, maar deze bevoegdheid ook « herwint » indien de politiediensten voor het einde van de interventie de interventieplaats zouden hebben verlaten.

Ik wens te verduidelijken dat de bevoegdheid van de brandweer inzake de verkeersregeling ophoudt zodra de politie op de plaats van de interventie aanwezig is. Ingeval de politie niet met voldoende personeel ter plaatse zou komen, kan een brandweerman enkel worden belast met de regeling van het wegverkeer indien hij daartoe formeel door de politie wordt gevorderd.

2.4. Beperking wat betreft de plaats :

De leider van de operaties dient, afhankelijk van de precieze omstandigheden van het ongeval, over te gaan tot de afbakening van de interventiezone. Zo kan onder meer worden besloten om het verkeer om te leiden of om, bij een interventie op een autosnelweg, het verkeer een vlakbij gelegen afrit te laten nemen.

3. De herkenbaarheid en de signalisatie :

Om als bevoegd persoon te kunnen worden geïdentificeerd, dient de brandweerman die tot de verkeersregeling overgaat interventiekledij te dragen waarop duidelijk en zichtbaar wordt vermeld dat men lid is van de brandweer.
De leider van de operaties dient een zo groot mogelijke zichtbaarheid van zijn manschappen te garanderen. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de concrete omstandigheden van de interventie, zoals de weersomstandigheden en het tijdstip van de interventie (’s nachts of overdag).
Ook wat betreft de signalisatie van de interventie dienen alle nodige maatregelen te worden genomen, rekening houdend met en aangepast aan de aard van de omstandigheden van de interventie.

4. De aansprakelijkheid :

Inzake de aansprakelijkheid is hier de gewone aansprakelijkheidsregeling, zoals opgenomen in de artikelen 15 en volgende van de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming, van toepassing.
Concreet houdt dit in dat een brandweerman, die de verkeersregeling op zich neemt, enkel persoonlijk aansprakelijk zal kunnen worden gesteld voor de schade die ontstaat ten gevolge van een opzettelijke fout, een zware fout of een terugkerende lichte fout.

5. De opleiding :

Verder wens ik te benadrukken dat aan alle brandweerlieden een opleiding zal worden gegeven, waarbij uitgebreid zal worden ingegaan op de te volgen werkwijze inzake de verkeersregeling.
Voor wat betreft de brandweerlieden, die momenteel in dienst zijn, zal een specifieke opleiding worden gegeven. Deze opleiding zal gebeuren in samenwerking met de federale politie. Het zal hier gaan om een opleiding van ongeveer één dag, bestaande uit een theoretisch gedeelte, aangevuld met een uitgebreid aantal praktijkoefeningen. De nadere modaliteiten van hier vermelde opleiding zullen zo snel mogelijk aan de brandweer worden meegedeeld.
Voor wat betreft de toekomstige brandweerlieden zal de bestaande opleiding inzake de regeling van het wegverkeer worden uitgebreid en worden geïntegreerd in de modulaire opleidingen, zoals voorzien in het koninklijk besluit van 8 april 2003 betreffende de opleiding van de leden van de openbare hulpdiensten.
U gelieve deze omzendbrief ter kennis te brengen aan alle betrokken overheden van uw provincie die over een brandweer beschikken.

De Minister van Binnenlandse Zaken, P. DEWAEL