Meer info over 10 jaar Verkeerweb.be
Naar starpagina
vanaf 15 maart 2007

Nieuwe categorie van voertuigen Voortbewegingstoestellen.
Gevolg > wijziging in het verkeersreglement en het rijbewijs

In het verkeersreglement (wegcode) is er een nieuwe categorie van voertuigen toegevoegd namelijk de voortbewegingstoestellen.
Ze worden onderverdeeld in 2 categorieën.

1. Niet-gemotoriseerde : rollerblades of rolschaatsen, skateboards, éénwielers, steps enz. zonder motor. Het zijn voertuigen die door middel van spierkracht worden voortbewogen.
2. Gemotoriseerde : elektrische autopeds, elektrische rolstoelen of rolwagens voor personen met beperkte mobiliteit.
Deze hebben 2 of meer wielen en het motorvermogen mag geen hogere snelheid dan 18 km/u opwekken.

De bedoeling is een juridisch statuut toe te kennen aan deze categorie van langzame voertuigen en afhankelijk van de snelheid waarmee ze zich voortbewegen worden ze gelijkgesteld met een voetganger of een fietser. Het speelt dus geen rol of het voertuig al dan niet voorzien is van een motor.

De gemotoriseerde voortbewegingstoestellen mogen niet sneller dan 18 km/u kunnen rijden.
De niet gemotoriseerde voortbewegingstoestellen zijn niet beperkt in snelheid. Zoals een fiets hangt het van de kracht af die men uitoefend.

Wie sneller dan stapvoets rijdt moet de regels die voor fietsers van toepassing is volgen in het andere geval deze van de voetgangers.

Mini-motos of pocket-bikes zijn (blijven) verboden op de openbare weg.

1. De wijzingen in het verkeersreglement.

De bepaling van rijwiel wordt gewijzigd en aangepast (art. 2).
« 2.15.1. "Rijwiel", elk voertuig met twee of meer wielen, dat wordt voortbewogen door middel van pedalen of van handgrepen door één of meer van de gebruikers en niet met een motor is uitgerust, zoals een fiets, een driewieler of een vierwieler.
De bevestiging van een elektrische hulpmotor met een nominaal continu vermogen van maximaal 0,25 kW, waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en tenslotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/u bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen, brengt geen wijziging in de classificatie als rijwiel.
Het niet bereden rijwiel wordt niet als voertuig beschouwd.
»

« 2.15.2. Een "Voortbewegingstoestel" is :
1° ofwel een « niet-gemotoriseerd voortbewegingstoestel », dit wil zeggen elk voertuig dat niet beantwoordt aan de definitie van rijwiel, dat door de gebruiker of de gebruikers door middel van spierkracht wordt voortbewogen en niet met een motor is uitgerust.

2° ofwel een "gemotoriseerd voortbewegingstoestel", dit wil zeggen elk motorvoertuig met twee of meer wielen dat naar bouw en motorvermogen, op een horizontale weg, niet sneller kan rijden dan 18 km per uur.
Voor de toepassing van dit besluit worden de gemotoriseerde voortbewegingstoestellen niet gelijkgesteld met motorvoertuigen.
Het niet bereden voortbewegingstoestel wordt niet als voertuig beschouwd.
De gebruiker van een voortbewegingstoestel, die niet sneller dan stapvoets rijdt, wordt niet gelijkgesteld met een bestuurder.
»


De bepaling van voetganger wordt gewijzigd :
2.46. « Voetganger », een persoon die zich te voet verplaatst. De personen met een handicap die een voertuig besturen dat zij zelf voortbewegen of dat uitgerust is met een elektrische motor waarmee niet sneller dan stapvoets kan gereden worden, de personen die een kruiwagen, een kinderwagen, een ziekenwagen of enig ander voertuig zonder motor dat geen bredere dan de voor de voetgangers vereiste ruimte nodig heeft, aan de hand leiden en de personen die een fiets of een tweewielige bromfiets aan de hand leiden, worden gelijkgesteld met voetgangers.

Een artikel 7bis, luidende als volgt, wordt ingevoegd :

« 7bis. - Regels van toepassing voor de gebruikers van voortbewegingstoestellen.
De gebruikers van voortbewegingstoestellen volgen de regels van toepassing voor de voetgangers wanneer zij niet sneller dan stapvoets rijden en de regels van toepassing voor de fietsers wanneer zij sneller dan stapvoets rijden.
De regels die de andere weggebruikers moeten naleven ten opzichte van respectievelijk voetgangers en fietsers, gelden eveneens ten opzichte van gebruikers van voortbewegingstoestellen.
» .

Plaats van de bestuurders op de openbare weg, vervallen volgende bepalingen :
[9.7.1. De gebruikers van rolschaatsen en steps die jonger zijn dan 16 jaar moeten het trottoir of de berm gebruiken wanneer deze aanwezig en bruikbaar zijn.

Bij het ontbreken van een trottoir of berm moeten zij het fietspad gebruiken indien dit aanwezig is.

Wanneer geen enkele van deze inrichtingen aanwezig is, is het gebruik van deze toestellen voor hen verboden, behalve in woonerven, erven, wegen voorbehouden voor voetgangers of fietsers, voetgangerszones en speelstraten.

9.7.2. Gebruikers van rolschaatsen en steps vanaf 16 jaar moeten de fietspaden gebruiken wanneer deze aanwezig zijn.
Bij het ontbreken van fietspaden : 
- moeten zij de rechterkant van de rijbaan gebruiken wanneer de snelheid beperkt is tot maximum 30 km/u;
- moeten zij de rechterkant van de rijbaan gebruiken of het trottoir of de berm wanneer de snelheid beperkt is tot maximum 50 km/u.;
- moeten zij op de andere openbare wegen op het trottoir of de berm rijden als deze bruikbaar zijn en wanneer deze ontbreken, buiten de bebouwde kom, aan de rechterkant van de rijbaan; op deze wegen zonder trottoir of berm, binnen de bebouwde kom, is het gebruik van deze toestellen voor hen verboden.
]


Artikel 30.3
Gebruik van de lichten wordt als volgt aangevuld :
« 6° De gebruikers van voortbewegingstoestellen die rijden op de andere delen van de openbare weg dan degene die voorbehouden zijn voor het verkeer van voetgangers :
- vooraan, een wit of geel licht;
- achteraan, een rood licht.

Die lichten mogen in één enkel toestel verenigd zijn, dat links geplaatst of gedragen wordt.


Artikel 42.2.1 Voetgangers wordt als volgt gewijzigd :
« 42.1. De voetgangers moeten de trottoirs, de delen van de openbare weg voor hen voorbehouden door het verkeersbord D9 of D10, of de begaanbare verhoogde bermen volgen en, zo er geen zijn, de begaanbare gelijkgrondse bermen. »

« 42.2.1. De personen die een fiets, een voortbewegingstoestel of een tweewielige bromfiets aan de hand leiden of die voorwerpen vervoeren die veel plaats innemen, moeten de rijbaan volgen zo zij in aanzienlijke mate de andere voetgangers hinderen. »

Artikel 43.3 Fietsers en Bromfietsen wordt als volgt gewijzigd :
Wanneer er een oversteekplaats voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen is, moeten de fietsers en de bestuurders van tweewielige bromfietsen die zich op het fietspad bevinden deze gebruiken. »

Artikel 46.4 Lading van de voertuigen wordt als volgt gewijzigd :
« 46.4. De lading van een voortbewegingstoestel mag niet meer dan 0,50 meter vooraan en achteraan en 0,30 meter aan elke kant overschrijden.
De hoogte van een beladen voortbewegingstoestel mag niet meer dan 2,50 meter overschrijden.
»


Artikel 82.bis Maximum breedte van de voortbewegingstoestellen wordt toegevoegd :
« De maximum breedte van een voortbewegingstoestel is 1 meter. »

2. De wijzingen in de wet op het rijbewijs.

Artikel 1.3° (bepalingen) wordt gewijzigd :
« Worden niet beschouwd als motorvoertuig, rijwielen uitgerust met een elektrische hulpmotor met een nominaal continu vermogen van maximaal 0,25 kW, waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en tenslotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/u bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen. »

« Voor de toepassing van dit besluit worden de gemotoriseerde voortbewegingstoestellen bedoeld in artikel 2.15.2, 2°, van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, niet gelijkgesteld met motorvoertuigen. »