Verkeerstekens en hun plaatsingsvoorwaarden.

Ministerieel Besluit van 11 OKTOBER 1976
waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald.

naar startpagina
startpagina verkeerweb
Inhoudstabel Verkeerstekens
Inhoudstabel plaatsing verkeerstekens
Art. 8. Verkeersborden betreffende de voorrang.

8.1. Verkeersbord B1. Voorrang verlenen.

a) Dit verkeersbord moet links herhaald worden op rijbanen met éénrichtingsverkeer waarvan de breedte het verkeer in meerdere files toelaat.

b) Het verkeersbord B1 mag niet herhaald worden links van een oprit tot een autosnelweg of van enige rijbaan die met de rijbaan waar zij op uitkomt een hoek vormt die zodanig scherp is dat de bestuurder die voorrang geniet, zou kunnen menen dat dit verkeersbord hem betreft.

c) Het is verboden aan dezelfde uitrit op een kruispunt meer dan twee verkeersborden B1 te plaatsen.

4° Verkeersborden B1, of, zo nodig, verkeersborden B5, moeten aan de uitgangen van de woonerven geplaatst worden behalve wanneer het woonerf uitkomt in een zone afgebakend door de verkeersborden F4a en F4b.

Deze verkeersborden moeten niet aangekondigd worden door verkeersborden B3 of B7.

5° De verkeersborden B1 of, zo nodig, verkeersborden B5 moeten aan alle toegangswegen tot de rotondes gesignaleerd door de verkeersborden D5, geplaatst worden.

Deze verkeersborden moeten niet aangekondigd worden door verkeersborden B3 of B7.

8.2. Verkeersbord B3. Verkeersbord dat het verkeersbord B1 aankondigt op de bij benadering aangeduide afstand. :
    1. indien het verkeersbord B1 op een pad of een aardeweg geplaatst is;
    2. indien het verkeersbord B11 gebruikt wordt.
    1. meer dan één verkeersbord B3 rechts te plaatsen;
    2. het verkeersbord B3 links te herhalen indien het verkeersbord B1 zelf links herhaald wordt, behalve op de rijbanen met éénrichtingsverkeer, waarvan de breedte het verkeer in meerdere files toelaat.
8.3. Verkeersbord B5. Stoppen en voorrang verlenen.
  1. Dit verkeersbord moet links herhaald worden op rijbanen met éénrichtingsverkeer waarvan de breedte het verkeer in meerdere files toelaat;
  2. het verkeersbord B5 mag niet geplaatst worden op een oprit tot een autosnelweg;
  3. het verkeersbord B5 mag niet herhaald worden links van een rijbaan die met de rijbaan waar ze op uitkomt een hoek vormt die zodanig scherp is dat de bestuurder die voorrang geniet zou kunnen menen dat dit verkeersbord hem betreft;
  4. het is verboden aan dezelfde uitrit op een kruispunt meer dan twee verkeersborden B5 te plaatsen.
8.4. Verkeersbord B7. Verkeersbord dat het verkeersbord B5 aankondigt op de bij benadering aangeduide afstand.

    1° Dit verkeersbord moet geplaatst worden om ieder verkeersbord B5 aan te kondigen.

    2° Dit verkeersbord moet echter niet geplaatst worden :

    1. in de bebouwde kommen ;
    2. wanneer de rijbaan in de zone van 100m die aan het kruispunt voorafgaat, niet breder is dan 3m.

    3° Dit verkeersbord mag niet geplaatst worden:

    1. indien het verkeersbord B5 op een pad of een aardeweg geplaatst is;
    2. indien het verkeersbord B11 gebruikt wordt.

    4° Het is verboden :

    1. meer dan één verkeersbord B7 rechts te plaatsen;
    2. het verkeersbord B7 links te herhalen indien het verkeersbord B5 zelf links herhaald wordt, behalve op de rijbanen met éénrichtingsverkeer waarvan de breedte het verkeer in meerdere files toelaat.

    5° Het blauwe bord onder de driehoek moet overeenstemmen met het bord van het type Ib van de bijlage 2 tot dit besluit.

8.5. Verkeersbord B9. Voorrangsweg.

    1° Dit verkeersbord wordt geplaatst bij het begin van de voorrangsweg en herhaald na elk kruispunt.

    Indien de plaatsgesteldheid het rechtvaardigt, mag bovendien een identiek verkeersbord geplaatst worden vóór of op het kruispunt.

    2° Dit verkeersbord wordt slechts geplaatst indien terzelfdertijd het verkeersbord B1 of B5 wordt geplaatst op de openbare weg of op de rijbaan die gevolgd wordt door de bestuurders die voorrang moeten verlenen.

    Het verkeersbord B9 wordt evenwel geplaatst zonder dat de verkeersborden B1 of B5 geplaatst worden op de andere weg indien het verkeer daar verboden is in de richting van de voorrangsweg.

    3° Het verkeersbord B9 moet niet geplaatst worden :

    1. indien het verkeersbord B1 of B5 op een pad of een aardeweg geplaatst is;
    2. indien zijn plaatsing, wegens de bijzondere plaatsgesteldheid, de bestuurders kan misleiden omtrent de voorrangsregels aan het volgende kruispunt.
    3. indien het verkeersbord B1 of B5 alleen betrekking heeft op fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen.
    4. Wanneer het verkeersbord B1 of B5 geplaatst is aan de uitgang van een zone afgebakend door de verkeersborden F12a en F12b.

    4° De verkeersborden B9 worden slechts geplaatst op de wegen die ingeschakeld zijn in een lange voorrangsweg.

    Zij mogen niet geplaatst worden op rotondes gesignaleerd door de verkeersborden D5.

    5° Het is verboden verkeersborden B9 te plaatsen op een openbare weg waarop verkeersborden B15 aangebracht zijn.

    6° Wanneer een voorrangsweg onmiddellijk na een kruispunt met voorrang van rechts begint, moet vóór dit kruispunt altijd het verkeersbord B17 geplaatst worden.

8.6. Verkeersbord B11. Einde van voorrangsweg.

    Dit verkeersbord wordt geplaatst bij het naderen van het kruispunt waar de voorrangsweg dit karakter verliest, behalve aan de uitritten van autosnelwegen waar het niet mag geplaatst worden.

    Aan dit kruispunt moet de voorrangsregel die van toepassing is, altijd worden aangekondigd door verkeersborden B1, B5 of B17 volgens het geval.

8.7. Verkeersbord B13. Verkeersbord dat het verkeersbord B11 aankondigt op de bij benadering aangeduide afstand.

    1° Dit verkeersbord moet geplaatst worden :

    1. buiten de bebouwde kommen indien het verkeersbord B11 wegens de plaatsgesteldheid niet waarneembaar is op ongeveer 100m;
    2. bij het naderen van het einde van een autosnelweg;
    3. bij het naderen van het knooppunt van twee autosnelwegen, voor de bestuurders die voorrang moeten verlenen aan hen die op de andere autosnelweg rijden.

    2° Dit verkeersbord moet niet geplaatst worden als het niet kan op ten minste 250m van het kruispunt.

    3° Dit verkeersbord mag niet geplaatst worden:

    1. indien het verkeersbord B11 waarneembaar is op ongeveer 100m;
    2. in de bebouwde kommen.

    4° Het blauwe bord onder dit verkeersbord moet overeenstemmen met het bord van het type Ia van de bijlage 2 tot dit besluit.

8.8. Verkeersbord B15. Voorrang.

    1° Dit verkeersbord wordt geplaatst in de onmiddellijke nabijheid van de plaats waar de bestuurders voorrang genieten.

    2° Dit verkeersbord wordt slechts geplaatst indien terzelfdertijd het verkeersbord B1 of B5 wordt geplaatst op de openbare weg of op de rijbaan die gevolgd wordt door de bestuurders die voorrang moeten verlenen.

    Het verkeersbord B15 wordt evenwel geplaatst zonder dat de verkeersborden B1 of B5 geplaatst worden op de andere weg indien het verkeer daar verboden is in de richting van de weg waarop het verkeersbord B15 is aangebracht.

    3° Het verkeersbord B15 moet niet geplaatst worden :

    1. indien het verkeersbord B1 of B5 op een pad of een aardeweg geplaatst is;
    2. indien zijn plaatsing wegens de bijzondere plaatsgesteldheid de bestuurders kan misleiden omtrent de voorrangsregels aan het volgende kruispunt.
    3. indien het verkeersbord B1 of B5 alleen betrekking heeft op fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen.
    4. wanneer het verkeersbord B1 of B5 geplaatst is aan de uitgang van een zone afgebakend door de verkeersborden F12a en F12b.

    4° Het is verboden verkeersborden B15 te plaatsen op een openbare weg waarop verkeersborden B9 aangebracht zijn.

    5° De verkeersborden B15 mogen niet geplaatst worden op rotondes gesignaleerd door de verkeersborden D5.

8.9. Verkeersbord B17. Kruispunt waar de voorrang van rechts geldt.

    1° Dit verkeersbord wordt geplaatst in de onmiddellijke nabijheid van het kruispunt.

    2° Dit verkeersbord moet geplaatst worden :

    1. wanneer op de weg die uitkomt op een kruispunt waar de voorrang van rechts geldt, vóór het voorgaand kruispunt een verkeersbord B15 is aangebracht;
    2. wanneer op de weg die voorbij het kruispunt verder loopt een verkeersbord B9 is geplaatst, dat het begin van een voorrangsweg aankondigt.
    3. wanneer op de openbare weg die men gaat oprijden éénrichtingsverkeer van toepassing is en het verkeer van fietsers en eventueel van bestuurders van tweewielige bromfietsen klasse A in beide richtingen toegelaten is.
      Het verkeersbord moet aangevuld worden met een onderbord van het model
      M.9. of M.10. bedoeld in artikel 65.2. van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.
    4. wanneer bij het oprijden van een kruispunt fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen een fietspad volgen dat in de twee rijrichtingen moet bereden worden.
    Het moet aangevuld worden met een onderbord van het model M10 bedoeld in artikel 65.2. van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.

    3° Dit verkeersbord moet niet geplaatst worden op het kruispunt met voorrang van rechts dat onmiddellijk volgt op een rotonde gesignaleerd door de verkeersborden D5.


8.10. De verkeersborden B1, B5, B9 en B15 mogen slechts geplaatst worden wanneer wegens de aard en de dichtheid van het verkeer het behoud van de voorrang van rechts de vlotheid van het verkeer zou tegenwerken.


8.11. Wanneer een weg waarop verkeersborden B9 vóór of op het kruispunt of verkeersborden B15 zijn aangebracht, op een kruispunt afbuigt en zijn continuïteit niet duidelijk uitkomt, dan moet zijn tracé op het kruispunt worden aangeduid op een onderbord van het type VIII van bijlage 2 tot dit besluit, dat onder deze verkeersborden geplaatst wordt.

Hetzelfde onderbord wordt geplaatst onder de verkeersborden B1 en B5 op de andere wegen die op het kruispunt uitkomen.


8.12. Verkeersbord B19. Smalle doorgang. Gebod voorrang te verlenen aan de bestuurders die uit de tegenovergestelde richting komen.

    Verkeersbord B21. Smalle doorgang. Voorrang ten opzichte van de bestuurders die uit de tegenovergestelde richting komen.

    B21

    Het verkeersbord B19 mag vóór een smalle doorgang slechts geplaatst worden indien de zichtbaarheid van het ene uiteinde van die doorgang tot het andere volledig is en indien twee auto's er niet kunnen kruisen; terzelfdertijd wordt voor het verkeer dat uit de tegenovergestelde richting komt, het verkeersbord B21 geplaatst.