Verkeerstekens en hun plaatsingsvoorwaarden.

Ministerieel Besluit van 11 OKTOBER 1976
waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald.

naar startpagina
startpagina verkeerweb
Inhoudstabel Verkeerstekens
Inhoudstabel plaatsing verkeerstekens

HOOFDSTUK 1. - Verkeerslichten

Art. 2. Plaatsingsvoorwaarden.

Verkeerslichten andere dan de verkeersknipperlichten voorzien in artikel 64.1.1°, 64.2 en 64.3 van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, mogen slechts geplaatst worden indien het volume van het voertuigenverkeer en (of) van de voetgangers, de soort en het aantal ongevallen, het zicht, de snelheid van de voertuigen, de moeilijkheid die bij het oversteken van de rijbaan wordt ondervonden vanwege het verkeer, de plaatsgesteldheid of de verkeersvoorwaarden, dit rechtvaardigen.

Art. 3. Driekleurige verkeerslichten.

3.1. Algemeenheden.

3.2. Driekleurig stelsel met lichten (artikel 61.1.1°, 2° en 3° van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer).

3.2.bis.

3.3. Driekleurig stelsel met pijlen (artikel 61.1.4° en 5° van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer).

3.4. Lichten bestemd voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen (artikel 61.1.6° van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer).

Art. 3bis. Ontruimingspijl boven een rijstrook.

3bis 1. Dit licht komt voor op een matte zwarte oppervlakte.

3 bis 2. Deze pijl wordt gebruikt om de vermindering aan te kondigen van het aantal rijstroken die in de gevolgde richting mogen gebruikt worden.

Art. 3ter. Bijzondere verkeerslichten voor het regelen van het verkeer van voertuigen van geregelde diensten voor gemeenschappelijk vervoer (artikel 62ter van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer).

De bijzondere verkeerslichten voor het regelen van het verkeer van voertuigen van geregelde diensten voor gemeenschappelijk vervoer komen voor op een matte zwarte cirkelvorrige oppervlakte met een diameter van ten minste 0,18 m, overeenkomstig plaat 5 van bijlage 1 tot dit besluit.

Zij mogen slechts gebruikt worden voor de regeling van het verkeer van voertuigen op een eigen bedding of op een bijzondere overrijdbare bedding bestemd voor geregelde diensten voor gemeenschappelijk vervoer.

Art. 4. Tweekleurige verkeerslichten.

 4.1. Voetgangerslichten.

4.2. Verkeerslichten boven de rijstroken.

Art. 5. Verkeersknipperlichten.

5.1. Het lichtdoorlatend gedeelte van deze lichten heeft de vorm van een cirkel met een diameter van ten minste 0,18 m.

5.2. Het verkeerslicht bepaald in artikel 64.1.3° van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer bevat van boven naar onder :

- een rood licht;
- een vast oranjegeel licht;
- een oranjegeel knipperlicht.