|
Verkeerstekens en hun plaatsingsvoorwaarden.
|
| Art. 9. Verbodsborden. |
9.1. Verkeersbord C1. Verboden richting voor iedere bestuurder. {gewijzigd door het MB van 18-12-2002 (1° en 3°) in voege vanaf 1 juli 2004}
|
1° Met ieder verkeersbord C1 dat bij het begin van een wegvak met verboden richting geplaatst is, moet op het andere uiteinde een verkeersbord F19 overeenkomen, rechts in de rijrichting geplaatst. Het verkeersbord F19 mag evenwel niet geplaatst worden indien het verbod opgelegd door het verkeersbord C1, niet het geheel van de openbare weg betreft. |
Geen enkel verkeersbord wordt geplaatst op het einde van het wegvak of weggedeeelte met verbodden richting behoudens in de in dit reglement bepaalde gevallen.
2° Bij het begin van een verboden richting moet het verkeersbord C1 links herhaald worden op de rijbanen waarvan de breedte het verkeer in meerdere files toelaat; het mag evenwel niet worden herhaald indien het een verbod bevestigt dat voorzien is in het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.3° De volgende opschriften kunnen de betekenis van het verkeersbord C1 beperken.
a) ten gunste van fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen klasse A, door aanvulling met een onderbord van het model M.2. of M.3. bedoeld in artikel 65.2 van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.
Dit onderbord M2 of M3 moet aangebracht worden op de openbare wegen waar de maximale toegestane snelheid lager is dan of gelijk is aan 50 km per uur en de beschikbare rijbaanbreedte ten minste 3 meter is, behalve indien veiligheidsredenen er zich tegen verzetten.
Op de openbare wegen waar de maximale toegestane snelehid hoger is dan 50 km per uur en de beschikbare rijbaanbreedte minder dan 3,5 meter is en op deze waar de maximale toegestane snelheid gelijk is aan of lager dan 50 km per uur en de beschikbare rijbaanbreedte minder dan 3 meter is, mag het onderbord M2 of M3 worden aangebracht, behalve indien veiligheidsredenen er zich tegen verzetten.
In deze gevallen wordt het verkeersbord F19 aangevuld met een onderbord van het model M4 of M5, bedoeld in artikel 65.2 van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer;
b) ten gunste van voertuigen van geregelde openbare diensten voor gemeenschappelijk vervoer, door aanvulling met een onderbord met de vermelding "uitgezonderd bus".
9.2. Verkeersbord C3. Verboden toegang, in beide richtingen, voor ieder bestuurder.
Indien het plaatselijk verkeer toegelaten is, wordt het verkeersbord aangevuld met een onderbord van het type IV van bijlage 2 tot dit besluit met de vermelding "Uitgezonderd plaatselijk verkeer". Dit onderbord mag ook een meer beperkende vermelding dragen, zoals "uitgezonderd landbouwersgebruik", enz.
9.2.bis Verkeersbord C3 met onderbord "speelstraat".
De openbare weg die men als speelstraat wil inrichten moet liggen op een plaats waar de snelheid beperkt is tot 50 km per uur.
Hij moet liggen in een straat of wijk met overheersend woonkarakter, zonder doorgaand verkeer en mag niet bediend worden door een geregelde dienst voor gemeenschappelijk vervoer.
Tijdens de uren dat de openbare weg als speelstraat wordt gesignaleerd mag er speelinfrastructuur geplaatst worden mits de doorgang van toegelaten bestuurders en prioritaire voertuigen niet verhinderd wordt.
De openbare weg die men als speelstraat wil inrichten moet tijdelijk afgesloten worden telkens tijdens dezelfde uren.
Er moeten voldoende hekken geplaatst worden om de speelstraat duidelijk af te bakenen.
Op de hekken wordt een bord C3 en onderbord "speelstraat" vast bevestigd.
De uren tijdens welke de straat als speelstraat is ingericht worden op het onderbord vermeld.
De hekken worden geplaatst onder het toezicht en de verantwoordelijkheid van de wegbeheerder.
9.3. Verkeersborden C5 tot C19.
De silhouetten die voorkomen op de verkeersborden C5, C7, C9, C11, C13, C15, C17 en C19 mogen op eenzelfde verkeersbord gegroepeerd worden. Het aantal gegroepeerde silhouetten mag echter niet groter zijn dan drie. Buiten de bebouwde kommen bedraagt dit aantal ten hoogste twee. Bij gelijktijdig gebruik van de symbolen van de verkeersborden C9 en C11 worden deze op eenzelfde verkeersbord gegroepeerd.






![]()

C5
C7
C9
C11
C13
C15
C17
C19
9.4. Verkeersborden C21 tot C29.
Indien er geen omlegging is op de plaats waar een van de verkeersborden C21, C23, C25, C27 en C29 de toegang verbiedt voor de betrokken voertuigen, dan moet een gelijkaardig verkeersbord aangevuld met een onderbord van het type Ia van bijlage 2 tot dit besluit, waarop de afstand is aangeduid waarop het verbodsbord zich bevindt, geplaatst worden op de plaats waar een omlegging mogelijk is. Een onderbord van het type VIIa van bijlage 2 tot dit besluit, aangebracht onder het verkeersbord C23 beperkt het verbod tot de bestuurders van voertuigen waarvan het gewicht in beladen toestand hoger is dan het aangeduide. Alleen de doorgangen waarvan de vrije hoogte minder is dan 4,30 m moeten gesignaleerd worden met het verkeersbord C29. De te vermelden hoogte is de vrije hoogte verminderd met 0,30 m. Voor de doorgangen waarvan de vrije hoogte minder is dan 2,50 m, is de te vermelden hoogte evenwel de vrije hoogte verminderd met 0,15 m. Wanneer de vrije hoogte verschilt over de lengte van de doorgang of over de breedte van de rijbaan, moet de laagste vrije hoogte in aanmerking genomen worden. Dit is eveneens het geval wanneer de hoogte verschilt boven de verschillende rijstroken. In dit geval moeten de verkeersborden F89 en F91 gebruikt worden. Desnoods kan de aldus gereglementeerde doorgang schematisch weergegeven worden bij de toegang tot de doorgang, door middel van de borden voorzien in bijlage 8 bij dit besluit.".

![]()
![]()
![]()

C21
C23
C25
C27
C29
9.5. Verkeersbord C31. Verbod aan het volgend kruispunt af te slaan in de richting door de pijl aangegeven.
9.6. Verkeersbord C33. Vanaf het verkeersbord tot het volgend kruispunt, verbod te keren.
Dit verkeersbord mag niet gebruikt worden om aan te duiden dat een rijbaan éénrichtingsverkeer heeft.
9.7. Verkeersborden C35 en C39.
![]()

Op een rijbaan met éénrichtingsverkeer moet het verkeersbord dat op het eerste gereglementeerd weggedeelte staat links herhaald worden.
C35
C39
9.8. Verkeersborden C37 en C41.
Het verkeersbord wordt slechts geplaatst indien het einde van het verbod niet samenvalt met een kruispunt. Het mag vervangen worden door het verkeersbord C46.
9.9. Verkeersbord C43. Vanaf het verkeersbord tot het volgend kruispunt, verbod te rijden met een grotere snelheid dan deze die is aangeduid.
|
1°
2° In de bebouwde kommen die afgebakend zijn door verkeersborden F1 en F3 mogen geen verkeersborden C43 met snelheidsbeperking tot 50 km/u, worden geplaatst of behouden. Er moet evenwel een verkeersbord C43 met snelheidsbeperking tot 50 km/u, aangevuld door het onderbord van het type VI van bijlage 2 tot dit besluit, met de vermelding "Herhaling" worden geplaatst op het einde van het weggedeelte waarop een snelheid van meer dan [50] km/u werd toegelaten. Het wordt links herhaald op de rijbanen met éénrichtingsverkeer. Verkeersborden C43 met op een onderbord de vermelding "Herhaling" mogen gebruikt worden indien de bijzondere plaatsgesteldheid het rechtvaardigt. 3° Wanneer een snelheidsbeperking wordt opgelegd buiten een bebouwde kom, moet het eerste verkeersbord C43 aangekondigd worden door een gelijkaardig verkeersbord aangevuld met een onderbord van het type Ia van bijlage 2 tot dit besluit, indien het verschil tussen de maximale toegelaten snelheid en de opgelegde snelheidsbeperking meer dan 20 km per uur bedraagt. 4° Op openbare wegen waar de snelheid beperkt is overeenkomstig artikel 11.2.2° a) van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer mogen alleen verkeersborden C43 met de vermelding 90 km/u gebruikt worden met een onderbord met de vermelding "Herhaling". Deze verkeersborden mogen alleen worden gebruikt indien de bijzondere plaatsgesteldheid het rechtvaardigt. (5° Wanneer het verkeersbord C43 met de vermelding 30 (km) bij het bord F1 is gevoegd : |
9.10. Verkeersbord C45. Einde van de snelheidsbeperking opgelegd door het verkeersbord C43.
Dit verkeersbord wordt slechts geplaatst indien het einde van het verbod niet samenvalt met een kruispunt. Het mag vervangen worden door het verkeersbord C46.
9.11. Verkeersbord C46. Einde van alle plaatselijke verbodsbepalingen opgelegd aan de voertuigen in beweging.
Dit verkeersbord mag slechts gebruikt worden om een einde te maken aan de verbodsbepalingen voorgeschreven door de verkeersborden C33, C35, C39 en C43 en uitsluitend wanneer het einde van het verbod niet samenvalt met een kruispunt of een toegang tot een autosnelweg.
9.12. Verkeersbord C48.
Vanaf het verkeersbord tot het volgend kruispunt, verbod de cruise control of kruissnelheidsregelaar te gebruiken.
Een onderbord van het type VII van bijlage 2 bij dit besluit, aangebracht onder het verkeersbord C48 beperkt het verbod tot de bestuurders van voertuigen waarvan de maximale toegelaten massa hoger is dan de aangeduide.
![]()
![]()
This site is created by
Stefaan Van Hoeck
![]()