Verkeerstekens en hun plaatsingsvoorwaarden.
Ministerieel Besluit van 11 OKTOBER 1976
waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald.
naar startpagina
startpagina verkeerweb
Inhoudstabel Verkeerstekens
Inhoudstabel plaatsing verkeerstekens
Art. 11. Verkeersborden betreffende het stilstaan en parkeren.
11.1. Verkeersbord E1. Parkeerverbod.

E1
  1. In beginsel moet het verbod dat door deze verkeersborden wordt opgelegd blijvend zijn.
    Uitzonderlijk mag een onderbord van het type V van bijlage 2 tot dit besluit aanduiden:
    1. hetzij de uren waartussen het verbod geldt; vb. "van 7 tot 19 u.";
    2. hetzij de dagen tijdens dewelke het verbod geldt; vb. "van maandag tot vrijdag";
    3. hetzij de uren waartussen het verbod geldt op sommige dagen; vb. "van 7 tot 19u van maandag tot vrijdag".
  2. Om het parkeren altijd en het stilstaan slechts tussen bepaalde uren te verbieden, zal gebruik gemaakt worden van het verkeersbord E3, aangevuld met een onderbord van het type V van bijlage 2 tot dit besluit, met de vermelding : "Parkeren altijd verboden. Stilstaan verboden van ... tot ... u.".
  3. Indien een verbod slechts bij gelegenheid moet gelden, ondermeer wanneer openbare markt gehouden wordt, dan worden wegneembare of opklapbare verkeersborden gebruikt of ook verkeersborden E9.
  4. De verkeersborden E1 en E3 mogen niet gebruikt worden om een verbod te bevestigen dat vermeld is in de artikelen 24 en 25 van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.

11.2. Verkeersbord E5. Parkeerverbod vanaf de 1e tot de 15e van de maand.


E5


E7
  1. Deze verkeersborden mogen slechts aangevuld worden met een onderbord van het type VIIb van bijlage 2 tot dit besluit waarop het symbool van de parkeerschijf voorkomt.
  2. Langs rijbanen omgeven door bebouwing moeten de verkeersborden E5 geplaatst worden aan de kant van de gebouwen met pare nummers en de verkeersborden E7 aan de kant van de gebouwen met onpare nummers.

11.3. Verkeersborden E9a tot E9h.

E9a E9b E9c E9d E9e E9f E9g E9h
  1. Deze verkeersborden hebben als minimumafmetingen 0,40 m x 0,60 m.
  2. De plaatsing van verkeersborden E9a of E9b, die het parkeren toelaten op een rijbaan verdeeld in rijstroken, zoals voorzien in artikel 25.1.9° van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, is slechts uitzonderlijk en alleen in de bebouwde kommen toegelaten.
    In dat geval moeten die verkeersborden worden aangevuld met een onderbord dat de uren aanduidt waartussen het parkeren toege-laten is. Vb. "van 9 tot 11u". (type V van bijlage 2 tot dit besluit).
  3. Een opschrift op een onderbord mag aanduiden :
    1. hetzij de maximumduur gedurende dewelke het parkeren toegelaten is. Vb. "30 min." (type VIIc van bijlage 2 tot dit besluit).
      Indien de toegelaten parkeertijd meer bedraagt dan 30 minuten moet evenwel het gebruik van de parkeerschijf worden opgelegd : op het onderbord van het type type VIIb van bijlage 2 tot dit besluit moet de afbeelding van die schijf voorkomen;
    2. hetzij de uren waartussen het parkeren toegelaten is. Vb. "van 9 tot 11u" (type V van bijlage 2 tot dit besluit) ;
    3. hetzij de dagen en de uren gedurende dewelke het parkeren niet is toegelaten op voorwaarde dat die verkeersborden aangebracht zijn op een plaats waar de toelating tot parkeren opgeschort wordt omwille van een periodieke plaatselijke aktiviteit, ondermeer van een wekelijkse markt. Vb. "uitgezonderd maandag van 7 tot 13u" (type V van bijlage 2 tot dit besluit);
    4. hetzij de categorie van voertuigen voor dewelke het parkeren is voorbehouden. Vb. "Taxi's" (type VIId van bijlage 2 tot dit besluit).
    5. hetzij het voorbehouden van een plaats waar fietsen en tweewielige bromfietsen mogen opgesteld worden.
      In dit geval wordt het verkeersbord aangevuld met een onderbord van het model
      M.1. of M.8. bedoeld in artikel 65.2. van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.
  4. Op de plaatsen waar markeringen op de grond parkeerzones of parkeerplaatsen afbakenen is het gebruik van de verkeersborden E9a, E9e of E9f niet verplicht.

11.4. Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de verkeersborden E1 tot E9h.

11.4.1.
  1. De staanders of steunen en zoveel mogelijk, de achterkant van deze verkeersborden hebben een oranje kleur.
  2. Deze verkeersborden hebben slechts één front.
  3. Langs de rijbanen met verkeer in beide richtingen mogen deze verkeersborden slechts gericht worden naar de bestuurders die rijden aan de kant waar ze zijn geplaatst.
  4. Het is verboden op dezelfde plaats van elkaar verschillende verkeersborden van het type E1 tot E9g te plaatsen, ondermeer door ze op dezelfde steun naast elkaar of boven elkaar te plaatsen.
    Uitzonderlijk en voor zover de dwingende noodzaak ervan wordt aangetoond kan het naast elkaar plaatsen van de verkeersborden E1 tot E7 evenwel toegelaten worden.
11.4.3.

11.5. Verkeersbord E11. Halfmaandelijks parkeren in gans de bebouwde kom.

E11
11.5.3. Om het parkeren aan weerskanten van een rijbaan toe te laten, moet men :
11.5.5. Op de rijbaan waar het halfmaandelijks beurtelings parkeren verplicht is, mag geen enkele andere aanvullende reglementering van het stilstaan of parkeren zijn dan :

11.6. Stilstaan en parkeren mag niet toegestaan worden op de verhoogde inrichtingen op de openbare weg, als genoemd in artikel 22ter 1.3° van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, als die inrichtingen in totaal minder dan 10 m lang zijn.


11.6.bis - Geschrapt.


11.7. Betalend parkeren.

  1. Aangezien de parkeermeters en parkeerautomaten gelijkstaan met verkeersborden en zij uit zichzelf bindend zijn, moet, waar zij worden aangebracht, geen enkel verkeersbord betreffende het parkeren geplaatst worden. Wanner het gaat om toestellen die het parkeren op een geheel van parkeerplaatsen regelen, dienen deze parkeerplaatsen gesignaleerd te worden door een van de verkeersborden E9a tot E9h aangevuld met het onderbord met de vermelding "ticket" overeenkomstig het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, behalve wanneer deze parkeerplaatsen gelegen zijn in een zone die aangeduid wordt met een van de zoneborden E9a tot E9h aangevuld met het opschrift "Betalend". De toestellen die het parkeren op een geheel van parkeerplaatsen regelen, dienen zodanig opgesteld of gesignaleerd te worden dat zij goed zichtbaar en gemakkelijk bereikbaar zijn.
    Op de toestellen moet de geldende reglementering aangeduid worden.
    Zij moeten in ieder geval een gemakkelijke controle mogelijk maken.
  2. Wanneer gebruik moet gemaakt worden van een betaalparkeerkaart worden de verkeersborden van het type E5 en E7 of E9a tot E9h aangevuld door een onderbord met de vermelding "betalend" overeenkomstig het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.
    De vermelding "betalend" mag aangevuld worden met een bijkomende vermelding om aan te duiden :


Inhoudstabel Verkeerstekens
Inhoudstabel plaatsing verkeerstekens