Verkeerstekens en hun plaatsingsvoorwaarden.

Inhoudstabel VerkeerstekensMinisterieel Besluit van 11 OKTOBER 1976
waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald.

(Belgisch Staatsblad van 14 oktober 1976).

Gewijzigd bij :
- M.B. van 8 december 1977.- B.S. van 14 december 1977;
- M.B. van 23 juni 1978.- B.S. van 28 juni 1978;
- M.B. van 14 december 1979.- B.S. van 19 december 1979;
- M.B. van 25 november 1980.- B.S. van 5 december 1980;
- M.B. van 11 april 1983.- B.S. van 20 april 1983;
- M.B. van 1 juni 1984.- B.S. van 28 juni 1984;
- M.B. van 17 september 1988.- B.S. van 25 oktober 1988;
- M.B. van 20 juli 1990.- B.S. van 25 september 1990;
- M.B. van 1 februari 1991.- B.S. van 14 maart 1991;
- M.B. van 11 maart 1991.- B.S. van 15 maart 1991;
- M.B. van 27 juni 1991.- B.S. van 29 juni 1991;
- M.B. van 19 december 1991.- B.S. van 31 december 1991 ;
- M.B. van 11 maart 1997.- B.S. van 18 maart 1997 ;
- M.B. van 16 juli 1997.- B.S. van 31 juli 1997;
- M.B. van 9 oktober 1998 - B.S. van 28 oktober 1998;
- M.B. van 17 oktober 2001 - B.S. 15 november 2001;
- M.B. van 14 mei 2002 - B.S. van 31-05-2002.
- M.B. van 26 april 2004 - B.S. van 30-04-2004
- M.B. van 26 april 2006 - B.S. van 18-05-2006
- M.B. van 19 juni 2006 - B.S. van 28-06-2006

De Minister van Verkeerswezen,

Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968;

Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, inzonderheid op artikel 60.2.;

Overwegende dat de verkeersveiligheid de eenvormigheid en de harmonisering vereist van de plaatsing der verkeerstekens;

Overwegende dat de overvloed aan of de nodeloze herhaling van verkeersborden leidt tot hun ontwaarding en de aandacht van de bestuurders versnippert en afzwakt;

Overwegende dat, om doeltreffend te zijn, de signalisatie eenvoudig moet zijn en alleen dan mag worden geplaatst wanneer het nodig is;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid,

De Minister van Mobiliteit, (staatsblad van 30-04-2004 MB. van 26 april 2004)

Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, inzonderheid op artikel 1, gewijzigd bij de wetten van 21 juni 1985 en 20 juli 1991;
Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975, houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, inzonderheid op artikel 60.2.;
Gelet op het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 8 december 1977, 23 juni 1978, 14 december 1979, 25 november 1980, 11 april 1983, 1 juni 1984, 17 september 1988, 20 juli 1990, 1 februari 1991, 11 maart 1991, 27 juni 1991, 19 december 1991, 11 maart 1997, 16 juli 1997, 9 oktober 1998, 17 oktober 2001, 14 mei 2002, 21 oktober 2002, 18 december 2002 en 23 november 2003;
Gelet op de omstandigheid dat de Gewestregeringen bij het ontwerpen van dit besluit betrokken zijn;
Gelet op de hoogdringendheid die wordt gerechtvaardigd door de noodzaak om de verkeersveiligheidsdoelstellingen van de wetgever en de Regering ten uitvoer te leggen, wordt aan de Raad van State een advies binnen vijf dagen gevraagd.
De hoogdringendheid wordt ook gerechtvaardigd door de wil van de regering om het aantal doden en gewonden op onze wegen drastisch te verminderen. In vergelijking met andere Europese landen vertoont België immers een van de slechtste scores inzake verkeersveiligheidsindicatoren, en dit inzonderheid in termen van mortaliteit. Er moet snel worden opgetreden om de doelstellingen te halen die de Regering zichzelf heeft opgelegd in het kader van de Staten-Generaal voor de Verkeersveiligheid en om zich zo snel mogelijk aan te passen aan de modellanden op dit gebied. Ter herinnering : België heeft zich ertoe verbonden het aantal doden en gewonden op zijn wegen tegen 2006 met 33 % te verminderen.
Het voornaamste middel om deze doelstelling te bereiken is het beïnvloeden van het gedrag van de bestuurders. Dus blijft de regering een reeks maatregelen doorvoeren om dit middel ten uitvoer te brengen. Er werd namelijk besloten op de Ministerraad van 20 en 21 maart 2004 om de automobilisten in schoolomgevingen en op plaatsen drukbezocht door vakantiegangers, te sensibiliseren. De schoolomgevingen zullen eveneens een betere veiligheid genieten door er een zone 30 in te richten.
De regering acht het noodzakelijk om de zones 30 te veralgemenen in schoolomgevingen. Daartoe moeten de wegbeheerders zones 30 oprichten rond iedere school voor het begin van het schooljaar 2005.
De Regering wenst de wegbeheerders in staat te stellen om te beschikken over alle noodzakelijke middelen om hun acties beter te kunnen uitvoeren in functie van de omstandigheden. Zo zullen ze in functie van de seizoenen de snelheid kunnen aanpassen in zones die dichtbevolkt zijn met vakantiegangers. De mobiliteits- en verkeersveiligheidsproblemen die optreden bij wegenwerken zullen kunnen vermeden worden door het verbod op het gebruik van de cruise control (of kruissnelheidsregelaar) of door de mogelijkheid te bieden aan de voertuigen die zich verplaatsen van thuis naar het werk om speciale verkeersstroken te gebruiken.
De hoogdringendheid rechtvaardigt zich eveneens door de noodzakelijkheid voor de volgende gewestelijke regeringen om hun beleid op vlak van wegbeheer voor te bereiden.
Gelet op het advies 36.952/4 van de Raad van State, gegeven op 19 april 2004 met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State,

B E S L U I T :

Art. 1. Algemene bepalingen..

1.1. Alleen de verkeerstekens bepaald in het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer mogen gebruikt worden om de weggebruikers de aanwijzingen te geven waarop zij betrekking hebben.

Het is verboden verkeerstekens voor andere doeleinden te gebruiken.

1.2. Op verkeerstekens noch op hun steunen mag een vermelding voorkomen of aangebracht worden die met het doel daarvan niets te maken heeft.

De aanwijzingsborden F43 en F57 mogen evenwel de naam vermelden van de schenker, op voorwaarde dat die vermelding niet meer dan een zesde van de oppervlakte van het bord beslaat.

1.3. De verkeerslichten en de verkeersborden moeten zodanig worden geplaatst dat zij de weggebruikers zo weinig mogelijk hinderen.

Commentaar art. 1.3 ( = toelichting ministerieel rondschrijven van 14-11-1977)

Onder meer wordt voorgeschreven, erover te waken dat de verkeerslichten en de verkeersborden zodanig geplaatst worden dat ze de weggebruikers zo weinig mogelijk hinderen.
Dat komt vooral op kruispunten waar slecht aangebrachte of onnodig herhaalde verkeerstekens een scherm vormen, en het zicht belemmeren. De weinig oordeelkundige plaatsing van sommige borden op de trottoirs hindert ten andere de doorgang van de voetgangers.
Zulke toestanden moeten verholpen worden. In ieder geval wordt aanbevolen dat in bebouwde kommen de onderrand van de verkeersborden zich zoveel mogelijk ten minste 2 meter en op ten hoogste 2,5 meter boven de grond zou bevinden.
Deze minimum hoogte van 2 meter vermijdt eveneens dat stilstaan- en parkeermogelijkheden verloren gaan (art. 29.9° en 10° van het verkeersreglement.

Inhoudstabel Verkeerstekens