|
Verkeerstekens en hun plaatsingsvoorwaarden.
|
| Art. 12. Aanwijzingsborden. |
12.8. Verkeersborden F25 en F27. Voorwegwijzers.
De weg die aan het kruispunt voorrang heeft wordt op dit verkeersbord door een bredere streep voorgesteld. b) Het wegnummer of de wegnummers worden ingeschreven in de overeenstemmende pijl.
3° De verkeersborden F25 en F27 geven geen enkele aanduiding van de afstand in km. 4°. De letterhoogte voor de naam van de bestemmingen bedraagt ten minste : 5° Deze verkeersborden worden geplaatst op een afstand van ongeveer : 6°. [Wanneer de organisatie van het verkeer het rechtvaardigt, mogen deze borden aangevuld worden met de aanduidingen voorzien bij het verkeersbord F33a tot F35. In dit geval worden de kleuren gebruikt die voorzien zijn voor de categorie van het betrokken verkeersbord. De bepalingen van artikel 12.8.4° inzake hoogte van de letters en symbolen, zijn van toepassing.

F25

F27
a) Het verkeersbord F25 duidt in schemavorm de verschillende richtingen van de wegen aan zonder bijkomstige details, zoals verkeersgeleiders, bermen, enz.
Indien de weg een ring is, wordt het R-nummer niet vermeld maar worden de wegnummers naast de overeenstemmende bestemmingen vermeld.
a) De oppervlakte van het verkeersbord F27 wordt verdeeld in meerdere gedeelten waarvan de opeenvolging van boven naar beneden in beginsel als volgt is :
[ Voor elke richting is het aantal opschriften beperkt tot drie; deze opschriften volgen elkaar op van boven naar beneden, in dalende orde van afstand, waarbij eveneens rekening gehouden wordt met de bestemmingen die niet op de gevolgde weg zelf liggen maar via deze weg kunnen bereikt worden.] <MB 2001-10-17/33, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Een recreatie -of pretpark, een merkwaardig landschap of een geheel van voorzieningen van toeristische aard gelegen in een uitgestrekt gebied, mogen slechts aangeduid worden voor zover het aantal bezoekers meer dan 75 000 per jaar bedraagt of dat zij erkend zijn door de gewestregeringen als site van grote omvang of belang.] <MB 2001-10-17/33, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
12.9.1. Verkeersborden F29, F31, F33a F33b en F33c. Wegwijzers.
1° De plaatsing van deze verkeersborden mag het zicht van de gebruikers op de openbare weg zo weinig mogelijk belemmeren.
![]()
F33a
![]()
F33c
3° Deze verkeersborden worden samengebracht per richting. Voor elke richting mogen er niet meer dan vijf zijn. In principe worden de verkeersborden per richting naast elkaar geplaatst; het is bovendien verboden meer dan vijf verkeersborden boven elkaar te plaatsen, wanneer zij verschillende richtingen aangeven.
Wanneer slechts één bestemming kan bereikt worden in een richting en al de andere bestemmingen in de andere richting, wordt in dit geval de voorkeur gegeven aan de vermelding "andere richtingen".
4° Indien al de richtingen, daarin inbegrepen, in voorkomend geval, de richtingen die naar een autosnelweg voeren, kunnen bereikt worden langs dezelfde weg, dan wordt slechts één aanwijzingsbord geplaatst met de woorden "alle richtingen". Dit bord is van het type F29.
5° In principe worden de borden van boven naar beneden in de volgende volgorde geplaatst :
F31, F29, F33a, F33b en F33c en per type bord, in dalende orde van de afstand.
Tussen de aanduiding van de bestemming en de pijlpunt mag de afstand in km worden aangeduid. De frakties van km worden niet vermeld.
6° Indien de betrokken weg één of meerdere nummers heeft, mogen de verkeersborden F23a, F23b, F23c of F23d geplaatst worden boven het centraal gedeelte van de groep wegwijzers.
Indien de weg een ring is, worden de andere wegnummers op elk van de wegwijzers F29 geplaatst op de tegenovergestelde kant van de pijlpunt. In dit geval wordt op de wegwijzers F29 geen kilometeraanduiding gegeven.
7° Langs een reisweg die toelaat een autosnelweg te volgen in al de richtingen waarheen hij voert, mogen op de verkeersborden F31, in plaats van plaatsnamen, het nummer of de nummers van de autosnelweg voorkomen. In dit geval wordt geen enkele aanduiding van de afstand in km gegeven.
8° Op de verkeersborden F29 worden de aanduidingen gegeven in het wit op een blauwe achtergrond.
9° Op de verkeersborden F31 worden de aanduidingen gegeven in het wit op een groene achtergrond. Deze borden worden gebruikt indien de bestemming bereikt wordt langs een autosnelweg. Indien evenwel een bestemming kan bereikt worden langs twee verschillende reiswegen waarvan de ene geen autosnelwegen volgt, terwijl de andere er wel een volgt, dan wordt de bestemming aangegeven in het wit op een blauwe achtergrond voor het gedeelte dat deze twee reiswegen gemeenschappelijk hebben.
11° Op de verkeersborden F33a, F33b en F33c worden de symbolen geplaatst aan de tegenovergestelde zijde van de pijlpunt.
12° Op de verkeersborden F33b worden de aanduidingen en de symbolen gegeven in het blauw op een witte achtergrond.Deze verkeersborden worden gebruikt voor de aanduiding op afstand van belangrijke toeristische valleien en waterlopen.De reisroute wordt aangegeven vanaf de autosnelwegen of belangrijke wegen voor doorgaand verkeer.
13° Op de verkeersborden F33c worden de aanduidingen gegeven in het wit op bruine achtergrond, en de symbolen in het zwart op witte achtergrond.
Deze verkeersborden mogen alleen geplaatst worden voor de bewegwijzering naar een cultureel -of een recreatiepark, een merkwaardig landschap of een geheel van voorzieningen van toeristische aard gelegen in een uitgestrekt gebied, voor zover het aantal bezoekers meer dan 75 000 per jaar bedraagt of dat zij erkend zijn door de gewestregeringen als site van grote omvang of belang.
Behoudens bijzondere omstandigheden, worden maximum twee volledige reisroutes aangegeven in een straal van 10 km van op de autosnelwegen of belangrijke wegen van doorgaand verkeer.
Wanneer deze bestemmingen voorkomen op verkeersborden F25 of F27 geplaatst op autosnelwegen of op belangrijke wegen voor doorgaand verkeer gelegen buiten de bebouwde kom, wordt het verkeersbord F33c gebruikt over het volledige traject. Het verkeersbord F35 wordt niet gebruikt.
12.9.2. Verkeersborden F34a, F35 en F37. Wegwijzers.
1° De plaatsing van deze verkeersborden mag het zicht van de gebruikers op de openbare weg zo weinig mogelijk belemmeren.
2° De verkeersborden F34a, F35 en F37 zijn rechthoekig, met de volgende afmetingen :
Evenwel, wanneer de bijzondere plaatsgesteldheid voor gevolg heeft dat de borden op grote afstand van het gezichtsveld van de bestuurder worden geplaatst mogen de afmetingen voorzien onder a) worden toegepast.
De hoogte moet worden aangepast in verhouding tot de maximale hoogte toegelaten in artikel 12.8.4°, wanneer bepaalde vermeldingen op de borden F34a en F35 geïntegreerd zijn in verkeersborden van het type F25 en F27.
Voor de richtingen naar links wordt de pijl links op het bord geplaatst.
Voor de richtingen naar rechts en rechtdoor wordt de pijl rechts op het bord geplaatst.
Evenwel, wanneer in een systeem van parkeergeleiding op het verkeersbord F34a bijkomende informatie gegeven wordt zoals de elektronische weergave van beschikbare plaatsen of voor identificatie van de parkings, mogen de pijlen links onder elkaar worden geplaatst. F25 en F27.
3° De verkeersborden F34a, F35 en F37 worden samengebracht per richting, en gescheiden van de verkeersborden van het type F29, F31, F33a, F33b en F33c.Het is verboden meer dan acht verkeersborden van het type F34a, F35 en F37 boven elkaar te plaatsen.
Bovendien wordt het aantal boven elkaar te plaatsen verkeersborden verhoudingsgewijze verminderd wanneer, bij toepassing van artikel 12.9.2.2°, hun maximale hoogte op 0,25 m of 0,30 m is gebracht.
4° Uitzonderlijk, en rekening houdend met de plaatsgesteldheid, mogen de verkeersborden F34a, F35 en F37 evenwel worden samengebracht met de verkeersborden F29, F31, F33a, F33b en F33c .
In dit geval :
5° De verkeersborden F34a, F35 en F37 worden, van boven naar beneden, in de volgende volgorde geplaatst :
- F34a het eerst, F35 daarna, F37 het laatst.
6° Met uitzondering van de symbolen van de verkeersborden F53 en F55, die respectievelijk wit op een blauwe achtergrond en rood op een witte achtergrond zijn, zijn de symbolen op de verkeersborden F34a, F35 en F37 zwart op een witte achtergrond.
Wanneer enkel gebruik wordt gemaakt van de symbolen, mogen de symbolen van de verkeersborden F34a, F35 en F37 worden samengebracht.
In dit geval wordt gebruik gemaakt van de verkeersborden F34a met een witte achtergrond, geplaatst overeenkomstig 7° a) hiernavermeld.
Het aantal symbolen mag niet meer dan vijf bedragen.
7°
8° De aanduidingen op de verkeersborden F35 zijn in het wit op een bruine achtergrond. Het symbool is zwart op witte achtergrond en is aangebracht aan de andere kant van de pijl.
Dit verkeersbord wordt onder meer gebruikt voor de signalisatie van een cultureel park, een recreatie- of pretpark, een merkwaardig landschap of een geheel van voorzieningen van toeristische aard gelegen in een uitgestrekt gebied die niet conform het artikel 12.9.1,13°, kunnen worden gesignaleerd.
Slechts twee reisroutes mogen aangegeven worden vanaf een weg voor doorgaand verkeer en dit van op een afstand van maximum 2 km.
Indien een symbool wordt gebruikt, mag de naam van de categorie van de voorziening worden weggelaten. Er mag gebruik gemaakt worden van enkel de symbolen, wanneer de voorzieningen gecon-centreerd zijn op eenzelfde plaats, met een maximum van vijf symbolen. Het gebruik van andere dan de voorziene symbolen moet beperkt blijven tot bekende monumenten of merkwaardige landschappen alsook tot de culturele parken, de recreatie- of de pretparken, in dit geval moet de benaming steeds naast het symbool worden geplaatst. (bv. de Leeuw van Waterloo -Atomium...).
9° De bijzondere symbolen van de sporttakken zijn opgenomen in de bijlage 6 van dit besluit. Er mogen geen andere symbolen gebruikt worden dan deze voorzien in bijlage 6 tot dit besluit. Wanneer meerdere sporttakken kunnen beoefend worden op dezelfde plaats, zal in principe slechts gebruik gemaakt worden van het symbool van een sportcentrum voorzien in artikel 71.2. van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.
10° worden gesignaleerd op voorwaarde dat ze Kastelen of merkwaardige privé-gebouwen mogen tijdens het toeristisch seizoen regelmatig voor het publiek toegankelijk zijn.
Indien gebruik gemaakt wordt van een symbool dan mag de naam van de soort voorziening weggelaten worden.
Er mag gebruik gemaakt worden van enkel de symbolen en met een maximum van vijf symbolen.
12.9.3. Verkeersbord F34b1, F34b2, F34c1 en F34c2. Wegwijzer : voor bepaalde categorieën van weggebruikers aanbevolen reisweg.
|
|
![]() |
||
| F34b.1 | F34b.2 |
|
|
1°. De plaatsing van deze verkeersborden mag het zicht van de gebruikers op de openbare weg zo weinig mogelijk belemmeren.
3°. De verkeersborden F34b1 en b2 mogen worden gebruikt voor de aanduiding van de aangeraden reisroute naar plaatsen en instellingen van algemeen belang.
De verkeersborden F34c1 en c2 mogen worden gebruikt voor de aanduiding van de aangeraden reisroute naar plaatsen van toeristische aard.
Het symbool van de categorieën van betrokken weggebruikers wordt steeds aangeduid.
Op de verkeersborden F34c1 en c2 mogen de symbolen voorzien voor het verkeersteken F35 niet worden gebruikt.
4°. De verkeersborden F34b en c worden in beginsel gescheiden van de verkeersborden F29 tot F37 en zo geplaatst dat ze zichtbaar zijn voor de weggebruikers op wie ze betrekking hebben.Wanneer verkeersborden F34b en c evenwel samengebracht worden met verkeersborden F29 tot F37, worden zij boven de borden F34a tot F37 geplaatst. In voorkomend geval, worden borden F34a tot F37 niet geplaatst om zich te schikken naar de bepalingen van artikel 12.9.2.3° en 4°. De gehele reisroute wordt aangegeven.
|
|
|
|||||
|
|
|