|
Verkeerstekens en hun plaatsingsvoorwaarden.
|
Ministerieel Besluit van 11 OKTOBER 1976
waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald.
| Art. 6. Inleidende bepalingen en afmetingen. |
6.1. De verkeersborden moeten van het lichtweerkaatsend type of van het type met eigen verlichting zijn.
Het herhalingsbord moet niet noodzakelijk van hetzelfde type zijn als het verkeersbord dat rechts geplaatst is.
6.2.1. Buiten de gevallen uitdrukkelijk bedoeld door dit besluit, mogen de verkeersborden slechts herhaald worden wanneer het verkeer het rechtvaardigt.
6.2.2. Buiten de gevallen uitdrukkelijk bedoeld door het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer of door dit besluit, is het verboden verkeersborden die aan de bestuurders eenzelfde informatie omtrent eenzelfde plaats geven, op dezelfde steun of het ene bord in de onmiddellijke nabijheid van het andere te plaatsen.
6.3. De verkeersborden moeten, in de mate van het mogelijke, zuiver gehouden worden zodanig dat zij voor de weggebruikers identificeerbaar blijven.
6.4.1. Buiten de bebouwde kommen hebben de verkeersborden met de hieronder aangegeven vorm volgende minimum afmetingen:


6.4.3. Voor de verkeersborden die een maatregel ter kennis brengen die alleen moet nageleefd worden door de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen, mogen deze afmetingen teruggebracht worden tot minimum 0,30m.
6.5. Signalisatie met veranderlijke informatie.
6.5.1. Kleinere afmetingen zoals bepaald in de artikelen 6.4.1. en 6.4.2. mogen voor de verkeersborden van de signalisatie met veranderlijke informatie slechts gebruikt worden in de onderbruggingen en in de tunnels.
6.5.2. In principe wordt de signalisatie met veranderlijke informatie slechts gebruikt op wegen die ten minste twee rijstroken voor elke rijrichting omvatten, of, ingeval van éénrichtingsverkeer, wanneer er ten minste twee rijstroken zijn in de toegelaten rijrichting.
Behalve voor de signalisatie van de schoolomgevingen zoals bepaald in artikel 2.37 van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, mag deze signalisatie op andere wegen slechts uitzonderlijk aangebracht worden, rekening houdend met de drukte en de aard van het verkeer.
6.5.3. De signalisatie met veranderlijke informatie wordt herhaald na elk kruispunt of na elke toegang tot een autosnelweg.
Een einde-verbodsbord moet geplaatst worden op de autosnelweg of wanneer dit einde-verbod niet samenvalt met een kruispunt.
Er mag geen gebruik gemaakt worden van een signalisatie met zonale draagwijdte, behalve voor de signalisatie van de schoolomgevingen zoals bepaald in artikel 2.37 van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer voor de verkeersborden F4a en F4b.In dit geval :
6.6. Rijstrooksignalisatie.
6.6.1. Kleinere afmetingen zoals bepaald in de artikelen 6.4.1. en 6.4.2. mogen slechts gebruikt worden in de onderbruggingen en in de tunnels.
6.6.2. In principe wordt de rijstrooksignalisatie slechts gebruikt op wegen die ten minste twee rijstroken in elke rijrichting omvatten, of, ingeval van éénrichtingsverkeer, wanneer er ten minste twee rijstroken zijn in de toegelaten richting.
Op andere wegen mag deze signalisatie slechts uitzonderlijk aangebracht worden, rekening houdend met de drukte en de aard van het verkeer.
6.6.3. De rijstrooksignalisatie wordt herhaald na elk kruispunt of na elke toegang tot een autosnelweg.
Een einde-verbodsbord moet geplaatst worden op de autosnelweg of wanneer dit einde-verbod niet samenvalt met een kruispunt.
Wat de gevaarsborden betreft, wordt de lengte van het gevaarlijk weggedeelte aangeduid.
6.6.4. De signalisatie met zonale geldigheid mag niet gebruikt worden voor de rijstrooksignalisatie.
6.7. Signalisatie met zonale geldigheid.
6.7.1. De zonale geldigheid kan toegekend worden :
;6.7.2. De verkeersborden op de signalisatie met zonale draagwijdte worden afgebeeld overeenkomstig bijlage 7 van dit besluit.
6.7.3. De verkeersborden met zonale geldigheid hebben als minimumafmetingen 0,60 m x 0,90 m. Deze afmetingen mogen verminderd worden tot 0,40 m x 0,60 m, rekening houdend met de plaatsgesteldheid.
6.7.4. De bepalingen van de artikelen 9.2, 9.3, 9.4, 9.7 en 11.1, 11.3, 11.4.1 en 2 en 11.7.2° van dit besluit zijn van toepassing wanneer aan een verkeersbord de zonale geldigheid wordt toegekend.
6.7.5.
Zij moeten bovendien afzonderlijk worden geplaatst van de andere verkeersborden met zonale draagwijdte.
Zij mogen evenwel op dezelfde paal worden bevestigd.
6.7.6. Behalve wat de verkeersborden F4a en F4b betreft, mag de signalisatie met zonale geldigheid slechts voor meerdere wegen ingevoerd worden.
6.7.7. De in een zone van kracht zijnde reglementering mag door een gelijkaardig verkeersbord herhaald worden ; het draagt de vermelding « Herhaling », overeenkomstig artikel 65.5.8 van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.6.7.8. In een zone mogen alleen maatregelen die meer beperkend van aard zijn of maatregelen die van een andere aard zijn dan de regel die in deze zone van toepassing is, voor bepaalde openbare wegen genomen worden.
Maatregelen die minder beperkend van aard zijn mogen slechts incidenteel in de zone worden getroffen.
6.8. Beperking van de draagwijdte van de verkeersborden.
Het onderbord bepaald in artikel 65.6. van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer mag slechts gebruikt worden voor rijbanen met meerdere rijstroken in dezelfde rijrichting en indien het verkeersbord slechts van toepassing is op de uitrit die rechts van de rijbaan ligt.
vb. 
|
|||||
|
|
|