Wet van 21 juni 1985 betreffende technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen.

laatst gewijzigd door het KB. van 20-07-2000

Toepassingsgebied - Administratieve controle - Bevoegde personen - Beteugeling - Verjaring

Art. 1 Toepassingsgebied

§1. De Koning bepaalt:

  1. de technische eisen voor voertuigen voor vervoer te land, voor de onderdelen ervan en voor het veiligheidstoebehoren door Hem aangewezen, zoals de eisen betreffende hun bouw, assemblage, erkenning, goedkeuring, herstelling en onderhoud;
  2. de maatregelen inzake controle op de toepassing van de in 1 bedoelde reglementen;
  3. de modaliteiten volgens welke de constructeurs of de fabrikanten het bewijs leveren dat de voertuigen, hun onderdelen alsook hun veiligheidstoebehoren, bestemd om in België in het verkeer te worden gebracht of op de openbare weg te worden gebruikt, voldoen aan het onder 1 bedoelde reglement.
    [Op voorstel van de Minister die het vervoer te land onder zijn bevoegdheid heeft, kan de Koning de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen toevertrouwen aan instellingen die hiertoe door hem erkend worden onder de door Hem gestelde voorwaarden; deze voorwaarden kunnen eveneens betrekking hebben op de regularisatie van hun exploitatievoorwaarden teneinde de organisatie van deze controle over het hele grondgebied te verzekeren en op hun bijdrage tot de financiering van de door Hem aangeduide instelling, die als opdracht heeft de verkeersveiligheid te bevorderen; deze bijdrage mag niet meer bedragen dan 10% van de totale netto ontvangsten welke voortvloeien uit de opdrachten die door de Koing aan deze instellingen zijn toevertrouwd.]
    (Wet 18-07-1990 en KB. 23-12-1994)
  4. [de technische voorwaarden, administratieve procedures en controleprocedures die van toepassing zijn voor de uitzonderlijke goedkeuring van een voertuig als alleenstaand geval door de Minister die bevoegd is voor het vervoer te land of zijn gemachtigde, op verzoek van de eigenaar.] (Wet 27-11-1996)
§2
De Koning kan ter zake alle vereiste maatregelen treffen ter uitvoering van de verplichtingen die voorvloeien uit de internationale verdragen en de krachtens deze genomen internationale akten, welke maatregelen de opheffing of de wijziging van wetsbepalingen kunnen inhouden.
§3.
De besluiten tot uitvoering van deze wet worden vastgesteld na advies van een commissie administratie-nijverheid waarvan de Koing de samenstelling en de werkwijze bepaalt.
§4.
Op voorstel van de Minister tot wiens bevoegdheid het vervoer te land behoort, bepaalt de Koning het tarief van de retributies te heffen voor de gehele of gedeeltelijke dekking van de bestuurs-, controle- en toezichtskosten nodig voor de toepassing van de in dit artikel bedoelde reglementen.
§ 4bis.
[De Minister die bevoegd is voor het vervoer te land of zijn gemachtigde geeft aan de eigenaar die de aanvraag heeft ingediend, per betrokken voertuig een attest af, dat het door een Lid-Staat van de Europese Unie afgegeven gelijkvormigheidsattest valideert op het grondgebied van het Rijk, maar uitsluitend geldig is samen met het voornoemd gelijkvormigheidsattest.
§5.
[De vervaardiging, de invoer, het bezit met het oog op de verkoop, het te koop aanbieden, de verkoop en de gratis bedeling van uitrustingen die een verhoging van het motorvermogen en/of de snelheid van bromfietsen tot doel hebben, evenals het aanbieden van hulp of het verstrekken van advies om deze uitrustingen te monteren, zijn verboden.] (Wet 05.04.1995, art 1,- i.w 01.07.1995) ( zie eveneens Art 4§5)
§6.
[Onverminderd de bepalingen van de wet van 30 juli 1979 op de radioberichtgeving zijn verboden de vervaardiging, de invoer, het bezit, het te koop aanbieden, de verkoop en de gratis bedeling van elke uitrusting of elk ander middel dat tot doel heeft de vaststelling van overtredingen van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968 en van de reglementen betreffende de politie op het wegverkeer, te verhinderen of te bemoeilijken, of de toestellen bedoeld in artikel 62 van dezelfde wet op te sporen. Reclame voor deze uitrustingen, alsook het aanbieden van hulp of het verstrekken van advies om deze te monteren, zijn eveneens verboden.] (Wet 04.08.1996, art 2,. i. w. 22.09.1996) ( zie eveneens art. 4§6 )

Art. 2 Administratieve controle:

§ 1.
De Koning stelt de regels inzake administratieve controle vast waardoor kan worden nagegaan of de voertuigen, de onderdelen ervan evenals het veiligheidstoebehoren, gelijkvormig zijn met het erkende of goedgekeurde type.

§ 2.

§ 3.
De Minister tot wiens bevoegdheid het vervoer te land behoort, kan voor de rechtbank van eerste aanleg een vordering instellen bij middel van een verzoekschrift ingediend op de wijze van het kort geding, teneinde het uit de handel en in voorkomend geval uit het verkeer nemen van de voertuigen, hun onderdelen en de veiligheidstoebehoren te gelasten.

Art. 3 Bevoegde personen

§ 1.
De Koning wijst de ambtenaren, bevoegde agenten en officieren van de gerechtelijke politie aan die belast zijn met het opsporen van de overtredingen van deze wet en van de besluiten die betrekking hebben op de technische eisen betreffende de voertuigen voor vervoer te land, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren.
§ 2.
De in § 1 van dit artikel bedoelde ambtenaren hebben, bij het uitoefenen van hun taak, en voor zover het noodzakelijk is, vrije toegang tot de bedrijfslokalen andere dan de laboratoria en de studie-, test- en onderzoekscentra van de ondernemingen waar voertuigen, voertuigonderdelen en veiligheidstoebehoren, die vallen onder de bepalingen van de ter uitvoering van deze wet genomen besluiten, worden gefabriceerd, geassembleerd, hersteld, ten toon, te koop, te leen of te huur gesteld, evenals vrije toegang tot die voertuigen, voertuigonderdelen en tot dat veiligheidstoebehoren.
§ 3.
De personen bedoeld in § 1 kunnen proces-verbaal opmaken ten laste van personen die voertuigen, voertuigonderdelen of veiligheidstoebehoren gebruiken, welke niet in overeenstemming zijn met deze wet en met de besluiten die betrekking hebben op de technische eisen betreffende de voertuigen voor vervoer te land, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren.

Art 4 Beteugeling

§ 1.
Overtreding van deze wet en van de besluiten die betrekking hebben op de technische eisen betreffende de voertuigen voor vervoer te land, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van tien frank tot tienduizend frank of met een van die straffen alleen, onverminderd de vergoeding van de schade indien daartoe grond bestaat.
§ 2.
De natuurlijke of rechtspersonen zijn burgerlijk aansprakelijk voor de betaling van de tegen hun organen of aangestelden uitgesproken geldboete.
§ 3.
De rechtbanken mogen bovendien aan iedere natuurlijke of rechtspersoon, zelfs indien hij slechts als burgerlijk aansprakelijk veroordeeld is, verbod opleggen om, persoonlijk of door een tussenpersoon, gedurende een tijdvak van één tot twaalf maanden, elk voertuig, voertuigonderdeel en veiligheidstoebehoren van dezelfde categorie als die waarvoor een overtreding van de regels inzake bouw of goedkeuring werd vastgesteld, voor gebruik in België, te verkopen of te verhuren.
§ 4.
[Bij vaststelling op de openbare weg dat een bromfiets in het verkeer werd gebracht waarvan de snelheid en/of het vermogen op welke wijze dan ook werd opgedreven, kan de bromfiets onmiddellijk worden opgelegd gedurende een periode van maximum dertig dagen. (nvdr: de inbeslagname wordt meestal voor 30 dagen toegepast)
§ 5.
Bij vaststelling van een overtreding van artikel 1, § 5, worden de uitrustingen die een verhoging van het motorvermogen of de snelheid van bromfietsen tot doel hebben, in beslag genomen en ter beschikking van de bevoegde overheid gesteld.] (Wet 05.04.1995, art 2; i.w. 01.07.95)
§ 6.
[Bij vaststelling van overtreding van artikel 1, § 6, worden de bedoelde uitrustingen in beslag genomen, zelfs indien ze niet aan de overtreder toebehoren. Bedoelde uitrustingen worden verbeurdverklaard overeenkomstig de artikelen 42 en 43 van het Strafwetboek of artikel 216bis van het Wetboek van Strafvordering en worden vernietigd.] (Wet 04.08.1996, art 31- i. w. 22.09.1996)

ART. 5 VERJARING