Bijlage 18naar index

EENVORMIGE VOORSCHRIFTEN BETREFFENDE DE GOEDKEURING VAN RETROREFLECTERENDE MARKERINGEN VOOR ZWARE EN LANGE VOERTUIGEN EN HUN AANHANGWAGENS (*)

INHOUDSTABEL
REGLEMENT

1. Toepassingsgebied
2. Definities
3. Goedkeuringsaanvraag
4. Handelsnamen en andere merken
5. Goedkeuring
6. Algemene voorschriften
7. Bijzondere voorschriften
8. Wijzigingen van het type van de retroreflecterende markeringsinrichting en goedkeuringsuitbreiding
9. Conformiteit van de productie
10. Sancties wegens niet-conformiteit van de productie
11. Definitieve stopzetting van de productie
12. Namen en adressen van de technische diensten die belast zijn met de goedkeuringsproeven en van de administratieve diensten.
(*) De tekst is de vertaling van het Reglement nr. 104 - herziening 2 + amendement 1, in werking getreden op 13 januari 2000, opgenomen in de toevoeging 103 van de Overeenkomst betreffende het aannemen van eenvormige goedkeuringsvoorwaarden en de wederzijdse erkenning van goedkeuring van uitrustingsstukken en onderdelen van motorrijtuigen, ondertekend op 20 maart 1958, te Genève, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 24 februari 1961.

BIJLAGEN

Bijlage 1 - Coördinatensysteem van de CIE en goniometer met het CIE hiekensysteem
Bijlage 2 - Mededeling m.b.t. de goedkeuring, de uitbreiding, de weigering of stopzetting van een goedkeuring of de definitieve stopzetting van de productie van retroreflecterende markeringen voor zware en lange voertuigen en hun aanhangwagens in overeenstemming met het Reglement nr. 104
Bijlage 3 - Voorbeeld van een goedkeuringsmerkteken
Bijlage 4 - Testprocedure
Bijlage 5 - Afmetingen van de markeringen
Bijlage 6 - Colorimetrische specificaties
Bijlage 7 - Fotometrische specificaties
Bijlage 8 - Weerstand tegen externe invloeden
Bijlage 9 - Aanbevelingen bij de voorschriften betreffende de vorm en de montage van de markeringen
Appendix 1 : Voorbeelden van retroreflecterende markeringen in de vorm van stroken
Appendix 2 : Voorbeelden van retroreflecterende markeringen in de vorm van contour (bestaande uit kenmerkende markeringen en/of grafische afbeeldingen)

1. TOEPASSINGSGEBIED
Onderhavige voorschriftgen gelden voor de goedkeuring van retroreflecterende markeringen die ervoor zorgen dat zware en lange voertuigen en hun aanhangwagens beter gezien en herkend worden.
2. DEFINITIES
2.1
Voor de toepassing van onderhavige voorschriften gelden onderstaande definities:
2.1.1


Markering: een rechthoekige retroreflecterende strook of reeks van stroken, die bedoeld zijn om zo aangebracht te worden dat zij de volledige lengte en breedte van een motorvoertuig en zijn aanhangwagen aangeven, gezien van de zijkant (zijdelingse markering) of van de achterkant (achtermarkering);
2.1.2

Contourmarkering: reeks stroken bedoeld om zo aangebracht te worden dat zij de omtrek van het voertuig aangeven op de zijkant (zijdelingse markering) of op de achterkant (achtermarkering);
2.1.3


Kenmerkende markeringen en grafische afbeeldingen: bijkomende retroreflecterende kleurmarkeringen die bedoeld zijn om aangebracht te worden binnen in de contourmarkering, waarvan de retroreflectiecoëfficiënt gevoelig lager ligt dan die van de retroflecterende materialen zoals gedefinieerd in de punten 2.1.1 en 2.1.2;
2.1.4

Staal-eenheid: geheel of gedeelte van het retroreflecterend materiaal dat geacht wordt gebruikt te worden om de markeringen te bekomen zoals bepaald in de punten 2.1.1, 2.1.2 en 2.1.3;
2.2

Retroreflectie: reflectie waarbij de lichtbundel teruggestuurd wordt in richtingen dicht bij diegene waarvan hij afkomstig is, zelfs bij belangrijke variaties van de richting van lichtbundel;
2.2.1

Retroreflecterend markeringsproduct: oppervlak of inrichting die, wanneer belicht vanuit een bepaalde richting, een betrekkerlijk groot deel van de invallende straling terugstuurt.
2.3
GEOMETRISCHE DEFINITIES (zie bijlage 1, figuur 1)
2.3.1

Referentiemiddelpunt: punt gelegen op of dichtbij een retroreflecterend oppervlak dat gedefinieerd wordt als het middelpunt van de inrichting waarvan men de doeltreffendheid wil bepalen;
2.3.2
Verlichtingsas: (symbool I): segment van een rechte gelegen tussen het referentiemiddelpunt en het middelpunt van de lichtbron;
2.3.3
Waarnemingsas (symbool O): segment van een rechte gelegen tussen het referentiemiddelpunt en het middelpunt van de lichtmeter;
2.3.4

Waarnemingshoek (symbool a): de hoek gevormd door de verlichtingsas en de waarnemingsas. De waarnemingshoek is altijd positief en in het geval van retroreflectie heeft ij een kleine waarde;
2.3.5
Waarnemingshalfvlak: het halfvlak begrensd door de verlichtingsas, en dat ook de waarnemingsas bevat;
2.3.6

Referentie-as (symbool R): halfrechte die vertrekt uit het referentiemiddelpunt en die dient om de hoekpositie van het retroreflecterend staal te bepalen;
2.3.7


Verlichtingshoek (symbool ß): de hoek gevormd door de verlichtings- en de referentieas. Hij is doorgaans niet groter dan 90° maar, om alle gevallen te voorzien, wordt hij als volgt gedefinieerd: 0°<ß<180°. Om alle mogelijke richtingen te omvatten, wordt deze hoek bepaald door twee parameters, ß1 en ß2;
2.3.8

Rotatiehoek (symbool e): de hoek die de richting van het retrofreflecterende staal aangeeft door middel van een aangepast symbool, dat de richting rond de referentieas aangeeft;
2.3.9
Eerste as (symbool 1) as door het referentiemiddelpunt en loodrecht op het waarnemingshalfvlak;
2.3.10

Eerste element van de verlichtingshoek (symbool ß1): de hoek gevormd door de verlichtingsas en het vlak dat de referentie-as en de eerste as bevat (-180°<ß1<180°);
2.3.11

Tweede element van de verlichtingshoek (symbool ß2): de hoek gevormd door het vlak dat het waarnemingshalfvlak bevat en de referentie-as (-90°<ß2<90°):
2.3.12

Tweede as (symbool 2): een as door het referentiemiddelpunt en loodrecht op de eerste as en op de referentie-as. De positieve positie van de tweede as bevindt zich in het waarnemingshalfvlak wanneer -90°<ß1<90°, zoals aangegeven in fig. 1 in bijlage 1.
2.4
DEFINITIE VAN DE FOTOMETRISCHE TERMEN
2.4.1





Retroreflectiecoëfficiënt (symbool R'): quotiënt van de lichtsterktecoëfficiënt R van het retroreflecterend oppervlak op diens oppervlakte A
(R' = R/A) De retroreflectiecoëfficiënt R' wordt uitgedrukt in candela per m2 per lux (cd.m-2.1x-1);
(R' = I/E1.A) (luminantie)verlichting)
2.4.2

Hoekdiameter van het retroflecterend staal (symbool h1): de hoek die gespannen wordt door de grootste afmeting van het retroreflecterend staal, hetzij in het midden van de lichtbron, hetzij in het midden van de ontvanger (ß1=ß2=0°);
2.4.3

Hoekdiameter van de ontvanger (symbool h2): de hoek die gespannen wordt door de grootste afmeting van de ontvanger gezien vanuit het referentiemiddelpunt (ß1=ß2=0°);
2.4.4

Luminantiefactor (symbool ß): verhouding tussen de luminantie van het beschouwde voorwerp en de luminantie van een perfect diffuus reflecterend voorwerp onder identieke verlichtings- en waarnemingsvoorwaarden.
2.5




Beschrijving van de goniometer:
figuur 2 van bijlage 1 toont een goniometer die gebruikt kan worden om de retroreflectie te meten volgens de geometrie van de CIE. Op deze schets is het oog van de lichtmeter (O) willekeurig aangebracht op de loodlijn boven de bron (I). De eersta as is afgebeeld als zijnde vast en horizontaal en valt loodrecht op het waarnemingshalfvlak. Elke schikking van de elementen die gelijkwaardig is met wat in de schets afgebeeld staat, mag gebruikt worden.
2.6
Definitie van het woord "type":
De markeringen van verschillende types zijn producten die verschillen op essentiële punten zoals:
2.6.1
De handelsnaam of merknaam;
2.6.2
De kenmerken van het retroreflecterend markeringsproduct;
2.6.3
De delen of stukken die de eigenschappen van de retroreflecterende markeringsproducten of retroreflecterende inrichtingen kunnen beïnvloeden.
3. GOEDKEURINGSAANVRAAG
3.1

De aanvraag voor het goedkeuring van een retroreflecterende markering wordt ingediend door de houder van de handelsnaam of het handelsmark, of, in voorkomend geval, door zijn naar behoren gevolgmachtigde vertegenwoordiger, en moet vergezeld zijn van:
3.1.1


tekeningen, in drie exemplaren, die voldoende gedetailleerd zijn om de type-identificatie mogelijk te maken. De tekeningen moeten de geometrische richting aangeven waarin de markeringsproducten op een voertuig aangebracht moeten worden. Zij moeten tevens de plaats van het goedkeuringsnummer en van het identificatiesymbool ten opzichte van de cirkel van het goedkeuringsmerkteken aangeven;
3.1.2
een korte beschrijving van de technische kenmerken van de retroreflecterende markeringsproducten;
3.1.3
stalen van de retroreflecterende markeringsproducten zoals aangegeven in bijlage 4.
4. HANDELSNAMEN EN ANDERE MERKTEKENS
4.1
Elke markeringsinrichting die ter goedkeuring ingediend wordt, moet voorzien zijn van:
4.1.1
de handelsnaam of het handelsmerk van de aanvrager;
4.1.2



een richtingsaanduiding "BOVEN" die moet staan op alle markeringsinrichtingen waarvan het retroreflecterende systeem niet omnidirectioneel is, en op zijn minst
- op stroken met een tussenafstand van 0,5 m,
- op oppervlakken van 100 x 100 mm2.
4.2
Deze aanduidingen moeten duidelijk leesbaar zijn aan de buitenzijde van de markering en onuitwisbaar zijn.
5. GOEDKEURING
5.1

Indien de retroreflecterende markeringsinrichting die ter goedkeuring ingediend wordt overeenkomstig punt 4 hierboven, voldoet aan de voorschriften van dit Reglement, wordt de goedkeuring voor dit type markeringsproduct toegekend.
5.2


Elk goedgekeurd type krijgt een goedkeuringsnummer, waarvan de eerste twee cijfers (momenteel 00 voor het Reglement in zijn oorspronkelijke vorm) de reeks amendementen aangeven die overenkomen met de belangrijkste technische wijzigingen die aan het Reglement aangebracht werden op de datum waarop de goedkeuring afgeleverd wordt. Eenzelfde Contracterende Partij mag dit nummer niet toekennen aan een ander type retroreflecterend markeringsproduct.
5.3


De goedkeuring, de goedkeuringsweigering of de goedkeuringsuitbreiding van een type markeringsmateriaal overeenkomstig dit Reglement, moet betekend worden aan de Partijen van het Akkoord van 1958 die dit Reglement toepassen, door middel van een mededelingsfiche volgens het model afgebeeld in bijlage 2 van dit Reglement.
5.4

Op elke markeringsinrichting die conform is met een type dat goedgekeurd is krachtens dit Reglement, wordt naast de merktekens voorgeschreven in punt 4.1, een duidelijk leesbaar en onuitwisbaar goedkeuringsmerkteken aangebracht, dat bestaat uit:
5.4.1
een cirkel ronde de letter "E", gevolgd door het kengetal van het land dat de goedkeuring toegekend heeft. 1
5.4.2
het nummer van dit Reglement, gevolgd door de letter "R", een streepje en het goedkeuringsnummer zoals gedefinieerd in punt 5.2
5.4.3
onderstaande bijkomende symbolen, die de klasse van het materiaal aangeven:
5.4.3
1 "C" voor een materiaal voor contour/strookmarkering;
5.4.3
2 "D" voor een materiaal voor kenmerkende markeringen/grafische afbeeldingen in eender welke kleur (uitgezonderd rood) bedoeld voor een beperkt oppervlak (maximum 150cd);
5.4.3
3 "E" voor een materiaal voor kenmerkende markeringen/grafische afbeeldingen in eender welke kleur bedoeld voor een beperkt oppervlak (maximum 50cd);
5.4.3

4

"D/E" voor materialen voor kenmerkende markeringen/grafische afbeeldingen die gebruikt worden als ondergrond voor het opdrukken van logo's en markeringen van klasse "E", die voldoen aan de vereisten voor materialen van klasse "D".

5.5
Het goedkeuringsmerkteken moet zichtbaar en duidelijk leesbaar zijn op de buitenzijde van de retroreflecterende markering, onuitwisbaar zijn en minstens één keer aangebracht worden
- op stroken met een tussenafstand van 0,5 m,
- op oppervlakken van 100 x 100 mm2
5.6
In bijlage 3 bij dit Reglement bevindt zich een voorbeeld van een goedkeuringsmerkteken.
1 1 voor Duitsland, 2 voor Frankrijk, 3 voor Italië, 4 voor Nederland, 5 voor Zweden, 6 voor België, 7 voor Hongarije, 8 voor de Tsjechische Republiek, 9 voor Spanje, 10 voor Joegoslavië, 11 voor het Verengd Koninkrijk, 12 voor Oostenrijk, 13 voor Luxemburg, 14 voor Zwitserland, 15 (vrij), 16 voor Noorwegen, 17 voor Finland, 18 voor Denemarken, 19 voor Roemenië, 20 voor Polen, 21 voor Portugal, 22 voor de Russische Federatie, 23 voor Griekenland, 24 voor Ierland, 25 voor Kroatië, 26 voor Slovenië, 27 voor Slowakije, 28 voor Wit-Rusland, 29 voor Estland, 30 (vrij), 31 voor Bosnië-Herzegovina, 32 voor Letland, 33 (vrij), 34 voor Bulgarije, 35 en 36 (vrij), 37 voor Turkije, 38 en 39 (vrij), 40 voor de ex-Jougoslavische republiek Macedonië, 41 (vrij), 42 voor de Europese Gemeenschap (de goedkeuringen worden toegekend door de Lidstaten die hun eigen ECE-symbool), 43 voor Japan, 44 (vrij), 45 voor Australië en 46 voor Oekraïne.
De volgende nummers zullen toegekend worden aan de andere landen, in chronologische volgorde van ratificatie van de Overeenkomst m.b.t. de invoering van de eenvormige technische voorschriften toepasbaar op de voertuigen uitgerust met wielen, de uitrustingen den de onderdelen die gemonteerd of gebruikt kunnen worden op voertuigen uitgerust met wielen en de wederzijdse goedkeuringsvoorwaarden van de goedkeuringen uitgereikt conform deze voorschriften, of van hun aansluiting bij deze Overeenkomst en de toegekende codenummers zullen meegedeeld worden door de Secretaris generaal van de Organisatie van de Verenigde Naties aan de Verdragspartijen van deze Overeenkomst.
6 ALGEMENE VOORSCHRIFTEN
6.1
De retroreflecterende markeringsinrichtingen moeten zo ontworpen zijn dat zij op duurzame en bevredigdende wijze werken bij normaal gebruik; Bovendien mogen zij geen enkele ontwerp- of fabricagefout vertonen, die de goede werking en de instandhouding ervan in het gedrang kan brengen.
6.2
De retroreflecterende markeringen of delen ervan mogen niet gemakkelijk vernietigd kunnen worden.
6.3
De bevestigingsmiddelen van de markeringsinrichtingen moeten duurzaam en stabiel zijn.
6.4
Het buitenoppervlak van de retroreflecterende markeringsinrichtingen moet makkelijk gereinigd kunnen worden; het moet dus glad zijn en de eventuele uitstekende delen mogen deze reiniging niet hinderen.

7 BIJZONDERE VOORSCHRIFTEN
7.1
De retroreflecterende markeringen moeten ook voldoen aan de voorschriften met betrekking tot hun vorm en afmetingen alsook aan de colorimetrische, fotometrische, fysische en mechanische voorschriften zoals geformuleerd in de bijlagen 5 tot 8 bij dit Reglement.
7.2
Reclame, in de vorm van retroreflecterende logo's of afbeeldingen of kenmerkende letters of tekens, moet discreet zijn.
Zij mag bestaan uit markeringsmaterialen van klasse "D" indien de totale retroreflecterende oppervlakte kleiner is dan 2m2; indien die totale oppervlakte minstens 2m2 bedraagt, zullen materialen van klasse "E" gebruikt worden. 2
7.2.1
Voor de markeringsmaterialen van klasse "D" moeten de maximale waarden van de retroreflectiecoëfficieënt kleiner of gelijk zijn aan de waarde vastgelegd in tabel 3 van bijlage 7, en zij zijn bedoeld voor de kenmerkende markeringen en grafische afbeeldingen.
7.2.2
Voor de markeringsmaterialen van klasse "D/E" en "E" moeten de maximale waarden van de retroreflectiecoëfficiënt kleiner of gelijk zijn aan 33% van de waarden vastgelegd in tabel 3 van bijlage 7.

2 Niets in dit Reglement belet de nationale overheden om reclame te verbieden onder de vorm van logos of merktekens, kenmerkende retroreflecterende letters of karakters zoals bepaald in punt 2.1.3 van dit Reglement.

7.3
Naargelang de aard van de retroreflecterende markeringsinrichting kunnen de bevoegde instanties de laboratoria vrijstellen van bepaalde overbodige proeven, op voorwaarde dat dit uitdrukkelijk vermeld wordt in de rubriek "Opmerkingen" van het goedkeuringsbericht.
8 WIJZIGINGEN VAN HET TYPE VAN DE RETROREFLECTERENDE MARKERINGSINRICHTING EN GOEDKEURINGSUITBREIDING
8.1
Elke wijziging van de retroreflecterende markeringsinrichting moet gemeld worden aan de administratieve dienst die de goedkeuring van het type toegekend heeft, die dan :
8.1.1
ofwel kan vinden dat de aangebrachte wijzigingen niet van aard zijn om een ingrijpend negatief effect te hebben en dat het type van de markering hoe dan ook in overeenstemming blijft met de voorschriften;
8.1.2
ofwel de technische dienst die instaat voor de proeven, een nieuw proefverslag vraagt.
8.2
De goedkeuringsbevestiging of -weigering vergezeld van de wijzigingen dient gericht te worden aan de Partijen bij het Akkoord die dit Reglement toepassen, overeenkomstig de procedure vastgelegd in punt 5.3 hierboven.
8.3
De bevoegde overheid die de goedkeuringsuitbreiding aflevert, kent een volgnummer toe voor elke mededelingsfiche die voor genoemde uitbreiding opgesteld wordt.
9 CONFORMITEIT VAN DE PRODUCTIE
De procedures in verband met de conformiteit van de productie moeten in overeenstemming zijn met die van appendix 2 van het akkoord (E/ECE/324-E/ECE/TRANS/505/Rev. 2), met daarbij de volgende voorschriften:
9.1
Elke krachtens dit Reglement goedgekeurde retroreflecterene markeringsinrichting dient geproduceerd te worden op een wijze die in overeenstemming is met het goedgekeurde type en voldoen aan de voorschriften vastgelegd in de punten 6 en 7 hierboven.
9.2
De conformiteit van de productie wordt bevestigd indien de gemiddelde waarde van de fotometrische metingen van de vijf stalen die willekeurig afgenomen worden, niet meer dan 20% afwijkt van de voorgeschreven waarden zoals vastgelegd in bijlage 7 bij dit Reglement.
9.3
De conformiteit van de productie wordt bevestigd indien de gemiddelde waard van de colorimetrische eigenschappen van de vijf stalen die willekeurig afgenomen werden, in overeenstemming is met de specificaties van bijlage 6 bij dit Reglement, waarbij een visueel onderzoek geldt als bewijs.
9.4
De instantie die de typegoedkeuring toegekend heeft, mag te allen tijde de methodes inzake conformiteitscontroel die in elke productievestiging gebruikt worden, controleren. Normaal gezien zullen deze controles eens om de twee jaar plaatsvinden.
10 SANCTIES WEGENS NIET-CONFORMITEIT VAN DE PRODUCTIE
10.1
De goedkeuring die in toepassing van dit Reglement toegekend wordt voor een type van retroreflecterende markeringsinrichting, kan ingetrokken worden indien aan de hierboven opgesomde voorschriften niet voldaan wordt of indien een retroreflecterende markeringsinrichting met het goedkeuringsmerkteken niet in overeenstemming is met het goedgekeurde type.
10.2
Indien een Overeenkomstsluitende Partij bij het Akkoord die dit Reglement toepast, een goedkeuring intrekt die zij eerder toegekend had, is zij verplicht de andere Partijen die dit Reglement toepassen, daarvan op de hoogte te brengen middels een mededelingsfiche overeenkomstig het model zoals in bijlage 2 bij dit Reglement.
11 DEFINITIEVE STOPZETTING VAN DE PRODUCTIE
Indien de houder van de goedkeuring de productie van een retroreflecterende markeringsinrichting die krachtens dit Reglement goedgekeurd werd, definitief stopzet, dient hij dit te melden aan de instantie die de goedkeuring afgeleverd heeft, die op haar beurt de andere Partijen die dit Reglement toepassen, op de hoogte moet brengen, door middel van een mededelingsfiche overeenkomstig het model in bijlage 2 bij dit Reglement.
12 NAMEN EN ADRESSEN VAN DE TECHNISCHE DIENSTEN DIE BELAST ZIJN MET DE GOEDKEURINGSPROEVEN EN VAN DE ADMINISTRATIEVE DIENSTEN.
De Overeenkomstsluitende Partijen van het Akkoord die dit Reglement toepassen, delen het Secretariaat van de Verenigde Naties de namen en adressen mee van de technische diensten die belast zijn met de goedkeuringsproeven en die van de administratieve diensten die de goedkeuring afleveren en waarnaar de mededelingsfiches opgestuurd moeten worden in verband met de goedkeuring of goedkeuringsuitbreiding, goedkeuringsweigering of goedkeuringsintrekking uitgeschreven in andere landen.

— 03.04.2003 — BELGISCH STAATSBLAD