Bijlage 16naar index

Voorschriften voor inrichtingen voor indirect zicht

HOOFDSTUK II

ONTWERPVOORSCHRIFTEN EN PROEVEN VOOR DE ONDERDEELTYPEGOEDKEURING VAN SPIEGELS EN ANDERE INRICHTINGEN VOOR INDIRECT ZICHT

A SPIEGELS

1. ALGEMENE VOORSCHRIFTEN

2. AFMETINGEN


(r = de kromtestraal)

2.2. Buitenspiegels, zogenoemde hoofdspiegels (klassen II en III)

Klasse
achteruitkijkspiegels
a
[mm]
b
[mm]
II
200
III
70

2.3. Buitenspiegels, zogenoemde breedtespiegels (klasse IV)
De omtrek van het spiegeloppervlak moet een eenvoudige geometrische vorm hebben en de afmetingen ervan moeten zodanig zijn dat, zo nodig in combinatie met een buitenspiegel van klasse II, het in punt 5.4 van hoofdstuk III voorgeschreven gezichtsveld wordt verkregen.
2.4. Buitenspiegels, zogenoemde trottoirspiegels (klasse V)
De omtrek van het spiegeloppervlak moet een eenvoudige geometrische vorm hebben en de afmetingen ervan moeten zodanig zijn dat het in punt 5.5 van hoofdstuk III voorgeschreven gezichtsveld wordt verkregen.
2.5. Vooruitkijkspiegels (klasse VI)
De omtrek van het spiegeloppervlak moet een eenvoudige geometrische vorm hebben en de afmetingen ervan moeten zodanig zijn dat het in punt 5.6 van hoofdstuk III voorgeschreven gezichtsveld wordt verkregen.

3. SPIEGELOPPERVLAK EN REFLECTIECOËFFICIËNTEN

4. PROEVEN

5. RESULTATEN VAN DE PROEVEN

B ANDERE INRICHTINGEN VOOR INDIRECT ZICHT DAN SPIEGELS

1. ALGEMENE VOORSCHRIFTEN

2. CAMERA-BEELDSCHERMSYSTEMEN VOOR INDIRECT ZICHT

2.1 Algemene voorschriften
2.2 Functionele voorschriften

3. ANDERE INRICHTINGEN VOOR INDIRECT ZICHT

Aangetoond moet worden dat het systeem aan de volgende voorschriften voldoet :


AANHANGSEL 1 BIJ HOOFDSTUK II
METHODE VOOR HET BEPALEN VAN DE KROMTESTRAAL « r » VAN HET SPIEGELOPPERVLAK

1. METING

1.1. Toestel

Er wordt gebruikgemaakt van een « sferometer », zoals beschreven in figuur 3, met de aangegeven afstanden tussen de voeler van de meetklok en de vaste poten.

1.2. Meetpunten

2. BEREKENING VAN DE KROMTESTRAAL « r »

« r », uitgedrukt in mm, wordt berekend aan de hand van onderstaande formule :
waarin :
rp1 = de kromtestraal op het eerste meetpunt,
rp2 = de kromtestraal op het tweede meetpunt,
rp3 = de kromtestraal op het derde meetpunt.


Fig 3. Sferometer


AANHANGSEL 2 BIJ HOOFDSTUK II
BEPROEVINGSMETHODE OM DE REFLECTIECOËFFICIËNT TE BEPALEN

1. DEFINITIES

2. APPARATUUR

3. METHODE

3.4. Meting bij een niet-vlakke (convexe) spiegel
Voor meting van de reflectiecoëfficiënt van niet-vlakke (convexe) spiegels moeten instrumenten worden gebruikt waarvan de ontvanger is uitgerust met een bol van Ulbricht (zie figuur 5). Indien het afleesinstrument van de bol met een standaardspiegel met reflectiefactor E % ne eenheden oplevert, zullen bij een onbekende spiegel nx eenheden overeenstemmen met een reflectiecoëfficiënt van X %, die wordt verkregen met behulp van onderstaande formule :


Fig. 4: Algemeen schema van de proefopstelling voor meting van de reflectiecoëfficient met beide kalibreringsmethoden.


Fig. 5 Algemeen schema van de proefopstelling voor meting van de reflectiecoëfficiënt met bol van Ulbrecht in de ontvanger.

Spectrale trichromatische componeneten van de colorimetrische standaardwaarnemer van de CIE 1931 (2)


nm
_
X
()
_
y
()
_
z
()
380
0,001 4
0,000 0
0,006 5
390
0,004 2
0,000 1
0,020 1
400
0,014 3
0,000 4
0,067 9
410
0,043 5
0,001 2
0,207 4
420
0,134 4
0,004 0
0,645 6
430
0,283 9
0,011 6
1,385 6
440
0,348 3
0,023 0
1,747 1
450
0,336 2
0,038 0
1,772 1
460
0,290 8
0,060 0
1,669 2

(1) Definities overgenomen uit CIE-publicatie 50 (45), International Electronical Vocabulary, Group 45 : Lighting.
(2) Verkorte tabel. De waarden zijn afgerond tot vier cijfers na de komma.

begin v/d pagina