Gelijkwaardigheid van sommige niet-luchtgeveerde ophangingen en luchtgeveerde ophangingen voor een aangedreven as of aangedreven assen.
Een veringssysteem wordt erkend als gelijkwaardig aan luchtvering, indien het voldoet aan de hierna omschreven voorwaarden :
A) Definitie van frequentie en demping
Voor deze definitie wordt een afgeveerde massa M (kg) boven een aangedreven as of asstel in aanmerking genomen. De as of het asstel heeft tussen het wegdek en de afgeveerde massa een totale verticale stijfheid van K newton/meter (N/m) en een totale dempingscoëfficiënt van C newton per meter per seconde (N/ms). De verticale verplaatsing (doorbuiging) van de afgeveerde massa is Z.
De bewegingsvergelijking voor de vrije trilling van de afgeveerde massa is :
De trillingsfrequentie van de afgeveerde massa F (rad/sec) is :
De demping is kritisch wanneer C =Co
waarbij :
De dempingsgraad weergegeven als een breuk van de kritische demping is C/ Co
Tijdens vrije uittrilling van de afgeveerde massa zal de verticale beweging van de massa een gedempte sinusoidale baan volgen (figuur 2). De frequentie kan worden geraamd door de tijd te meten voor zoveel trillingscycli als kunnen worden waargenomen. De demping kan worden geraamd door de hoogte te meten van de opeenvolgende pieken van de trilling in dezelfde richting. Indien de piekamplitudes van de eerste en tweede trillingscycli A1 en A2 zijn, is de dempingsgraad D :
waarbij « ln » de natuurlijke logaritme van de amplitudeverhouding is.
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld waarbij « ln » de natuurlijke logaritme van de amplitudeverhouding is.
B) Testprocedure
Voor de experimentele bepaling van de dempingsgraad D, de dempingsgraad wanneer de hydraulische dempers zijn verwijderd, en de frequentie F van de vering, moet het beladen voertuig :
Figuur 1