HOOFDSTUK VIII Bijzondere bepalingen

naar index
inrichting Hdst 7 (3)
 
Inrichting (4)
naar mijn homepage

Art 77 SNELHEIDSBEGRENZER.
( « * » gewijzigd door het KB. 15-02-2006, aanpassing aan de EG richtlijn 2002/85/EG die richtlijn 92/6/EG wijzigt en richtlijn 2004/11/EG die richtlijn 92/24/EEG wijzigt
De wijzigingen gaan invoege op 7 maart 2006 )

Ter info:
Vanaf 1 jan. 2005 is de verkoop, registratie of het in het verkeer brengen van voertuigen zonder snelheidsbegrenzer of ingebouwde snelheidsbegrenzingssysteem verboden in de lidstaten. (richtlijn 2004/11/EG art. 2.2 tot wijziging van richtlijn 92/24/EEG)

1.1 *

1.2 *

2. De voertuigen moeten hiertoe:

Betreft de geconsolideerde wetgeving. (= aangepast aan de laatste wijziging 2004/11

Er wordt een PDF bestand geopend.

3.1

3.2

Bij de voertuigen, in dienst gesteld tussen 1 januari 1988 en 31 december 1993 en die voor 1 januari 1994 reeds met een snelheidsbegrenzer zijn uitgerust, moet de snelheidsbegrenzer enkel voldoen aan punten 7 en 8 van de bijlage I bij de hogervermelde Richtlijn 92/24/EEG.
De snelheidsbegrenzer dient in dit geval te worden ingesteld op de in punt 1 vermelde snelheden en verzegeld door een erkende installateur.

3.3 *

Wat betreft motorvoertuigen van categorie M2, voertuigen van categorie M3, met een maximummassa van meer dan 5 ton doch ten hoogste 10 ton en voertuigen van categorie N2, zijn de punten 1 en 2 ten laatste van toepassing op 1 juni 2006

Top of page

4. Zijn vrijgesteld van de in punt 1 voorgeschreven snelheidsbegrenzer de voertuigen:

5. Erkenning als installateur van snelheidsbegrenzers.

5.1 *

Ǥ 1. De installatie in een voertuig van een snelheidsbegrenzer goedgekeurd als technische eenheid, alsook het afstellen van de maximumsnelheid van een voertuig goedgekeurd volgens voornoemde Richtlijn 92/24/EEG, wordt uitgevoerd door een erkend installateur.

§ 2. De erkende installateurs mogen installaties verrichten van goedgekeurde modellen van snelheidsbegrenzers voor dewelke zij een opleiding gevolgd hebben en er de snelheid van afstellen. Bovendien mogen zij de controles van alle types van goedgekeurde snelheidsbegrenzers uitvoeren. De instructies betreffende de controle worden opgesteld door de Minister die het Vervoer onder zijn bevoegdheid heeft of zijn afgevaardigde.»

5.2 Om te worden erkend als installateur moet de aanvrager aan volgende voorwaarden voldoen:
«5.3.1. De aanvraag tot erkenning als installateur van snelheidsbegrenzers wordt ingediend bij het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid.
Het examen over de beroeps- en technische bekwaamheid van de aanvrager alsook het onderzoek naar het bezit van de nodige uitrusting, worden bij de aanvrager uitgevoerd door de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, hiertoe gemachtigd door de Minister of zijn afgevaardigde.
De erkenning wordt toegekend voor een periode van vier jaar. Een nieuwe erkenning wordt aangevraagd drie maand vóór de vervaldatum.

5.3.2. De hiertoe gemachtigde ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer kunnen te allen tijde en overal controles van de erkende installateurs uitvoeren.

De Koning kan, onder de voorwaarden bepaald in bijlage 21 van het voornoemde koninklijk besluit van 15 maart 1968, bevoegde instellingen erkennen om de in het eerste lid bedoelde controles uit te voeren. Deze instellingen zijn niet betrokken bij de fabricatie, de invoer of de verkoop van snelheidsbegrenzers en tachografen of hun onderdelen.
» *

5.4 Indien de aanvrager voldoet aan de in punt 5.2 vermelde voorwaarden wordt de erkenning toegekend door de «Minister die het Vervoer onder zijn bevoegdheid heeft» of zijn afgevaardigde.

5.5 De erkenning als installateur kan worden ingetrokken indien de houder niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden of indien de installatie, de afstelling of de verzegelingen niet gebeuren volgens de voorschriften.

5.6 De intrekking van de erkenning wordt door middel van ter post aangetekende brief ter kennis gebracht van de betrokkene.
Binnen de dertig dagen na de kennis geving van de weigering of van de intrekking van de erkenning kan de betrokkene bij een ter post aangetekende brief beroep instellen bij de «Minister die het Vervoer onder zijn bevoegdheid heeft».
De
«Minister die het Vervoer onder zijn bevoegdheid heeft» doet uitspraak binnen de dertig dagen na de verzending van de brief, na de betrokkene of zijn gevolmachtigde eventueel te hebben gehoord.

Het beroep heeft geen schorsende kracht.

«5.8 Te innen retributies voor de inspecties met het oog op de erkenning als installateur van snelheidsbegrenzers en voor het afleveren van het certificaat van erkenning :

Top of page

6. Installatie *

6.1 Indien voor de sturing van de snelheidsbegrenzer een signaal wordt afgenomen van de tachograaf mag slechts worden overgegaan tot de installatie van de snelheidsbegrenzer indien de installateur de goede werking van de tachograaf heeft gecontroleerd en de verzegelingen ervan niet zijn verbroken.

6.2 De installatie mag slechts gebeuren door een persoon voor wie een opleidingsattest werd afgeleverd zoals voorzien in punt 5.2

6.3 Op de snelheidsbegrenzer moeten verzegelingen worden aangebracht, voorzien van het aan de erkenningshouder toegekende identificatienummer, op de volgende plaatsen:

6.4 Register

6.4.1 Iedere installatie, herstelling of afstelling moet worden genoteerd in een register. Dit register moet worden bewaard door de installateur.
6.4.2 Het register moet op ieder ogenblik kunnen worden voorgelegd, op verzoek van de ambtenaren en beambten bedoeld in art 3 van de wet van 21 juli 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen.
6.4.3 Het model van het register wordt vastgelegd door de «Minister die het Vervoer onder zijn bevoegdheid heeft» of zijn afgevaardigde.
6.5 De «maximumsnelheid van het voertuig» dient te worden aangegeven op een duidelijk zichtbare plaat in de bestuurdersruimte van ieder voertuig.

7. Een defekte snelheidsbegrenzer of de gebrekkige werking ervan moet door een erkende isntallateur worden hersteld zodra de omstandigheden dit toelaten.

Indien het voertuig niet binnen de week na het defekt raken van het apparaat of het contateren van de gebrekkige werking ervan op de vestigingsplaats kan terugkeren, moet de herstelling onderweg gebeuren.

8. *

  1. « Met uitzondering van de hierboven in punt 4 opgesomde voertuigen die vrijgesteld zijn van een snelheidsbegrenzer, maken de voertuigen het voorwerp uit van een controle van de snelheidsbegrenzer door een erkend installateur bij het in verkeer of opnieuw in verkeer stellen van het voertuig, op vraag van een hiertoe gemachtigde ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, en tenminste om de twee jaar, ter gelegenheid van dewelke de installateur verplicht is het controleplaatje aan te brengen of te vernieuwen. Deze controle mag uitgevoerd worden na de inspectie of de controle van de tachograaf.
    Bij het aanbieden op de keuring, ten laatste op 31 december 2006, zijn alle voertuigen van de categorie N2, M2, N3 en M3, uitgerust met een controleplaatje voor snelheidsbegrenzer met een geldigheid van minder dan twee jaar.

  2. Afgezien van deze controles, zijn de instellingen belast met de keuring van de voertuigen in het verkeer, eveneens belast met de controle van de snelheidsbegrenzer en dit tenminste éénmaal per jaar. ».

Top of page

ART 78 AFWIJKINGEN.

§1. De Minister van Verkeerswezen of diens afgevaardigde kan, bij wijze van uitzondering, volgens de door hem vastgestelde voorwaarden en procedure:

1° de goedkeuring en het in het verkeer brengen van een voertuig als alleenstaand geval toelaten;

2° de hierna vermelde voertuigen geheel of gedeeltelijk vrijstellen van dit algemeen reglement:

  1. de voertuigen of slepen gebezigd voor bepaalde taken waarvan de uitvoering onmogelijk zou zijn wegens de toepassing van dit reglement;

  2. de voor uitzonderlijk vervoer bestemde voertuigen of slepen waarvan de massa in beladen toestand of de afmetingen hoger zijn dan de voorziene maxima;

  3. de voertuigen ingevoerd ter gelegenheid van een verhuizing door personen die zich in België vestigen;

  4. de voertuigen of slepen die op de openbare weg rijden om op een door de Minister van Verkeerswezen of diens afgevaardigde aangewezen plaats remproeven te ondergaan;

  5. de voertuigen ingeschreven op naam van een permanente vertegenwoordiging of van diplomaten, geaccrediteerd bij de Belgische regering door de Diensten van het Protocol van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

3° toelaten dat voertuigen of toebehoren, die een verbetering inzake constructie zijn of die goedgekeurd werden volgens regels, welke gelijkwaardig zijn aan of een beter resultaat opleveren dan de in deze reglementering vervatte regels, in het verkeer worden gebracht.

§2.

  1. De vraag om ontheffing moet aan het Bestuur van de Verkeersreglementering en van de Infrastructuur worden gericht samen met het bewijs van storting van een retributie van 500 F, voor bestuurskosten, op postrekening nr. "679-2006010-50 van het Bestuur van de Verkeersreglementering en van de Infrastructuur - Retributies - Wegverkeer - Technische Directie, Wetstraat 155, 1040 Brussel.

  2. De vergoeding wordt in geen geval terugbetaald.

  3. De aanvragen tot ontheffing, ingediend door minder-valide personen met het oog op de toelating tot het verkeer van voertuigen die omgebouwd zijn, in functie van hun gebrekkigheid voor persoonlijk gebruik evenals door de personen die hun voertuig ter gelegenheid van een verhuizing invoeren, zijn niet onderworpen aan de verplichting tot het betalen van de retributie voorzien onder a.

§3.

De gemeenteraden mogen aanvullende reglementen invoeren waarbij de toepassing van de bepalingen van dit algemeen reglement wordt geschorst of gewijzigd voor het verkeer tussen de laad- en loskaaien, de opslagplaatsen, de hangars en de magazijnen gelegen binnen de zee- of rivierhavens.

inrichting Hdst 7 (4)
 Top of page
Inwerkingtreding
naar index technisch reglement