|
![]() |
ART 32bis AFMETINGEN en MASSA'S van voertuigen waarvan de aanvraag tot goedkeuring ingediend is vanaf 1 JANUARI 1985.
Laatste wijziging punt 3.1.3.3 en 3.1.3.4 - KB 17-12-2008 BS. 22-01-2009 - invoege 1 febr. 2009
1. Algemene specificaties.
1.2.4. Toleranties :
1.2.4.2. Geen enkele tolerantie is toegestaan bij voertuigen van de klasse I.
1.2.5. Het nazicht van de afmetingen heeft plaats met het voertuig in rijklare toestand zonder lading.
Voor de combinaties van voertuigen moet de meting van de lengte geschieden met de twee voertuigen opgesteld in rechte lijn.
1.3. Wielbasis.
1.4. Massa's.
1.4.2. Bijzondere voorschriften.
1.4.3. Voor het meten van de massa's van voertuigen in gebruik, mag een meettolerantie van 2 % toegestaan worden op de maximale massa en van 5 % op verdeling van de massa's op de assen.
1.5. Andere bepalingen.
1.5.1. Geen enkel punt voor het center van de koppelingspen van een oplegger, indien deze vast is, mag zich bevinden buiten een denkbeeldige cylinder met een verticale as, welke door het center van de koppelingen gaat en een straal van 2,05 m heeft.
In het geval dat de koppelingspen tijdens de draaibeweging van het voertuig zich verplaatst, dient de constructeur te bewijzen dat de in vorige alinea vastgestelde regel tijdens de draaibeweging nageleefd wordt.
1.5.2. Bij een aslijn bestaande uit meerdere gedeelde assen (pendel-assen) is de maximale toegelaten verdraaing in het verticale dwarsvlak 25% per as.
1.5.3. De vertikale last onder de koppeling van een zich in rust en in horizontale stand bevindende eenassige aanhangwagen dient onder alle toegestane beladingsomstandigheden:
De toegepaste koppeling en de bevestigingsdelen aan de voertuigen dienen geschikt te zijn voor de opvang van de hierboven genoemde krachten.
1.5.4. De afstand gemeten in de lengterichting van het voertuig tussen het meest vooruitgelegen deel van een motorvoertuig met twee of meer assen en het middelpunt van het stuur mag niet meer dan 3,50 m bedragen.
1.6. Referentiemassa's.
De maximale toegelaten massa voor een aangedreven as is 12 000 kg. De maximale toegelaten massa voor een dragende as is 10 000 kg.
Bij een afstand van minder dan 1 m worden beide assen als een enkele as beschouwd.
Bij een afstand van meer of gelijk aan 1,8 m worden de assen beschouwd als afzonderlijke assen .
De maximale massa van de tandem mag niet meer bedragen dan 19 000 kg indien de afstand E kleiner is dan 1,3 m
De maximale massa van de tandem mag niet meer bedragen dan 20 OO0 kg indien de afstand E gelijk of groter is dan 1,3 m doch kleiner is dan 1,8 m
De maximale massa's van de dragende tandem, in functie van de afstand tussen de assen E, en volgens het type van ophanging zijn:
|
(E) |
ophanging |
ophanging |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Indien een van de afstanden, E 1 of E2, kleiner is dan 1 m wordt de groep van assen beschouwd als een tandem.
Indien beide afstanden, E1 en E2, kleiner zijn dan 1 m wordt de groep van assen beschouwd als een enkele as.
Indien een van de afstanden, E1 of E2 gelijk of groter zijn dan 1,8 m wordt de groep assen beschouwd als een tandem en een enkele as, de enkele as zijnde de buitenste van de groep van drie opeenvolgende assen met een afstand E gelijk of groter dan 1,8 m, in verhouding tot de meest nabijgelegen as.
Indien de afstanden, E1 en E2, gelijk zijn of groter zijn dan 1,8 m wordt de groep van assen beschouwd als drie afzonderlijke assen.
De maximale massa op een van de assen van de tridem mag niet meer bedragen dan 10 000 kg. De maximale massa van de tridem in functie van de kleinste afstand tussen de assen El of E2 en volgens het type van de ophanging zijn:
|
(E1, E2) |
ophanging |
ophanging |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1.6.5 Aslijn bestaande uit meerdere afzonderlijke assen (pendelassen).
De maximale massa per as is bepaald volgens de regels vastgesteld in punten 1.6.1. en 1.6.2.
2. Afmetingen en massa's van de voertuigen van de klasse 1.
2.1. Afmetingen.
2.2. Massa's
De maximale toegelaten massa zijn:
2.3. Bestreken baan.
De auto's en de slepen moeten zo gebouwd en ingericht zijn dat ze kunnen rijden in een ring gevormd door een buitencirkel met een straal van 12 m en een binnencirkel met een straal van 6,50 m zonder dat een deel van de auto of sleep buiten dit ringvormig oppervlak komt.
Daarenboven, wanneer de auto's of de slepen in deze ring langsheen de buitencirkel rijden, mag de uitzwaai ter hoogte van de achteras niet meer dan 0,50 m bedragen.
Deze voorschriften zijn van toepassing rekening houdend met de nominale waarden van de voertuigen. Bij het controleren van voertuigen in het verkeer, wordt een tolerantie toegepast van 50 mm op de breedte van de ring en van 20 mm op de uitzwaai.
2.3.2. Bepalingen van toepassing op voertuigen in nieuwe staat in het verkeer gebracht vanaf 1 juni 1987.
Een auto of een sleep moet zich zodanig kunnen bewegen dat, bij het met de voorzijde van de auto of van de sleep in-, door- en uitrijden van een cirkelbaan met een buitenstraal van 12,50 m, geen deel van de auto of van de sleep de raaklijn aan genoemde cirkelbaan met meer dan 0,80 m zal overschrijden en de breedte van de bestreken baan niet meer dan 7,20 m zal bedragen, en wel onder de volgende omstandigheden:
3. Afmetingen en massa's van de voertuigen van de klasse II.
3.1. Afmetingen.
3.1.2. De maximale hoogte is vastgesteld op 4 m.
3.1.3. De maximale lengte is vastgesteld als volgt:
3.1.3.1. voor de motorvoertuigen : 12 m.
3.1.3.2. voor de aanhangwagens, met uitsluiting van de opleggers : 12 m.
3.1.3.3. voor de opleggers :
3.1.3.4. voor de gelede voertuigen (trekker en oplegger) : 15,50 m.
Indien de oplegger beantwoordt aan de bepalingen van punt 3.1.3.3. van dit artikel, wordt de maximale lengte op 16,50 m. gebracht.
"Indien de oplegger beantwoordt aan de bepalingen van punt 3.1.3.3 a en b van dit artikel, wordt de maximale lengte op 16,50 m gebracht.
In dit geval mag bij gebruik van een stapelbare, gestandaardiseerde laadstructuur onder vorm van 45' container, met een maximale lengte van 13,72 m en een maximale breedte van 2,55 m, deze container niet meer dan 0,77 m over het achtereinde van de oplegger steken. In alle omstandigheden moeten de voorschriften van art. 55, §1, ten opzichte van de achterzijde van de container beschouwd als zijnde de achterkant van het voertuig nageleefd worden."
" " toegevoegd door KB 17-12-2008
"Indien de oplegger beantwoordt aan de bepalingen van punt 3.1.3.3 a. en c. van dit artikel, wordt de maximale lengte op 16,50 m gebracht.
In dit geval mag bij gebruik van een stapelbare, gestandaardiseerde laadstructuur onder vorm van 45' container, met een maximale lengte van 13,72 m en een maximale breedte van 2,55 m, wordt de maximale lengte, de container inbegrepen, op 17,27 m gebracht. Het voertuig verplaatst zich enkel voor nationaal en binnenlands wegverkeer met oorsprong, traject en bestemming in België en dit van of naar een internationale terminal."
" " toegevoegd door KB 17-12-2008
3.1.3.5. voor slepen (vrachtwagen en aanhangwagen) : 18,75 m indien de sleep voldoet aan de volgende voorwaarden:
Indien de sleep niet aan deze voorwaarden voldoet, wordt de maximale lengte beperkt tot 18 m.
Deze voorwaarden zijn verplichtend voor de slepen waarvan het trekkend voertuig in dienst is gesteld vanaf 17 september 1997 en voor alle slepen vanaf 1 januari 2007.
3.2. Massa's. De maximale toegelaten massa's zijn:
3.2.2.3. Aanhangwagens met 3 of meer assen: 30 000 kg.
3.3. Bestreken baan.
3.4. « Bepaling van de maximale toegelaten sleepbare massa van een motorvoertuig, al of niet een specifieke trekker, bestemd om een aanhangwagen te trekken.
4. Afmetingen en massa's van de voertuigen van de klasse III.
5. Landbouvoertuigen.
Nietemin is de maximum breedte vastgesteld op 3 m voor de landbouwvoertuigen die zich van de hoeve naar het veld en omgekeerd verplaatsen evenals voor het materieel van speciale constructie, voor zover deze voertuigen zich met een maximum snelheid van 30 km per uur verplaatsen .
De beweegbare of gemakkelijk afneembare buitenste delen moeten niettemin opgevouwen of verwijderd zijn om de breedte tijdens de verplaatsing op de openbare weg te verminderen.
Voor de landbouwaanhangwagens, bedoeld in artikel 2, §2. 9° en 10° van dit besluit, mag de maximale massa niet meer dan 8 ton bedragen.
6. Inwerkingtreding
7. overgangsperiode.
8.
![]() |
|
![]() |
|
|
|
|||||
|
|
|