HOOFDSTUK IV Autokeuring.

naar index
goedkeuring
 
De periodieke keuring
naar mijn homepage

ALGEMENE INFO

ART 23 AUTOKEURING

§1.

§2.

Uit te voeren keuringen (§2 is vervangen en in werking op 1 oktober 2005)

A. De keuringen omvatten de keuringen beschreven in bijlage 15 en de bijkomende keuringen waarin voorzien wordt in bijzondere reglementaire bepalingen.

B. Remdoelmatigheid van voertuigen in beladen toestand *

  1. Voor de voertuigen met een maximale toegelaten massa (MTM) van meer dan 3,5 ton, wordt tijdens de keuringen bedoeld in bijlage 15, punt B,1, de remdoelmatigheid geëvalueerd naargelang van de MTM.
  2. De voertuigen, waarvan de typegoedkeuring vóór 1 oktober 1981 plaatsvond en die, om redenen van hygiëne en/of veiligheid, niet mogen aangeboden worden met een lading, zijn echter niet onderworpen aan de remtest in beladen toestand.
  3. De meting van de remdoelmatigheid van een voertuig, al of niet met lastsimulatie, gebeurt door een rechtstreekse meting van de remkracht of door extrapolatie van de remkracht in functie van de cilinderdruk.
  4. De rechtstreekse metingen van de remkracht gebeuren tijdens :
    1. hetzij, de eerste aanbieding van het voertuig indien :
      • de massa van het voertuig in lege staat minstens 2/3 van de MTM bedraagt;
      • door lastsimulatie een dergelijke toestand kan verkregen worden;
      • het een voertuig voor personenvervoer betreft.
    2. hetzij, een tweede aanbieding van het voertuig met een deellading zodanig dat zijn massa minstens 2/3 van zijn MTM bedraagt. *
  5. Het bepalen van de remkracht door middel van extrapolatie is :
    1. toegelaten voor voertuigen aangeboden met een luchtdrukremsysteem dat minstens voldoet aan de bepalingen van de Europese richtlijn 71/320/EEG zoals gewijzigd door richtlijn 79/489/EEG en waarvan de massa van het voertuig in lege toestand minder bedraagt dan 2/3 van de MTM;
    2. verplicht voor de hiervoor bedoelde voertuigen die, om redenen van hygiëne en/of veiligheid, niet mogen aangeboden worden met een lading.
  6. Teneinde tijdens deze metingen een cilinderdruk bij de blokkeergrens van minstens 2 bar te bereiken, wordt, indien een dergelijke toestand niet kan bereikt worden door een systeem van lastsimulatie in het keuringstation, het voertuig aangeboden met een deellading zonder dat echter de massa van het voertuig de helft van het MTM overschrijdt. *
  7. Drukmeetpunten
    1. De voertuigen bedoeld in punt 3 waarvan de oorspronkelijke drukmeetpunten :
    2. niet gemakkelijk toegankelijk zijn vanaf de werkvloer, mogen uitgerust zijn met tijdelijke of permanente ontdubbelingsdrukmeetpunten;
    3. niet gemakkelijk toegankelijk zijn vanuit de inspectieput, zijn uitgerust met tijdelijke of permanente ontdubbelingsdrukmeetpunten.
    4. De ontdubbelingsdrukmeetpunten zijn aan de linker buitenzijde van het voertuig geplaatst en bevinden zich zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke en hun onderlinge afstand bedraagt minstens 80 mm.
    5. De ontdubbelingsdrukmeetpunten zijn conform de bepalingen van artikel 4 van de norm ISO 3583-1984.
    6. Definitieve ontdubbelingsdrukmeetpun-ten die permanent aan de remkring aangekoppeld blijven, maken er deel van uit en zijn geplaatst door de constructeur of een door hem erkende werkplaats.
    7. Tijdelijke ontdubbelingsdrukmeetpunten, maken geen deel uit van de remkring en worden verbonden met de originele drukmeetpunten.
      De daartoe gebruikte remleidingen zijn van een goedgekeurd type en hebben een diameter kleiner dan 10 mm.
      Tijdelijke ontdubbelingsdrukmeetpunten worden door de gebruiker van het voertuig aangebracht vóór dat het voertuig ter keuring wordt aangeboden en verwijderd kort na die keuring.
    8. De drukmeetpunten of hun ontdubbelingen moeten toegankelijk, functioneel en proper zijn.
    9. De tijdelijke verbindingen moeten zodanig vastgehecht zijn dat ze de goede werking van het voertuig niet hinderen.
    10. Boven elk ontdubbelingsdrukmeetpunt worden duidelijk en onuitwisbaar, met een letterhoogte van minimum 10 mm, de aanduidingen PCi of PCi,j,k aangebracht. De tekens i of i,j,k geven respectievelijk het volgnummer aan, van voor naar achter, van de door het drukmeetpunt bediende as of assen.
  8. Controle- en afstelplaatje.
    1. Tijdens de keuring wijst de bestuurder de plaats aan van het controle- en afstelplaatje voor de automatisch lastafhankelijke remkrachtregelaar (ALR) dat door de voertuigfabrikant op een goed zichtbare plaats werd aangebracht en dat de minimaal vereiste gegevens, bepaald in bijlage II van de Europese richtlijn 71/320/EEG, vermeldt.
    2. Bij voertuigen die geen mechanisch of pneumatisch aangestuurde ALR hebben, vb.voertuigen uitgerust met elektronisch gestuurd remsysteem (EBS), is de minimale verzekerde druk voor de extrapolatie vermeld door middel van een plaatje op het voertuig of eventueel op de technische fiche.
    3. Om welk plaatje het ook gaat, deze aanduidingen zijn duidelijk leesbaar en geen enkele verandering van de staat van het plaatje leidt tot verwarring.

C. Behoudens in de gevallen opgenomen in punt B., worden de voertuigen aangeboden zonder lading.

D. De Minister die de autokeuring onder zijn bevoegdheid heeft, of zijn gemachtigde, bepaalt de modaliteiten met betrekking tot de diverse uit te voeren keuringen. » (invoege 1 mei 2003)

* Toepassing van artikel 23, § 2, B, 4.b en 6 en van artikel 24, § 1 van het koninklijk besluit van 15 maart 1968
Voor voertuigen (MTM hoger dan 3,5 T) die voor de remtest met een lading worden aangeboden wordt het KB van 15 maart 1968, laatst gewijzigd bij KB van 17 maart 2003, als volgt verduidelijkt :

Brussel, 17 augustus 2005.
De Minister van Mobiliteit,
R. LANDUYT

Publicatie : 2005-10-03

§3.

("Titularis" is volgens Van Dale:
1 persoon die of voor zover hij of zij een bepaalde titel voert, een bepaald ambt bekleedt
2 <in België> klastitularis )
Ik versta hieronder dan :
Hij die het voertuig onder zijn verantwoordelijkheid heeft.
De kosten bij verkoop kunnen dus zowel door de koper als de verkoper betaald worden. De verkoper is dus niet verplicht het voertuig eerst ter keuring aan te bieden vooralleer hij het voertuig verkoopt.

§4.

§5.

§6.

§7.

    1. het inschrijvingsbewijs;
    2. het gelijkvormigheidsattest of het Europees gelijkvormigheidsbewijs;
    3. het identificatieverslag of de technische fiche.

ART 23bis

§1.

§2.

§3.

§4.

§5.

goedkeuring
top of page
De periodieke keuring
naar index technisch reglement