|
![]() |
ART 13 WIJZIGING EN VERBOUWING.
§1.
Elke wijziging van een prototype van chassis of zelfdragend voertuig, door de constructeur aangebracht bij de vervaardiging van een goedgekeurd model zodanig dat hierdoor enig gegeven van de aanvraag om goedkeuring wordt gewijzigd, moet ter kennis worden gebracht van het Bestuur van de Verkeersreglementering en van de Infrastructuur. Deze wijziging wordt bekrachtigd hetzij met een nieuw proces-verbaal van goedkeuring, hetzij met een bijlage of met een getuigschrift tot afwijking van dit laatste.
Elke verbouwing van een voertuig waardoor het niet meer overeenstemt met het procesverbaal van goedkeuring, wordt bekrachtigd met een getuigschrift waarbij afwijking wordt verleend van de erin vervatte gegevens. Wanneer de verbouwing echter wordt uitgevoerd door een andere persoon dan de constructeur of zijn gemachtigde, wordt het verzoek niet ingewilligd tenzij met de toestemming van de constructeur of zijn gemachtigde.
Het akkoord van de constructeur of diens gevolmachtigde is niet vereist ingeval de verbouwing bestaat in het toevoegen van onderdelen of het wijzigen of wegnemen van de benzinetank met het oog op het inbouwen van een LPG- of N.G.V.-installatie.
De verbouwingen die echter een grotere verkeersveiligheid als gevolg hebben mogen toegelaten worden door de Minister van Verkeerswezen of diens gemachtigde, op aanvraag van de verbouwer.
Procedure = toepassing omzendbrieven van 19 maart 2004 + 12 mei 2006.
§3.
Het verbouwen van de auto's tot aanhangwagens en andersom is niet toegestaan.
§4.
Verbouwingen van in dienst gestelde voertuigen welke strekken tot een verhoging van de maximale toegelaten massa zijn niet veroorloofd.
Dit verbod geldt niet voor de verbouwingen van chassis of zelfdragende voertuigen welke strekken tot het bekomen van de door de constructeur gewaarborgde massa's wanneer deze bij de goedkeuring werden verminderd en voor zover zulks wordt aangevraagd binnen drie maand na de afgifte van het proces-verbaal van goedkeuring.
§5.
Wanneer krachtens artikel 2 §2 1° en 2° sommige artikelen niet toepasselijk zijn op de voertuigen bedoeld op dezelfde melding, moeten de te vervangen onderdelen of deze welke een belangrijke herstelling moeten ondergaan na herstelling in overeenstemming zijn met de voorschriften van deze artikelen.
§6.
Wanneer een landbouwaanhangwagen zoals bedoeld in artikel 2§2, 8° en 9° en die het voorwerp heeft uitgemaakt van een bewijs geldend als proces-verbaal van goedkeuring en als gelijkvormigheidsattest, een zodanige wijziging ondergaat dat hierdoor enig gegeven van het bewijs wordt gewijzigd of het voorwerp uitmaakt van een overdracht, moet deze wijziging of deze overdracht ter kennis gebracht worden van het bestuur van het Vervoer. Deze wijziging of deze overdracht moet bekrachtigd worden door een nieuw bewijs afgeleverd onder de door de Minister van Verkeerswezen of zijn gemachtigde vastgestelde voorwaarden.
Art 14 GOEDKEURINGSKOSTEN.
§1.
De goedkeuringskosten en de afgifte van elk bijbehorend document zijn ten laste van de aanvrager en maken het voorwerp uit van een door de Minister van Verkeerswezen vastgestelde prijstabel .
De kosten voor proeven eventueel te doen bij de door het Bestuur van de Verkeersreglementering en van de Infrastructuur aangeduide organismen vallen ten laste van de aanvrager.
§2.
Voor de landbouwaanhangwagens zoals bedoeld in artikel 2§2, 8° en 9° duidt de Minister van Verkeerswezen de organismen aan, die bevoegd zijn inzake de samenstelling van het technisch dossier dat nodig is voor de aflevering van het bewijs dat als proces-verbaal van goedkeuring en als gelijkvormigheidsattest geldt.
De onkosten voor de samenstelling van het technisch dossier door de aangeduide organismen, evenals de onkosten voor de controle en het afleveren van elk document dat er betrekking op heeft, vallen ten laste van de aanvrager en worden door de Minister van Verkeerswezen vastgesteld.
Art 15 PUBLICITEIT.
§1.
De constructeurs, monteerders, invoerders en verkoopagenten mogen in hun publiciteit geen gewag maken van karakteristieken of prestaties die niet overeenkomen met die welke in het proces-verbaal van goedkeuring zijn aangegeven.
§2.
Het is verboden op de voertuigen massa's te vermelden die niet overeenkomen met deze welke in het proces-verbaal van goedkeuring zijn aangegeven.
Art 16 IDENTIFICATIE VAN DE VOERTUIGEN.
§1. Chassisnummer.
§2. Identificatieplaat.
Op een plaat die op een gemakkelijk te bereiken plaats aan het voertuig moet gelast of geklonken worden of op een plastic zelfklever die zichzelf vernietigt bij het verwijderen, moet de constructeur of de mandataris met onuitwisbare tekens vermelden:
hetzij 1°:
De gegevens van deze identificatieplaat moeten in één van de landstalen zijn opgesteld.
hetzij 2°
De assen moeten in dezelfde volgorde worden genummerd.
In geval van een oplegger, moet voor de eerste as als maximale toegelaten massa onder het steunpunt worden vermeld.
De constructeur mag het nummer van het proces-verbaal van goedkeuring ook vermelden op een plaatje dat geen deel uitmaakt van de identificatieplaat.
Bij aanhangwagens en opleggers moet de identificatieplaat zijn aangebracht op het chassis of, bij een zelfdragende carrosserie, op een belangrijk deel ervan.
Betreft het een in oude staat ingevoerd, voor het eerst in België in dienst gesteld voertuig, dan voorziet de invoerder van dat voertuig zelf het voertuig van de identificatieplaat beschreven onder 1°. Deze plaat mag nochtans slechts worden aangebracht op voorwaarde dat het betrokken voertuig, door de bouwer of de mandataris, reeds van een plaat werd voorzien waarop ten minste het merk, type en chassisnummer van het voertuig voorkomen.
De door de invoerder van het voertuig aangebrachte plaat moet, onder de door de Minister van Verkeerswezen vast te stellen voorwaarden, door een merkteken van een door hem erkend organisme voor de motorvoertuiginspectie worden gevalideerd.
§3.
Bij de landbouwaanhangwagens zoals bedoeld in artikel 2, §2, 8° en 9° gebeurt de identificatie van het voertuig door het aanbrengen van een metalen plaat, die op een gemakkelijk te bereiken plaats aan het voertuig moet gelast of geklonken worden. Deze identificatieplaat wordt aangebracht door het Bestuur voor Landbouwtechniek van het Ministerie van Landbouw. Op deze plaats zal vermeld worden:
1° indien het een aanhangwagen betreft, gebouwd door of voor rekening van een landbouwer:
- de meldingen: landbouwaanhangwagen ambachtelijke categorie
- het nr. van het PVG
- het chassisnummer
2° indien het een aanhangwagen betreft, gebouwd als eenmalig voertuig door een erkend constructeur:
- de meldingen: landbouwaanhangwagen eenmalige categorie
- het nr. van het PVG
- het chassisnummer.
|
|||||
|
|
|