Koninklijk besluit van 23 maart 1998
betreffende het rijbewijs.

Bijlage 5 : PRAKTISCH EXAMEN

Deze testen en beoordelingen treden in werking vanaf 5 september 2005
Laatste wijziging:
II.B.6, III.B.6, IV.B.6, V.B.6; gewijzigd KB. 23-12-2008 BS 30-12-2008 invoege 30 sept 2008

Rijvaardigheid en -gedrag
Beoordeling v/h examen
Categoerie A3 - Bromfietsen.
Categorie A
Categorie B en B+E
Categorie C, C1 + E
Categorie D, D1 + E
Proef op een terrein buiten de openbare weg

Proef op de openbare weg.

I.  RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG MET BETREKKING TOT DE CATEGORIE A3

Proef op een terrein buiten het verkeer :

1) Plaats en hantering van de bedieningsorganen

  1. Remmen;
  2. Versnellingen;
  3. Schakelaar van de motor;
  4. Gashandgreep of -pedaal;
  5. Geluidstoestel;
  6. Richtingaanwijzers;
  7. Schakelaar en verklikkerlichtjes voor de lichten;
  8. Alleen voor tweewielige bromfietsen : zijdelingse steunvoet of centrale steunvoet naar keuze van de kandidaat.

2) Manoeuvres voor tweewielige bromfietsen

  1. Slalom;
  2. In lussen rijden;
  3. Over een afstand van 10 m tussen twee evenwijdige lijnen stapvoets rijden;
  4. Plots remmen.

3) Manoeuvres voor bromfietsen met meer dan twee wielen

  1. In rechte lijn achteruitrijden;
  2. Keren in een straat;
  3. Vooruit in een garage rijden;
  4. Tussen twee voertuigen parkeren..

II.  RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG MET BETREKKING TOT DE CATEGORIE A

A. Proef op een terrein buiten het verkeer :
Manoeuvres

  1. De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het afstappen van het voertuig, zoals op de openbare weg;
  2. Voorafgaande controles
    1. Motorfiets op de standaard plaatsen;
    2. Correct dragen van beschermende uitrusting, zoals handschoenen, schoeisel, kleding en helm;
    3. Banden, remmen, stuurinrichting, noodstopschakelaar, ketting, oliepeil, lichten, reflectoren, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd.
  3. Motorfiets van de standaard halen, daarna in een U achteruitrijden en de motorfiets weer op de standaard plaatsen;
  4. Slalom;
  5. In lussen rijden;
  6. Bocht bij een snelheid van 30 km/u, daarna ontwijken bij een snelheid van 50 km/u. en precisieremmen;
  7. Stapvoets rijden;
  8. Bocht bij een snelheid van 30 km/u., daarna versnelling tot 50 km/u en plots remmen.

B. De proef op de openbare weg gaat over de volgende punten:

  1. Wegrijden na een stop in het verkeer, verlaten van een oprit;
  2. Rijden op rechte wegen, tegenliggers kruisen, ook bij wegversmallingen;
  3. Rijden door bochten;
  4. Oprijden en verlaten van snelwegen of vergelijkbare wegen, zo mogelijk;
  5. Inhalen en voorbijrijden : inhalen van andere voertuigen, obstakels voorbijrijden, ingehaald worden;
  6. Speciale verkeersinrichtingen, waaronder : rotondes, overwegen, tram- of bushaltes, voetgangersoversteekplaatsen, stijgende of dalende weg over een lange afstand, tunnels; (gewijzigd door: K.B. 23.12.2008, art. 9; inwerkingtreding: 30.12.2008)
  7. Beheersing van het voertuig : correct gebruik van de achteruitkijkspiegels en de lichten; correct gebruik van de koppeling, versnellingsbak, gaspedaal, reminrichting;
  8. Goed kijken : rondom kijken, correct gebruik van de achteruitkijkspiegels; dichtbij, verder weg, ver kijken;
  9. Voorrang verlenen op kruispunten en overwegen, bij het veranderen van richting of rijstrook en bij manoeuvres; naderen en oversteken van kruispunten;
  10. Juiste positie op de weg, de rijstroken, de rotondes en door bochten, volgens het type en de eigenschappen van het voertuig; voorsorteren;
  11. Veilige afstand : voldoende afstand bewaren voor en naast het voertuig; voldoende afstand bewaren ten opzichte van de andere weggebruikers;
  12. Snelheidsbeperkingen;
  13. Verkeerstekens en instructies van verkeersagenten;
  14. Het geven van signalen : signalen geven op de juiste momenten; correct reageren op signalen van andere weggebruikers.

III.  RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG MET BETREKKING TOT DE CATEGORIEËN B en B + E

A. Proef op een terrein buiten het verkeer :

Manoeuvres
Categorie B

  1. Voorafgaande controles
    1. Verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;
    2. Afstellen van de achteruitkijkspiegels, veiligheidsgordel en hoofdsteun;
    3. Nakijken of de portieren goed gesloten zijn;
    4. Banden, remmen, stuurinrichting, vloeistoffen, lichten, verluchting, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze
      gecontroleerd;
    5. De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het verlaten van het voertuig, zoals op de openbare weg;
  2. In rechte lijn achteruitrijden;
  3. Keren in een smalle straat;
  4. Achteruit parkeren en de parkeerplaats vooruit verlaten;

Categorie B + E

  1. Voorafgaande controles
    1. Verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;
    2. Afstellen van de achteruitkijkspiegels, veiligheidsgordel en hoofdsteun;
    3. Nakijken of de portieren goed gesloten zijn;
    4. Banden, remmen, stuurinrichting, vloeistoffen, lichten, verluchting, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd;
    5. Controle van het koppelmechanisme en de elektrische en remverbindingen;
    6. Controle van de veiligheid met betrekking tot de lading van het voertuig : koetswerk, plaatwerk, laaddeuren, manier van laden, vastzetten lading;
    7. De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het verlaten van het voertuig, zoals op de openbare weg;
  2. In rechte lijn achteruitrijden;
  3. Achteruitrijdend een bocht maken;
  4. Langs het trottoir parkeren;
  5. Achteruitrijden tot tegen een laadkaai;
  6. Koppelen en loskoppelen van de aanhangwagen : dit manoeuvre moet beginnen met het voertuig en de aanhangwagen naast elkaar.

B. De proef op de openbare weg gaat over de volgende punten :

  1. Wegrijden na een stop in het verkeer, verlaten van een oprit;
  2. Rijden op rechte wegen, tegenliggers kruisen, ook bij wegversmallingen;
  3. Rijden door bochten;
  4. Oprijden en verlaten van snelwegen of vergelijkbare wegen, zo mogelijk;
  5. Inhalen en voorbijrijden : inhalen van andere voertuigen, obstakels voorbijrijden, ingehaald worden;
  6. Speciale verkeersinrichtingen, waaronder : rotondes, overwegen, tram- of bushaltes, voetgangersoversteekplaatsen, stijgende of dalende weg over een lange afstand, tunnels; (gewijzigd door: K.B. 23.12.2008, art. 9; inwerkingtreding: 30.12.2008)
  7. Beheersing van het voertuig : correct gebruik van de achteruitkijkspiegels en de lichten, correct gebruik van de koppeling, versnellingsbak, gaspedaal, reminrichting, hoofdsteun, zitplaats, stuurinrichting;
  8. Zuinig en milieuvriendelijk rijden : letten op het motorregime en het schakelen, remmen en versnellen;
  9. Goed kijken : rondom kijken, correct gebruik van de achteruitkijkspiegels; dichtbij, verder weg, ver kijken;
  10. Voorrang verlenen op kruispunten en overwegen, bij het veranderen van richting of rijstrook en bij manoeuvres; naderen en oversteken van kruispunten;
  11. Juiste positie op de weg, de rijstroken, de rotondes en door bochten, volgens het type en de eigenschappen van het voertuig; voorsorteren;
  12. Veilige afstand : voldoende afstand bewaren voor en naast het voertuig, voldoende afstand bewaren ten opzichte van de andere weggebruikers;
  13. Snelheidsbeperkingen;
  14. Verkeerstekens en instructies van verkeersagenten;
  15. Het geven van signalen : signalen geven op de juiste momenten; correct reageren op signalen van andere weggebruikers;
  16. Remmen en stoppen : tijdig gas minderen, afremmen of stoppen, waarbij rekening moet worden gehouden met de omstandigheden; anticipatievermogen.

IV.  RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG MET BETREKKING TOT DE CATEGORIEËN C en C + E en DE SUBCATEGORIEËN C1 en C1 + E

A. Proef op een terrein buiten het verkeer :
Manoeuvres

  1. Voorafgaande controles voor de categorieën C en C + E en de subcategorieën C1 en C1 + E :
    1. Verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;
    2. Afstellen van de achteruitkijkspiegels, veiligheidsgordel en hoofdsteun;
    3. Zorgen dat de portieren gesloten zijn;
    4. Banden, remmen, stuurinrichting, lichten, reflectoren, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd;
    5. Controle van de rembekrachtiging en stuurinrichting, controle van de staat van de banden, wielmoeren, spatborden, voorruit, ruiten en ruitenwissers, vloeistoffen; controle en gebruik van het dashboard;
    6. Controle van de luchtdruk, luchttanks en de wielophanging;
    7. Controle van de veiligheid met betrekking tot de lading van het voertuig : koetswerk, plaatwerk, laaddeuren, eventueel laadmechanisme, cabineslot, manier van laden, vastzetten van de lading;
    8. De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het verlaten van het voertuig, zoals op de openbare weg;

      Bovendien voor de categorie C + E en de subcategorie C1 + E alleen :
      Controle van het koppelmechanisme en de elektrische en remverbindingen.

  2. Manoeuvres voor de categorie C en de subcategorie C1 :
    1. In een rechte lijn achteruitrijden;
    2. Achteruit in een garage rijden;
    3. Achteruitrijden tot tegen een laadkaai;

  3. Manoeuvres voor de categorie C + E en de subcategorie C1 + E :
    1. In rechte lijn achteruitrijden;
    2. Achteruitrijdend een bocht maken;
    3. Langs het trottoir parkeren;
    4. Achteruitrijden tot tegen een laadkaai;
    5. Koppelen en loskoppelen van de aanhangwagen of oplegger; dit manoeuvre moet beginnen met het voertuig en zijn aanhangwagen naast elkaar.

B. De proef op de openbare weg gaat over de volgende punten :

  1. Wegrijden na een stop in het verkeer, verlaten van een oprit;
  2. Rijden op rechte wegen, tegenliggers kruisen, ook bij wegversmallingen;
  3. Rijden door bochten;
  4. Oprijden en verlaten van snelwegen of vergelijkbare wegen, zo mogelijk;
  5. Inhalen en voorbijrijden : inhalen van andere voertuigen, obstakels voorbijrijden, ingehaald worden;
  6. Speciale verkeersinrichtingen, waaronder : rotondes, overwegen, tram- of bushaltes, voetgangersoversteekplaatsen, stijgende of dalende weg over een lange afstand, tunnels; (gewijzigd door: K.B. 23.12.2008, art. 9; inwerkingtreding: 30.12.2008)
  7. Beheersing van het voertuig : correct gebruik van de achteruitkijkspiegels en de lichten; correct gebruik van de koppeling, versnellingsbak, gaspedaal, reminrichting;
  8. Zuinig en milieuvriendelijk rijden, letten op het motorregime en het schakelen, remmen en versnellen;
  9. Goed kijken : rondom kijken, correct gebruik van de achteruitkijkspiegels; dichtbij, verder weg, ver kijken;
  10. Voorrang en voorrang verlenen op kruispunten, bij het veranderen van richting of rijstrook en bij manoeuvres; naderen en oversteken van kruispunten;
  11. Juiste positie op de weg, de rijstroken, de rotondes en door bochten, volgens het type en de eigenschappen van het voertuig; voorsorteren;
  12. Veilige afstand : voldoende afstand bewaren voor en naast het voertuig; voldoende afstand bewaren ten opzichte van de andere weggebruikers;
  13. Snelheidsbeperkingen;
  14. Verkeerstekens en instructies van verkeersagenten;
  15. Het geven van signalen : signalen geven op de juiste momenten; correct reageren op signalen van andere weggebruikers;
  16. Remmen en stoppen : tijdig gas minderen, afremmen of stoppen, waarbij rekening moet worden gehouden met de omstandigheden; anticipatievermogen;
  17. Controle van de laaddeuren, de ladingswijze en het vastmaken van de lading;
  18. Controleapparatuur.

V.  RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG MET BETREKKING TOT DE CATEGORIEËN D en D + E en DE SUBCATEGORIEËN D1 en D1 + E

A. Proef op een terrein buiten het verkeer :
Manoeuvres

  1. Voorafgaande controles voor de categorieën D en D + E en de subcategorieën D1 en D1 + E
    1. Verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;
    2. Afstellen van de achteruitkijkspiegels, veiligheidsgordel en hoofdsteun;
    3. Banden, remmen, stuurinrichting, lichten, reflectoren, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd;
    4. Controle van de rembekrachtiging en stuurinrichting, controle van de staat van de banden, wielmoeren, spatborden, voorruit, ruiten en ruitenwissers, vloeistoffen, controle en gebruik van het dashboard;
    5. Controle van de luchtdruk, luchttanks en de wielophanging;
    6. In staat zijn bijzondere maatregelen te treffen voor de veiligheid van het voertuig, controle van carrosserie, bedrijfsdeuren, nooduitgangen, EHBO-benodigdheden, brandblussers en andere veiligheidsvoorzieningen;
    7. Zorgen dat de portieren gesloten zijn;
    8. De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het verlaten van het voertuig, zoals op de openbare weg;

      Bovendien voor de categorie D + E en de subcategorie D1 + E alleen :
      1. Controle van het koppelmechanisme en de elektrische en remverbindingen;
      2. Controle van de veiligheid met betrekking tot de lading van het voertuig : koetswerk, plaatwerk, laaddeuren, manier van laden, vastzetten lading;

  2. Manoeuvres voor de categorie D en de subcategorie D1 :
    1. In een rechte lijn achteruitrijden;
    2. Achteruit in een garage rijden;
    3. Langs een trottoir parkeren.

  3. 3. Manoeuvres voor de categorieën D + E en D1 + E :
    1. In rechte lijn achteruitrijden;
    2. Achteruitrijdend een bocht maken;
    3. Langs het trottoir parkeren;
    4. Achteruitrijden tot tegen een laadkaai;
    5. Koppelen en loskoppelen van de aanhangwagen; dit manoeuvre moet beginnen met het voertuig en zijn aanhangwagen naast elkaar.

B. De proef op de openbare weg gaat over de volgende punten :

  1. Wegrijden na een stop in het verkeer, verlaten van een oprit;
  2. Rijden op rechte wegen; tegenliggers kruisen, ook bij wegversmallingen;
  3. Rijden door bochten;
  4. Oprijden en verlaten van autosnelwegen of vergelijkbare wegen, zo mogelijk;
  5. Inhalen en voorbijrijden : inhalen van andere voertuigen, obstakels voorbijrijden, ingehaald worden;
  6. Speciale verkeersinrichtingen, waaronder : rotondes, overwegen, tram- of bushaltes; voetgangersoversteekplaatsen, stijgende of dalende weg over een lange afstand, tunnels; (gewijzigd door: K.B. 23.12.2008, art. 9; inwerkingtreding: 30.12.2008)
  7. Beheersing van het voertuig : correct gebruik van de achteruitkijkspiegels en de lichten; correct gebruik van de koppeling, versnellingsbak, gaspedaal, reminrichting, veiligheidsgordel, hoofdsteun, stuurinrichting, zitplaats;
  8. Zuinig en milieuvriendelijk rijden : letten op het motorregime en het schakelen, remmen en versnellen;
  9. Goed kijken : rondom kijken, correct gebruik van de achteruitkijkspiegels; dichtbij, verder weg, ver kijken;
  10. Voorrang verlenen op kruispunten en overwegen, bij het veranderen van richting of rijstrook en bij manoeuvres; naderen en oversteken van kruispunten;
  11. Juiste positie op de weg, de rijstroken, de rotondes en door bochten, volgens het type en de eigenschappen van het voertuig; voorsorteren;
  12. Veilige afstand : voldoende afstand bewaren voor en naast het voertuig, voldoende afstand bewaren ten opzichte van de andere weggebruikers;
  13. Snelheidsbeperkingen;
  14. Verkeerstekens en instructies van verkeersagenten;
  15. Het geven van signalen : signalen geven op de juiste momenten; correct reageren op signalen van andere weggebruikers;
  16. Remmen en stoppen : tijdig gas minderen, afremmen of stoppen, waarbij rekening moet worden gehouden met de omstandigheden; anticipatievermogen;
  17. Controleapparatuur.


VI. WIJZE VAN BEOORDELING VAN HET EXAMEN

A. Proef op een terrein buiten het verkeer

Categorie A3 :
De proef wordt stopgezet indien de kandidaat niet voldoende vertrouwd is met de plaats en de hantering van de bedieningsorganen.

Voor alle categorieën en subcategorieën :
de manoeuvres worden beoordeeld met : « goed », « voorbehoud », « onvoldoende » of « slecht ».

De kandidaat wordt uitgesteld indien :

B. De proef op de openbare weg

De proef wordt volgens de volgende rubrieken beoordeeld :

  1. bediening van het voertuig
  2. plaats op de openbare weg
  3. bochten
  4. kruisen en inhalen
  5. richtingsverandering
  6. voorrang
  7. verkeerslichten en bevelen
  8. snelheid en verkeersinzicht
  9. gedrag ten overstaan van andere weggebruikers
  10. defensief rijden.

De rubrieken worden beoordeeld met « goed », « voorbehoud », « onvoldoende » of « slecht ».

De kandidaat wordt uitgesteld indien :