Koninklijk besluit van 23 maart 1998
betreffende het rijbewijs.

Bijlage 5 - Deze bijlage is geldig tot 4 september 2005

Praktisch examen - examen inzake rijvaardigheid en rijgedrag
Bijlage 5 is gewijzigd door het KB. van 15-07-2004 en treedt in werking op 5 september 2005

Proef op een terrein buiten het verkeer
Proef op de openbare weg : alle categorieën van voertuigen
Wijze van beoordelen van het examen.

I.  Proef op een terrein buiten het verkeer

a) Plaats en hantering van de bedieningsorganen :

  1. voorwielrem ;
  2. achterwielrem ;
  3. keuze van de versnellingen ;
  4. aan- en uitschakelaar van de motor ;
  5. gashandgreep ;
  6. geluidstoestel ;
  7. richtingaanwijzers ;
  8. schakelaar en verklikkerlichtjes voor de lichten (standlichten - dimlichten - grootlichten) ;
  9. zijdelingse steunvoet of centrale steunvoet naar keuze van de kandidaat ;
  10. ruitewissers ;
  11. gebruik van de tachograaf. [gew. KB 05-09-2002]

Categorie A3, A = 1 tot 9 ;
Categorieën A3 (met meer dan twee wielen), B en B+E = 6, 7, 8, 10 ;

Categorieën C, C+E, D en D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1 en D1+E = 6, 7, 8, 10. [gew. KB 05-09-2002]

b) Manoeuvres :

  1. rechts parkeren tussen twee voertuigen;
  2. halve draai, links of rechts, binnen een beperkte ruimte;
  3. links of rechts draaiend achteruit in een garage rijden en er vooruit uitrijden in de andere richting draaiend;
  4. in rechte lijn achteruit rijden;
  5. links of rechts draaiend vooruit in een garage rijden en er achteruit uitrijden in de andere richting draaiend;
  6. achteruitrijden tot tegen een laadkaai;
  7. opstellen tegen stoep;
  8. achteruitrijdend een bocht maken;
  9. slalom;
  10. plots remmen;
  11. in lussen rijden;
  12. over een smalle plank rijden met geringe snelheid;
  13. koppeling, ontkoppeling van de aanhangwagen;
  14. stapvoets rijden tussen twee evenwijdige lijnen over een afstand van 10 meter;
  15. de motorfiets op de standaard plaatsen en parkeren; daarna de motorfiets van de standaard halen, om met de motorfiets al lopend, zonder behulp van de motor, een U-draai te maken.

Categorie A3 = de manoeuvres voorzien onder 9, 10, 11, 12 ;

Categorie A = de manoeuvres voorzien onder 9, 10, 11, 12, 14, 15 ;

Categorieën A3 (met meer dan twee wielen) en B = 1, 2, 4, 5 ;

Categorie C en subcategorie C1 = 1, 3, 4, 6 ;

Categorie D en subcategorie D1 = 1, 3, 4, 7 ;

Categorieën B+E, C+E en D+E en subcategorieën C1+E en D1+E = 4, 6, 7, 8, 13.

Naar boven


II.  Proef op de openbare weg : alle categorieën van voertuigen

  1. bediening van het voertuig en gebruik van de achteruitkijkspiegels en de veiligheidsgordel;
  2. plaats op de openbare weg;
  3. bochten;
  4. kruisen en inhalen;
  5. richtingsveranderingen;
  6. voorrang;
  7. verkeerslichten en bevelen, verkeersborden en wegmarkeringen;
  8. snelheid en verkeersinzicht;
  9. starten op een helling;
  10. het gedrag ten overstaan van andere weggebruikers en het voldoende afstand houden tussen de voertuigen;
  11. in acht nemen van de signalisatie met betrekking tot deze rubrieken;
  12. gedrag ter voorkoming van ongevallen.
  13. gebruik van de tachograaf B enkel voor de categorieën C, C+E, D en D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1 en D1+E. [gew. KB 05-09-2002]

Naar boven


III. Wijze van beoordeling van het examen

Het examen bestaat uit twee proeven :

a) proef op een terrein buiten het verkeer.

De proef wordt stopgezet indien de kandidaat niet voldoende vertrouwd is met de plaats en de hantering van de bedieningsorganen.

De manoeuvres worden beoordeeld met : «goed», «voorbehoud», «onvoldoende» of «slecht».

De kandidaat wordt uitgesteld indien :

b) proef op de openbare weg

Elk der rubrieken, vermeld onder II wordt beoordeeld met : «goed», «voorbehoud», «onvoldoende» of «slecht».

De kandidaat wordt uitgesteld indien :

Naar boven