23 MAART 1998. - Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs

to my homepage Retributies
Inhoudstabel

TITEL VII: Opheffingsbepalingen, overgangsbepalingen en inwerkingtreding

Laatste wijziging:
Art 90; gewijzigd KB. 23-12-2008 BS 30-12-2008 invoege 30 sept 2008

Artikel 84

Worden opgeheven :

1° het koninklijk besluit van 6 mei 1988 betreffende de indeling van voertuigen in categorieën, het rijbewijs, de rechterlijke beslissingen houdende vervallenverklaring van het recht tot sturen en de voorwaarden voor erkenning van de scholen voor het besturen van motorvoertuigen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 september 1988, 19 december 1988, 28 januari 1991, 18 juli 1991 en 19 juli 1993;

2° het koninklijk besluit van 20 september 1991 betreffende de geneeskundige schifting en het geneeskundig toezicht op de bestuurders van motorvoertuigen, gewijzigd door het koninklijk besluit van 7 april 1995 ;

3° de voorschriften van 5 november 1964 betreffende de uitreiking van het bij het Verdrag van 19 november 1949 nopens het wegverkeer voorgeschreven internationale rijbewijs, gewijzigd door de voorschriften van 16 juli 1976.

Artikel 85

De bewijzen van geneeskundige schifting waarvan het model bepaald is in bijlage 11 blijven geldig tot de op het document vermelde uiterste geldigheidsdatum voor het besturen van de voertuigen bedoeld in de artikelen 42 en 43.

Bij het verstrijken van de geldigheid van het bewijs van geneeskundige schifting moet de houder van een rijbewijs bedoeld in artikel 42 en 43 het onderzoek voorgeschreven in artikel 42 ondergaan ; hij bekomt een nieuw rijbewijs, geldig voor de duur vermeld op het attest bedoeld in artikel 44, § 5, zonder zich te moeten onderwerpen aan de scholing en zonder een nieuw theoretisch en praktisch examen te moeten afleggen. De procedure voorgeschreven in artikel 49 is van toepassing.

Voor de verloren, gestolen, beschadigde, onleesbare of tenietgegane bewijzen van geneeskundige schifting of in geval van adresverandering wordt een duplicaat afgegeven door de Minister of zijn gemachtigde op vertoon van een aanvraag om duplicaat waarvan het model bepaald is door de Minister. Voor de afgifte van een duplicaat wordt een retributie van tweehonderd frank betaald; de aanvrager betaalt de retributie door middel van plakzegels van het type dat voorgeschreven is voor de inning van zegelrechten.

De aanvragen om een bewijs van geneeskundige schifting en de voorlopige attesten afgegeven in toepassing van de bepalingen bedoeld in artikel 84, 2° worden gelijkgesteld met het attest bepaald in artikel 44, § 5.

Artikel 86

§1. De rijbewijzen geldig voor de categorieën C, CE, D en DE, afgegeven vóór 1 januari 1989 blijven geldig gedurende een termijn van vijf jaar en zes maand, te rekenen vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit besluit.

Het rijbewijs wordt hernieuwd op vertoon van een attest bedoeld in artikel 44, § 5.

Een nieuw rijbewijs wordt afgegeven, overeenkomstig de procedure voorgeschreven in artikel 49, zonder dat de aanvrager gehouden is om zich te onderwerpen aan de scholing en een nieuw theoretisch en praktisch examen te ondergaan.

Het nieuw rijbewijs is geldig voor de duur aangeduid op het attest bedoeld in het tweede lid.

§2. De houder van een rijbewijs bedoeld in § 1, eerste lid, die een van de vervoersdiensten bepaald in artikel 43 uitvoert, is gehouden, als hij geen houder is van een nog geldig bewijs van geneeskundige schifting en conform aan het model vastgesteld in bijlage 11, om een onderzoek voorgeschreven in artikel 42 te ondergaan.

Een nieuw rijbewijs wordt afgegeven zonder dat de aanvrager gehouden is om zich te onderwerpen aan de scholing en zonder een nieuw theoretisch en praktisch examen af te leggen. De procedure voorgeschreven in artikel 49 is van toepassing.

Het nieuw rijbewijs is geldig voor de duur aangeduid op het attest bedoeld in artikel 44, § 5..

Artikel 87

De voorlopige rijbewijzen en de leervergunningen afgegeven vóór de inwerkingtreding van dit besluit blijven geldig tot de op het document vermelde uiterste geldigheidsdatum. De geldigheidsduur van het voorlopige rijbewijs model 3 geldig voor de categorie A3, A2, A1, BE, C, CE, D of DE, dat nog geldig is op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit besluit, wordt evenwel op twaalf maanden gebracht.

De houder van een voorlopig rijbewijs geldig voor de categorie A2 en de houder van een voorlopig rijbewijs geldig voor de categorie A1 die minder dan 21 jaar is, mogen slechts motorfietsen besturen met een vermogen van minder of gelijk aan 25 kW of een vermogen/ gewichtsverhouding van minder of gelijk aan 0,16 kW/kg.

In geval van afgifte van een duplicaat of van verandering van begeleider wordt een voorlopig rijbewijs of een leervergunning conform het model van bijlage 2 of van bijlage 3 afgegeven volgens de bepalingen voorgeschreven in artikel 78. De houder van een voorlopig rijbewijs geldig voor de categorie A2 en de houder van een voorlopig rijbewijs geldig voor de categorie A1, die minder dan 21 jaar is, verkrijgen evenwel een voorlopig rijbewijs met de vermelding «A ≤ 25 kW of ≤  0,16 kW/kg».

Artikel 88

De aanvragen om een rijbewijs, met vermelding van het slagen voor het theoretische examen en het praktische examen, afgegeven vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit laten toe om gedurende een periode van drie jaar te rekenen vanaf die datum, een rijbewijs te verkrijgen overeenkomstig de regels voorgeschreven in artikel 78. Evenwel, de aanvraag om een rijbewijs geldig voor de categorie A2 en de aanvraag om een rijbewijs geldig voor de categorie A1 waarvan de houder minder dan 21 jaar is laten toe om een rijbewijs geldig voor de voertuigen van de categorie A met een vermogen van minder of gelijk aan 25 kW of een vermogen/gewichtsverhouding van minder of gelijk aan 0,16 kW/kg te verkrijgen.

De aanvragen om een rijbewijs, met vermelding van het slagen voor het theoretische examen en de aanvragen om een voorlopig rijbewijs en een leervergunning, afgegeven vóór de inwerkingtreding van dit besluit, worden gelijkgesteld respectievelijk met de aanvragen om een rijbewijs of met de aanvragen om een voorlopig rijbewijs of een leervergunning, afgegeven in toepassing van de bepalingen van dit besluit. De aanvragen om een voorlopig rijbewijs voor de categorie A2 laten toe om een voorlopig rijbewijs met de vermelding «A ≤ 25 kW of ≤ 0,16 kW/kg» te verkrijgen; dezelfde regel is van toepassing als de aanvraag om een voorlopig rijbewijs geldig voor de categorie A1 voorgelegd wordt door een kandidaat van minder dan 21 jaar.

Artikel 89

De houder van een buitenlands nationaal rijbewijs dat niet beantwoordt aan de voorwaarden voorgeschreven in artikel 27, 2° en de houder van een internationaal rijbewijs die geslaagd zijn voor de theoretische en praktische examen vóór de inwerkingtreding van dit besluit, verkrijgen een rijbewijs zonder dat ze onderworpen zijn aan de scholing voorgeschreven in artikel 5, § 1.

De houder van een voorlopig rijbewijs model 3, geldig voor de categorie B, waarvan de geldigheid verstreken is voor de inwerkingtreding van dit besluit ten gevolge van een veroordeling tot een verval van het recht tot sturen kan een voorlopig rijbewijs model 1 of model 2 verkrijgen.

Artikel 90

In afwijking van de bepalingen van artikel 38, §§ 4 tot 12, mogen de praktische examens tot "30 september 2013" afgelegd worden met een voertuig dat voor de eerste keer voor 5 september 2005 ingeschreven werd en aan de volgende voorwaarden voldoet : (" " gewijzigd door: K.B. 23.12.2008, art. 7; inwerkingtreding: 30.12.2008)

het praktische examen voor het behalen van een rijbewijs voor de categorie B + E mag afgelegd worden met een samenstel, bestaande uit een voertuig van de categorie B dat beantwoordt aan de voorwaarden voorgeschreven in artikel 38, § 3, en een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van ten minste 1.000 kg, met een lengte van ten minste 9 m en dat niet behoort tot de categorie B en dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 100 km/u. bereikt.
De kast van de aanhangwagen moet een breedte hebben van ten minste 1,6 m en een hoogte van ten minste 1,5 m, berekend vanaf de grond en moet voorzien zijn van een gesloten opbouw;

het praktische examen voor het behalen van een rijbewijs voor de categorie C mag afgelegd worden met een voertuig behorend tot de categorie C waarvan de maximale toegelaten massa ten minste 12.000 kg en de lengte ten minste 9 m bedraagt en dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereikt.
Het voertuig moet voorzien zijn van een gesloten opbouw en van een tachograaf als bedoeld in de Verordening (EEG) nr. 3821/85.
Het voertuig moet een lading hebben waarvan het gewicht ten minste gelijk is aan de helft van het nuttige laadvermogen van het voertuig. De examinator kan, indien nodig, overgaan tot een weging van het voertuig. De lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken. De lading moet degelijk vastgemaakt zijn;

het praktische examen voor het behalen van een rijbewijs voor de categorie C + E mag afgelegd worden met een voertuig dat beantwoordt aan de in a) of in b) gestelde eisen :

a) geleed voertuig met een gesloten opbouw, waarvan de maximale toegelaten massa ten minste 18.000 kg en de lengte ten minste 14 m bedraagt en dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u bereikt. Het voertuig moet met een tachograaf als bedoeld in de Verordening (EEG) nr. 3821/85 uitgerust zijn;

b) samenstel, bestaande uit een voertuig van de categorie C dat beantwoordt aan de voorwaarden gesteld in 2°, en een aanhangwagen, voorzien van een gesloten opbouw, met een lengte van ten minste 5 m, dat een maximale toegelaten massa van ten minste 18.000 kg en een lengte van ten minste 14 m heeft en dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereikt.
Het voertuig en het samenstel bedoeld in a) en b) moeten een lading hebben waarvan het gewicht ten minste gelijk is aan de helft van het nuttige laadvermogen van het voertuig of van het samenstel. De examinator kan, indien nodig, overgaan tot een weging van het voertuig of van het samenstel. De lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken. De lading moet degelijk vastgemaakt zijn en, in het in b) bedoeld geval, verdeeld zijn over het trekkende voertuig en de aanhangwagen;

het praktische examen voor het behalen van een rijbewijs voor de categorie D mag afgelegd worden met een voertuig behorend tot de categorie D waarvan de lengte ten minste 10 m bedraagt en dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereikt.
Het voertuig moet uitgerust zijn met een tachograaf als bedoeld in de Verordening (EEG) nr. 3821/85;

het praktische examen voor het behalen van een rijbewijs voor de categorie D+E mag afgelegd worden met een samenstel, bestaande uit een voertuig van de categorie D dat beantwoordt aan de in 4° voorgeschreven voorwaarden en een aanhangwagen voorzien van een gesloten opbouw, met een maximale toegelaten massa van ten minste 1.500 kg, dat een lengte van ten minste 14 m heeft en dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u bereikt;

het praktische examen voor het behalen van een rijbewijs voor de subcategorie C1 mag afgelegd worden met een voertuig van de subcategorie C1, waarvan de maximale toegelaten massa ten minste 5.500 kg en de lengte ten minste 5,5 m bedraagt en dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u bereikt.
Het voertuig moet van een gesloten opbouw en van een tachograaf als bedoeld in de Verordening (EEG) nr. 3821/85 voorzien zijn.
Het voertuig moet een lading hebben waarvan het gewicht ten minste gelijk is aan de helft van het nuttige laadvermogen van het voertuig. De examinator kan, indien nodig, overgaan tot een weging van het voertuig. De lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken. De lading moet degelijk vastgemaakt zijn;

het praktische examen voor het behalen van een rijbewijs voor de subcategorie C1 + E mag afgelegd worden met een samenstel,bestaande uit een voertuig van de subcategorie C1, dat beantwoordt aan de voorwaarden gesteld in 6°, en een aanhangwagen, voorzien van een gesloten opbouw, met een maximale toegelaten massa van ten minste 2.500 kg, dat een lengte van ten minste 9 m heeft en op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereikt.
Het samenstel moet een lading hebben waarvan het gewicht ten minste gelijk is aan de helft van het nuttige laadvermogen van het samenstel. De examinator kan, indien nodig, overgaan tot een weging van het samenstel. De lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken.
De lading moet degelijk vastgemaakt zijn en verdeeld zijn over het trekkende voertuig en de aanhangwagen;

het praktische examen voor het behalen van een rijbewijs voor de subcategorie D1 mag afgelegd worden met een voertuig van de subcategorie D1, dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u bereikt.
Het voertuig moet met een tachograaf als bedoeld in de Verordening (EEG) nr. 3821/85 uitgerust zijn;

het praktische examen voor het behalen van een rijbewijs voor de subcategorie D1 + E mag afgelegd worden met een samenstel, bestaande uit een voertuig van de subcategorie D1, dat beantwoordt aan de voorwaarden bedoeld in 8°, en een aanhangwagen, voorzien van een gesloten opbouw, met een maximale toegelaten massa van ten minste 1.500 kg, dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u bereikt.

Artikel 90bis

In afwijking op het bepaalde in de bijlage 6, III, 2.5, dienen de houders van een rijbewijs, dat werd afgegeven vóór 1 oktober 1998 en dat geldig is gemaakt voor de categorieën van groep 2, bepaald in bijlage 6, I, 1.3° een gezichtsscherpte te hebben van minstens 8/10, met beide ogen open, eventueel met de optische correctie die de houder moet dragen; de gezichtsscherpte gemeten met elk oog afzonderlijk en zonder optische correctie moet minstens 1/20 bedragen.

Artikel 90ter

§1. Het rijgetuigschrift voor landbouwtractor, bedoeld in bijlage 12 wordt, tot en met 31 augustus 2007, afgeleverd aan de kandidaat die voor het theoretische examen voor de categorie G, bedoeld in artikel 32, is geslaagd.

§2. De bestuurders van voertuigen van de categorie G, geboren vóór 1 september 1986 en de bestuurders van voertuigen van de categorie G, houders van een rijbewijs geldig voor ten minste de categorie B of van het in bijlage 12 bedoeld getuigschrift zijn, tot en met 31 december 2008, vrijgesteld om houder te zijn van een rijbewijs geldig voor de categorie G en dit ook bij zich te hebben indien zij van de hoeve naar het veld rijden en omgekeerd.

De bestuurders bedoeld in het eerste lid zijn vrijgesteld, tot en met 31 augustus 2007, van de scholing, bedoeld in artikel 5 met het oog op het bekomen van het rijbewijs G. Ze zijn evenwel vrijgesteld van de verplichting houder en drager te zijn van een rijbewijs geldig voor de categorie G wanneer zij het praktische examen afleggen en zich naar het examencentrum begeven om dit examen af te leggen en ervan terugkeren.

§3. De rijbewijzen geldig voor de categorie B, B+E, C1+E of C afgeleverd voor 15 september 2006 laten het besturen van voertuigen van de categorie G met een gelijke maximale toegelaten massa toe.

De houders van een rijbewijs geldig voor de categorie B en van een rijgetuigschrift voor landbouwtractor, afgeleverd voor 15 september 2006 bekomen een rijbewijs geldig voor de categorie G zonder een opleiding te moeten volgen, noch het slagen voor een theoretisch of praktisch examen.

Artikel 90quater wordt opgeheven vanaf 1 maart 2007

Het rijbewijs, geldig verklaard voor de categorie B en afgegeven vóór 1 september 2001, laat het besturen van voertuigen van de categorie A met een maximale cilinderinhoud van 125 cm3 en met een maximaal vermogen van 11 kW toe.

Artikel 91

Treden in werking op 1 oktober 1998 :

1° de artikelen 23 en 36 van de wet van 18 juli 1990 tot wijziging van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968 en de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen;

2° dit besluit.

Artikel 92

Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Onze Minister van Volksgezondheid, Onze Minister van Buitenlandse Zaken, Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Landsverdediging en Onze Staatssecretaris voor Veiligheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Retributies
Inhoudstabel