![]() |
![]() |
|
TITEL III. - Het rijbewijs HOOFDSTUK I. Toepassingsveld
§ 1. Een Belgisch rijbewijs kunnen verkrijgen :
1° de personen die ingeschreven zijn in het bevolkingsregister, in het vreemdelingenregister of het wachtregister van een Belgische gemeente en die houder zijn van een van de volgende in België afgegeven geldige documenten :
2° de personen die het bewijs leveren van hun inschrijving in een Belgische onderwijsinstelling gedurende een periode van ten minste zes maanden en die houder zijn van het geldige verblijfsdocument bedoeld in bijlage 33 van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
3° de personen die houder zijn van een van de volgende in België afgegeven geldige documenten:
§ 2.
De personen bedoeld in §1, 1° mogen slechts een motorvoertuig besturen op basis van een Belgisch rijbewijs of op basis van een [onder de voorwaarden van artikel 27, 2°, afgegeven](wijziging KB 15-07-2004) Europees rijbewijs, geldig voor de categorie of de subcategorie waartoe het voertuig behoort.
De overige bestuurders van motorvoertuigen moeten houder zijn van een Belgisch, een Europees of een buitenlands rijbewijs, nationaal of internationaal, dat afgegeven is onder de voorwaarden die inzake internationaal wegverkeer van toepassing zijn en geldig is voor de categorie of subcategorie waartoe het voertuig behoort. Die bestuurders dienen een zodanig rijbewijs bij zich te hebben.
De bestuurders, houder van een Europees rijbewijs of van een nationaal of internationaal buitenlands rijbewijs moeten de leeftijd bereikt hebben die vereist is overeenkomstig de bepalingen van artikel 18 voor de afgifte van rijbewijzen.
Art. 4. Zijn ontslagen van de verplichting houder te zijn van een rijbewijs en het bij zich te hebben :
1° de bestuurders die « overeenkomstig de bepalingen van dit besluit of van het besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B » het praktische examen afleggen of met het oog daarop een scholing volgen. « ... » gewijzigde tekst, invoege vanaf 1 sept 2006 gewijzigd door KB. 10-07-2006
Deze vrijstelling geldt eveneens wanneer zij zich naar het examencentrum begeven om het examen af te leggen en ervan terugkeren voor :
2° de leerlingen van een rijschool die met bijstand van een instructeur een voertuig besturen dat bestemd is voor het onderricht;
3° de kandidaten die deelnemen aan het praktische examen bepaald in artikel 48, § 2, derde lid. Deze vrijstelling geldt tevens om zich naar het examencentrum te begeven teneinde er examen af te leggen en ervan terug te keren;
4° de bestuurders van voertuigen van de categorie D of D+E en van de subcategorie D1 of D1+E, in dienst van de ondernemingen voor openbaar vervoer, die de opleiding volgen die door deze ondernemingen wordt verstrekt en waarvan het programma door de Minister wordt goedgekeurd;
5° de kandidaten "houders van een rijbewijs tenminste geldig voor de categorie B", die met het oog op het behalen van het rijbewijs geldig voor de categorie C, C+E, D of D+E of voor de subcategorie C1, C1+E, D1 of D1+E, de opleiding volgen waarvan het programma is goedgekeurd door de Minister en georganiseerd wordt door : (" " toegevoegd door : K.B. 23.12.2008, art. 4,a; inwerkingtreding : 30.12.2008)
6° de leden van de lokale politie die kandidaat zijn voor een rijbewijs geldig voor de [ categorieën A3, A, C, C+E, D of D+E of voor de subcategorieën C1, C1+E, D1 of D1+E ] gedurende de scholing in een politieschool, waarvan het programma is goedgekeurd door de Minister; [gew. KB 24-08-2007]
7° de kandidaten die met het oog op het behalen van een rijbewijs geldig voor de categorieën B, B+E, C, C+E en voor de subcategorieën C1 en C1+E of voor de categorieën B, B+E, D, D+E en voor de subcategorieën D1 en D1+E in de derde graad van het secundaire beroepsonderwijs de opleiding " bestuurders van vrachtwagens " of " bestuurders van autobussen en autocars " volgen waarvan het programma door de Minister is goedgekeurd;
8° de bestuurders die houder zijn van, en tevens bij zich hebben, een Belgisch militair rijbewijs geldig voor het besturen van legervoertuigen die zij gemachtigd zijn te besturen krachtens dit document. Deze vrijstelling geldt eveneens tijdens de scholing en het examen met het oog op het behalen van dit rijbewijs;
9° [ De leden van de federale politie die kandidaat zijn voor het rijbewijs voor de categorie A3, A, B, B+E, C, C+E, D of D+E of voor de subcategorie C1, C1+E, D1 of D1+E gedurende de opleiding die zij volgen in een school van de federale politie, waarvan het programma door de Minister goedgekeurd is; ] [gew. KB 05-09-2002]
10° de bestuurders van bromfietsen; deze vrijstelling geldt niet voor de bestuurders van bromfietsen klasse B die geboren zijn na 14 februari 1961 en die houder zijn van een der documenten bedoeld in artikel 3 §1;
11° [opgeheven KB 01-09-2006 vanaf 15 sept 2006]
12° de bestuurders, geboren vóór 1 oktober 1982 en de bestuurders die aan de voorwaarden van artikel 3 niet beantwoorden, van voertuigen van de categorie G en van voertuigen voor traag vervoer omschreven in artikel 1 §2, 15 (wettekst zegt 1§1,15 is fout) van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen; gewijzigd, invoege vanaf 1 sept 2006 gewijzigd door KB. 01-09-2006
13° de gehandicapten die een voertuig besturen uitgerust met een motor die niet toelaat zich sneller dan stapvoets voort te bewegen; (wordt opgeheven door : K.B. 23.2.2007, art. 19.2°; inwerkingtreding : 15.3.2007)
14° de bestuurders van een motorvoertuig hen ter beschikking gesteld door het centrum bedoeld in artikel 45, waartoe zij zich hebben gewend voor het bepalen van hun geschiktheid voor het besturen van een motorvoertuig, alsmede om te vernemen welke aanpassingen aan hun eigen voertuig moeten worden aangebracht, gedurende de test op de openbare weg.
15° de kandidaten die, met het oog op het behalen van het rijbewijs geldig voor de categorie C en C + E en voor de subcategorie C1 en C1 + E, de door het onderwijs voor sociale promotie georganiseerde opleiding « vrachtwagenchauffeur » volgen, waarvan het programma is goedgekeurd door de Minister. (toegevoegd KB. 22-03-2004 BS 11-05-2004)
« 16° de bestuurders van voertuigen van de categorie G die de opleiding « bestuurder van landbouwvoertuigen » waarvan het programma door de Minister werd goedgekeurd, in een landbouwschool of een landbouwopleidingscentrum volgen. » toegevoegd, invoege vanaf 15 sept 2006 gewijzigd door KB. 01-09-2006
« 17° de bestuurders die het praktisch examen bedoeld in de artikelen 38 tot en met 42 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E afleggen of met het oog daarop scholing volgen; » toegevoegd, invoege vanaf 10 sept 2008 gewijzigd door KB. 04-05-2007
« 18° de bestuurders die houder zijn van een geldig voorlopig rijbewijs vakbekwaamheid in de zin van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E. » toegevoegd, invoege vanaf 10 sept 2008 gewijzigd door KB. 04-05-2007
![]() |
|
|
|||||
|
|
|