![]() |
![]() |
|
TITEL III. - Het rijbewijs
HOOFDSTUK IV. Examens Afdeling V. - Praktisch examen
Documenten die je bij moet hebben vooralleer het examen kan beginnen.
Om toegelaten te worden tot het praktische examen voor het behalen van een rijbewijs geldig voor de categorie C, C+E, D of D+E of voor de subcategorie C1, C1+E, D1 of D1+E legt de kandidaat voor:
1° een der documenten bedoeld in artikel 3, § 1;
2° het Belgische of Europese rijbewijs, geldig voor ten minste de categorie B of voor een gelijkwaardige categorie. De kandidaat voor het rijbewijs, geldig voor de categorie C+E of D+E of voor de subcategorie C1+E of D1+E legt het Belgische of Europese rijbewijs voor, geldig voor het besturen van het trekkende voertuig, [ behalve als het gaat over een in artikel 4, 15° bedoelde kandidaat]. (toegevoegd KB. 22-03-2004 BS 11-05-2004)
Het rijbewijs mag evenwel vervangen worden door een attest afgegeven door de griffier van de rechtbank waar het rijbewijs bewaard wordt in toepassing van artikel 69;
3° een van de hierna opgesomde documenten :
a) de aanvraag om een rijbewijs waarop het attest van slagen voor of de vrijstelling van het theoretische examen is aangebracht.
In dit geval legt de kandidaat een getuigschrift van praktisch onderricht, afgegeven door een rijschool voor of het Europese rijbewijs of het buitenlandse rijbewijs bedoeld in artikel 23, § 2, 1° van de wet, waarvan hij houder is.
De aanvraag is vergezeld van het attest voorgeschreven in artikel 44, § 5, behalve als de kandidaat houder is van een geldig rijbewijs waarvoor voor het behalen ervan dit attest reeds voorgelegd werd;
b) het nog geldige voorlopige rijbewijs.
Het voorlopige rijbewijs is, in voorkomend geval, vervolledigd met de vermelding dat de lesuren, voorgeschreven in artikel 15, tweede lid, 2°, a), gevolgd zijn;
c) een attest waarin bevestigd wordt dat de kandidaat [ de in artikel 4, 6° of 15° bedoelde opleiding gevolgd heeft]. (toegevoegd KB. 22-03-2004 BS 11-05-2004)
4° het verzekeringsbewijs inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor het voertuig waarmee hij zich aanbiedt;
5° het inschrijvingsbewijs van het voertuig en, in voorkomend geval, van de aanhangwagen;
6° het groene keuringsbewijs van het voertuig, als dit onderworpen is aan de technische controle en, in voorkomend geval, van de aanhangwagen;
7° in voorkomend geval, het Belgische of Europese rijbewijs van de begeleider, geldig voor het besturen van het voertuig waarmee het praktische examen wordt afgelegd alsook het document bedoeld in artikel 3, § 1 waarvan de begeleider houder is.
![]() |
|
|
|||||
|
|
|