04 mei 2007. - Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E.
TITEL II. DE VAKBEKWAAMHEID

HOOFDSTUK 3. - Het voorlopig rijbewijs vakbekwaamheid.

Afdeling 1. - Algemene bepalingen.

Art. 14. Een voorlopig rijbewijs vakbekwaamheid kan worden verkregen door de kandidaat die een alternerende beroepsopleiding wegvervoer volgt in een door de Minister erkend centrum voor alternerende beroepsopleiding.
Het model van het voorlopig rijbewijs vakbekwaamheid wordt vastgelegd door de Minister.

Art. 15. De minimumleeftijd voor het verkrijgen van een voorlopig rijbewijs vakbekwaamheid is vastgesteld op 18 jaar.

Afdeling 2. - Afgifte van het voorlopig rijbewijs vakbekwaamheid.

Art. 16. Het voorlopig rijbewijs vakbekwaamheid wordt afgegeven door de overheid bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs tegen overlegging van een aanvraagformulier om een voorlopig rijbewijs vakbekwaamheid.

Art. 17. Het centrum voor alternerende beroepsopleiding attesteert dat de aanvrager ingeschreven is in dat centrum door afgifte van een aanvraagformulier om een voorlopig rijbewijs vakbekwaamheid.

Art. 18. Het model van het aanvraagformulier om een voorlopig rijbewijs vakbekwaamheid wordt vastgelegd door de Minister.

Afdeling 3. - Geldigheid van het voorlopig rijbewijs vakbekwaamheid.

Art. 19. De overheid bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs brengt op het voorlopig rijbewijs vakbekwaamheid aan voor welke categorie het geldig is.
Het voorlopig rijbewijs vakbekwaamheid is geldig voor de categorie of subcategorie van voertuigen voor goederen- en personenvervoer over de weg waarin de opleiding voorziet.

Art. 20.
§ 1. De geldigheidsduur van het voorlopig rijbewijs vakbekwaamheid wordt vermeld op het document bedoeld in artikel 14.
Het voorlopig rijbewijs vakbekwaamheid is geldig voor een duur van één jaar.

§ 2. De geldigheidsduur van het voorlopig rijbewijs vakbekwaamheid kan niet worden verlengd.

§ 3. Indien de houder van het voorlopig rijbewijs vakbekwaamheid vervallen verklaard is van het recht om een voertuig van de categorie of subcategorie te besturen waarvoor het document is geldig verklaard, wordt de geldigheid van het document opgeschort tot het einde van de vervalperiode en, in voorkomend geval, tot het slagen voor de onderzoeken die krachtens artikel 38 van de wet worden opgelegd. Bij teruggave van het document, overeenkomstig artikel 69 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, verlengt de overheid bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs de geldigheid van het voorlopig rijbewijs vakbekwaamheid met een termijn die gelijk is aan de periode gedurende dewelke de geldigheid van het document opgeschort is geweest.


BWklein         Valid XHTML 1.0 Transitional