04 mei 2007. - Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E.
TITEL II. DE VAKBEKWAAMHEID

HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied.

Art. 3.
§ 1. Deze titel is van toepassing op het vervoer binnen het Rijk over de openbare weg, met voertuigen waarvoor een rijbewijs van een van de categorieën C, C+E, D, D+E of de subcategorieën C1, C1+E, D1 en D1+E of een als gelijkwaardig erkend rijbewijs, vereist is, door :

  1. De onderdanen van de Europese Unie;
  2. De onderdanen van een derde land die in dienst zijn van of werken voor een onderneming die gevestigd is in één van de Lidstaten van de Europese Unie.

§ 2. De personen bedoeld in § 1 moeten, behoudens de vrijstellingen vermeld in artikel 4, beschikken over een geldig bewijs van vakbekwaamheid C voor het besturen van een voertuig van groep C en over een geldig bewijs van vakbekwaamheid D voor het besturen van een voertuig van groep D, afgeleverd door een van de lidstaten van de Europese Unie.

§ 3. Moeten, behoudens de vrijstellingen bepaald in artikel 5, in België een getuigschrift van basiskwalificatie C voor het besturen van een voertuig van groep C dan wel een getuigschrift van basiskwalificatie D voor het besturen van een voertuig van groep D verwerven :
  1. Bestuurders die onderdaan zijn van een Lidstaat van de Europese Unie en die hun gewone verblijfplaats hebben in België;
  2. Bestuurders die geen onderdaan zijn van een Lidstaat van de Europese Unie en die in dienst zijn van of werken voor een onderneming die in België gevestigd is, of die beschikken over een Belgische werkvergunning.

§ 4. De bestuurders vermeld in § 1 die hun gewone verblijfplaats hebben in België en die in België werken, moeten in België nascholing volgen voor het besturen van een voertuig van groep 2.

De bestuurders vermeld in § 1 die hun gewone verblijfplaats hebben in België of die in België werken, kunnen in België nascholing volgen voor het besturen van een voertuig van groep 2.

De bestuurders vermeld in § 1 die hun gewone verblijfplaats hebben in een andere Lidstaat van de Europese Unie of die werken in een andere Lidstaat van de Europese Unie, kunnen in die lidstaat nascholing volgen voor het besturen van een voertuig van groep 2.

Art. 4.
§ 1. De vereiste van vakbekwaamheid is niet van toepassing op bestuurders :
  1. van voertuigen met een toegelaten maximumsnelheid van ten hoogste 45 km per uur;

  2. van voertuigen in gebruik bij of onder controle van de strijdkrachten, de burgerbescherming, de brandweer en diensten verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde;

  3. van voertuigen die op de weg worden getest in verband met technische verbeteringen, reparatie, onderhoud, en nieuwe of omgebouwde voertuigen die nog niet in het verkeer zijn gebracht;

  4. van voertuigen die worden gebruikt bij noodtoestanden of worden ingezet voor reddingsoperaties;

  5. van voertuigen die worden gebruikt voor niet-commercieel goederen- en personenvervoer voor privé-doeleinden;

  6. van voertuigen of combinaties van voertuigen met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 7,5 ton die worden gebruikt voor het vervoer van materiaal, apparatuur of machines die de bestuurder voor zijn werk nodig heeft en op voorwaarde dat dit vervoer niet de voornaamste activiteit van de bestuurder is. (n.v.d.r. Er MOET aan de 3 voorwaarden voldaan worden: 1)vervoer van .... 2)die de bestuurder zelf voor zijn werk nodig heeft en 3)het rijden mag niet de voornaamste activiteit zijn)

§ 2. Vrijgesteld van de verplichting tot het beschikken over een bewijs van vakbekwaamheid C voor een periode van ten hoogste één jaar voor vervoer binnen het Rijk, zijn bestuurders die houder zijn van een voorlopig rijbewijs vakbekwaamheid C.

Vrijgesteld van de verplichting tot het beschikken over een bewijs van vakbekwaamheid D voor een periode van ten hoogste één jaar voor vervoer binnen het Rijk, zijn bestuurders die houder zijn van een voorlopig rijbewijs vakbekwaamheid D.

§ 3. Vrijgesteld van de verplichting tot het beschikken over een bewijs van vakbekwaamheid zijn :
  1. de bestuurders die overeenkomstig de bepalingen van dit besluit het praktisch examen afleggen of met het oog daarop scholing volgen;
  2. de leerlingen van een rijschool die met bijstand van een instructeur een voertuig besturen dat bestemd is voor het onderricht;
  3. de bestuurders bedoeld in artikel 4, 4° en 8° van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs;
  4. de kandidaten bedoeld in artikel 4, 5°, 6°, 7°, 9° en 15° van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.

Art. 5.
§ 1. Vrijgesteld van de verplichting tot het behalen van een getuigschrift van basiskwalificatie C zijn bestuurders die :
  1. houder zijn van een getuigschrift van basiskwalificatie C dat werd behaald in een andere Lidstaat van de Europese Unie;
  2. houder zijn of zijn geweest van een rijbewijs van groep C, mits dat uiterlijk op 9 september 2009 is afgegeven.

§ 2. Vrijgesteld van de verplichting tot het behalen van een getuigschrift van basiskwalificatie D zijn bestuurders die :
  1. houder zijn van een getuigschrift van basiskwalificatie D dat werd behaald in een andere Lidstaat van de Europese Unie;
  2. houder zijn of zijn geweest van een rijbewijs van groep D, mits dat uiterlijk op 9 september 2008 is afgegeven.

BWklein         Valid XHTML 1.0 Transitional