04 mei 2007. - Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E.
TITEL III. EXAMENS

Alg. bepalingen - Examen rijbewijs - Examen basiskwalificatie - Gecombineerd examen - Aanvullend - Beroep.

HOOFDSTUK 3. - Examens.

Afdeling 1. - Algemene bepalingen.


Art. 26.
§ 1. Elke kandidaat-bestuurder legt de hierna bepaalde examens af in de voor hem toegankelijke exameninstelling van zijn keuze.

§ 2. De kandidaat voor het theoretisch examen rijbewijs geldig voor de voertuigen van groep 2 dient te voldoen aan de voorwaarden gesteld in het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.

De kandidaat voor het praktisch examen rijbewijs geldig voor de voertuigen van groep 2 dient te voldoen aan de voorwaarden gesteld in het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.

De kandidaat voor het theoretisch examen basiskwalificatie dient te voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 30.

De kandidaat voor het praktisch examen basiskwalificatie dient te voldoen aan de voorwaarden gesteld in de artikelen 32, 33 en 34.

De kandidaat voor het gecombineerd theoretisch examen dient te voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 37.

De kandidaat voor het gecombineerd praktisch examen dient te voldoen aan de voorwaarden gesteld in de artikelen 39, 40 en 41 van dit besluit.

§ 3. De bestuurder die beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid C, kan een bewijs van vakbekwaamheid D verkrijgen door het afleggen van een aanvullend examen zoals bepaald in artikel 43.

De bestuurder die beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid D, kan een bewijs van vakbekwaamheid C verkrijgen door het afleggen van een aanvullend examen zoals bepaald in artikel 43.

§ 4. Elke kandidaat voor het examen basiskwalificatie, voor het gecombineerd examen of voor het aanvullend examen basiskwalificatie, zoals bepaald in dit hoofdstuk, moet voldoen aan de volgende voorwaarden :
  
de kandidaat moet een rijbewijs voorleggen dat geldig is voor :

  • de categorie B wanneer het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie C of D of voor de subcategorie C1 of D1; deze bepaling is niet van toepassing op de kandidaat bedoeld in artikel 4, 7° van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs;
  • het besturen van het overeenstemmend trekkend voertuig wanneer het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie C+E of D+E of voor de subcategorie C1+E of D1+E; deze bepaling is niet van toepassing op de kandidaat bedoeld in artikel 4, 7° en 15° van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.
   Het rijbewijs mag evenwel vervangen worden door een attest afgegeven door de griffier van de rechtbank waar het rijbewijs bewaard wordt in toepassing van artikel 69 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs;

  
de kandidaat mag niet vervallen zijn van het recht om een motorvoertuig van groep 2 te besturen en moet geslaagd zijn voor de onderzoeken die eventueel krachtens artikel 38 van de wet worden opgelegd;

  3° de kandidaat moet voldoen aan de bepalingen van
artikel 42 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.

Art. 27.
§ 1. De kandidaat die noch het Frans, noch het Nederlands, noch het Duits machtig is, mag de theoretische examens afleggen, bijgestaan door een tolk die onder de beëdigde vertalers wordt gekozen door de exameninstelling en door de kandidaat wordt vergoed.

Deze examens mogen derwijze georganiseerd worden dat meerdere kandidaten die eenzelfde taal of idioom spreken en verstaan, kunnen samengebracht worden.

Het examen mag niet meer dan twee maanden na de inschrijving plaatshebben. De Minister of zijn gemachtigde kan van deze bepaling afwijken voor de exameninstellingen die hem een onderling afgesproken beurtregeling of werkverdeling per taalrol voorleggen waaraan hij zijn goedkeuring verleent.

§ 2. De kandidaat die noch het Frans, noch het Nederlands, noch het Duits machtig is, kan zich voor de praktische examens op eigen kosten laten bijstaan door een tolk gekozen uit de beëdigde vertalers.

§ 3. De kandidaten waarvan het mentale of intellectuele vermogen of de graad van alfabetisme ontoereikend is, kunnen, op hun verzoek, de theoretische examens afleggen in een speciale zitting waarvan de nadere regels goedgekeurd zijn door de Minister of zijn gemachtigde. Het examen mag niet meer dan twee maanden na de inschrijving plaatshebben.

De betrokkene levert het bewijs dat hij zich in één van deze gevallen bevindt door het overleggen van een getuigschrift of attest van een psychisch-medisch-sociaal centrum, een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, een instituut voor buitengewoon onderwijs, een centrum voor observatie of begeleiding of een centrum voor beroepsoriëntering.

§ 4. De kandidaten die ten minste vijfmaal niet slaagden voor één van de hierna vermelde theoretische examens kunnen eveneens, op hun verzoek, dit examen in een speciale zitting afleggen. Het examen mag niet meer dan twee maanden na de inschrijving plaatshebben.

Afdeling 2. - Examen rijbewijs.


Art. 28. Het theoretisch examen rijbewijs en het praktisch examen rijbewijs verlopen overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, uitgezonderd de bepalingen vervat in Titel III, Hoofdstuk IV, Afdelingen 1 en 2, uitgezonderd de paragrafen 3 en 5 van artikel 32 en uitgezonderd artikel 48 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.

Afdeling 3. - Examen basiskwalificatie.


Onderafdeling 1. - Theoretisch examen basiskwalificatie.

Art. 29. Het theoretisch examen basiskwalificatie bepaald in artikel 21, § 1, tweede lid heeft betrekking op de stof die in de bijlage 1 bij dit besluit wordt opgesomd. Het theorie-examen basiskwalificatie bestaat uit drie delen :

  1° 100 vragen waarbij uit meerdere antwoorden kan worden gekozen, dan wel vragen waarop één antwoord moet worden gegeven, of een combinatie van de twee systemen. Deze proef duurt 100 minuten;

  2° casestudy's. Deze proef duurt 80 minuten;

  3° een mondelinge proef. Deze proef duurt 60 minuten.

Het theoretisch examen basiskwalificatie wordt beoordeeld en verbeterd op de wijze bepaald door de Minister. De kandidaten beschikken over minstens vier uren om het theorie-examen af te leggen.
De inschrijving voor het theoretisch examen basiskwalificatie gebeurt volgens de regels en op de wijze goedgekeurd door de Minister of zijn gemachtigde.
" Elk geslaagd deel van het theoretisch examen blijft geldig gedurende drie jaar. "
(" " toegevoegd door KB 28 nov 2008 )

Art. 30.
§ 1. De minimumleeftijd om deel te nemen aan het theoretisch examen basiskwalificatie is de leeftijd bepaald in artikel 32 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.

§ 2. Om toegelaten te worden tot het theoretisch examen basiskwalificatie voor het behalen van het getuigschrift van basiskwalificatie geldig voor voertuigen van groep 2, moet de kandidaat - naast de voorwaarden gesteld in artikel 26, § 4 - tevens voldoen aan de volgende voorwaarden :

  1° het document bedoeld in artikel 3, § 1 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs voorleggen indien hij een onderdaan is van de Europese Unie;

  2° een document voorleggen waaruit blijkt dat hij in dienst is van of werkt voor een onderneming die gevestigd is in het Rijk indien hij een onderdaan is van een derde land.

§ 3. De aangestelde van de exameninstelling bevestigt het slagen voor het theoretisch examen basiskwalificatie op het attest van slagen voor het theoretisch examen basiskwalificatie.

Het model van het attest van slagen voor het theoretisch examen basiskwalificatie wordt door de Minister vastgelegd.

Onderafdeling 2. - Praktisch examen basiskwalificatie.

Art. 31. Het praktisch examen basiskwalificatie bepaald in artikel 21, § 1, tweede lid heeft betrekking op de stof die in de bijlage 1 bij dit besluit wordt opgesomd.
Het examen wordt afgelegd met een voertuig van de groep C indien een bewijs van vakbekwaamheid C wordt aangevraagd.
Het examen wordt afgelegd met een voertuig van de groep D indien een bewijs van vakbekwaamheid D wordt aangevraagd.
Het examen wordt beoordeeld op de door de Minister bepaalde wijze.
De inschrijving voor het praktisch examen basiskwalificatie gebeurt volgens de regels en op de wijze goedgekeurd door de Minister of zijn gemachtigde.

Art. 32. Om toegelaten te worden tot het praktisch examen basiskwalificatie moet de kandidaat geslaagd zijn voor het theoretisch examen basiskwalificatie. De geldigheidsduur van het theoretisch examen is beperkt tot drie jaar.

Art. 33. Om toegelaten te worden tot het praktisch examen basiskwalificatie met het oog op het behalen van een getuigschrift van basiskwalificatie geldig voor de categorie C, C+E, D of D+E of voor de subcategorie C1, C1+E, D1 of D1+E legt de kandidaat voor :

  1° het document vereist door artikel 3, § 1 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs indien het onderdanen van de Europese Unie betreft;

  2° een document waaruit blijkt dat de kandidaat in dienst is van of werkt voor een onderneming die gevestigd is in het Rijk indien het onderdanen van een derde land betreft;

  3° de documenten om te voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 26, § 4;

  4° een attest van slagen voor het theoretisch examen basiskwalificatie;

  5° het attest voorgeschreven in
artikel 44, § 5 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs behalve als de kandidaat houder is van een geldig rijbewijs waarvoor voor het behalen ervan dit attest reeds voorgelegd werd;

  6° het verzekeringsbewijs inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor het voertuig waarmee hij zich aanbiedt;

  7° het inschrijvingsbewijs van het voertuig en, in voorkomend geval, van de aanhangwagen;

  8° het groene keuringsbewijs van het voertuig, als dit onderworpen is aan de technische controle en, in voorkomend geval, van de aanhangwagen;

  9° in voorkomend geval, het Belgisch of Europees rijbewijs van de begeleider, geldig voor het besturen van het voertuig waarmee het praktisch examen wordt afgelegd alsook het document bedoeld in artikel 3, § 1 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs waarvan de begeleider houder is.

Art. 34. De kandidaat voor het getuigschrift van basiskwalificatie C die beschikt over een rijbewijs geldig voor de categorie C+E biedt zich in de exameninstelling of het examencentrum aan met een voertuig, overeenkomstig artikel 38, § 6 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.

De kandidaat voor het getuigschrift van basiskwalificatie C die beschikt over een rijbewijs geldig voor de categorie C biedt zich in de exameninstelling of het examencentrum aan met een voertuig, overeenkomstig artikel 38, § 5 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.

De kandidaat voor het getuigschrift van basiskwalificatie C die beschikt over een rijbewijs geldig voor de categorie C1 biedt zich in de exameninstelling of het examencentrum aan met een voertuig, overeenkomstig artikel 38, § 9 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.

De kandidaat voor het getuigschrift van basiskwalificatie C die beschikt over een rijbewijs geldig voor de categorie C1+E biedt zich in de exameninstelling of het examencentrum aan met een voertuig, overeenkomstig artikel 38, § 10 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.

De kandidaat voor het getuigschrift van basiskwalificatie D die beschikt over een rijbewijs geldig voor de categorie D+E biedt zich in de exameninstelling of het examencentrum aan met een voertuig, overeenkomstig artikel 38, § 8 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.

De kandidaat voor het getuigschrift van basiskwalificatie D die beschikt over een rijbewijs geldig voor de categorie D biedt zich in de exameninstelling of het examencentrum aan met een voertuig, overeenkomstig artikel 38, § 7 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.

De kandidaat voor het getuigschrift van basiskwalificatie D die beschikt over een rijbewijs geldig voor de categorie D1 biedt zich in de exameninstelling of het examencentrum aan met een voertuig, overeenkomstig artikel 38, § 11 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.

De kandidaat voor het getuigschrift van basiskwalificatie D die beschikt over een rijbewijs geldig voor de categorie D1+E biedt zich in de exameninstelling of het examencentrum aan met een voertuig, overeenkomstig artikel 38, § 12 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.

Art. 35.
§ 1. Het praktisch examen basiskwalificatie bestaat uit twee delen :
  1° een rijtest op de openbare weg van minstens 90 minuten. Evenwel kan een test op een speciaal terrein of in een hoogwaardige simulator, onder de voorwaarden bepaald door de Minister, voor maximaal 30 minuten worden meegeteld voor het bereiken van de vereiste duur van 90 minuten;

  2° een praktische test die ten minste de punten 1.4, 1.5, 1.6, 3.2, 3.3 en 3.5 van de bijlage 1 bij dit besluit bestrijkt. Deze test duurt ten minste 30 minuten.

" Elk geslaagd deel van het praktisch examen blijft geldig gedurende drie jaar. "
(" " toegevoegd door KB 28 nov 2008 )

§ 2. Tijdens de proef op de openbare weg neemt de examinator plaats in het voertuig. Indien de bestuurder nog niet over een rijbewijs beschikt, moet, naast de examinator, de instructeur van de rijschool of de begeleider bij de scholing in het voertuig plaatsnemen. Indien het voertuig bestemd is voor het vervoer van ten hoogste twee personen, de bestuurder inbegrepen, neemt alleen de examinator in het voertuig plaats.

Behalve de personen bedoeld in het eerste lid en de tolk bedoeld in artikel 27, § 2 mogen enkel de door de Minister of zijn gemachtigde aangeduide personen in het voertuig plaatsnemen.

§ 3. De examinator beëindigt het examen wanneer de kandidaat onbekwaam is om te sturen of op een gevaarlijke manier stuurt of in geval van tussenkomst van de instructeur of de begeleider.

§ 4. De examinator vermeldt op de beoordelingsstaat, voor elk van de genoemde proeven, de door hem toegekende beoordeling alsook de daaruit volgende beslissing dat de kandidaat geslaagd of uitgesteld is overeenkomstig de criteria vastgesteld door de Minister.

§ 5
. De examinator bevestigt het slagen van de kandidaat voor het praktisch examen door aflevering van een getuigschrift van basiskwalificatie met vermelding van de categorie van het voertuig waarmee hij het examen heeft afgelegd en van de datum ervan.

Het model van het getuigschrift van basiskwalificatie wordt door de Minister vastgelegd.

" De geldigheidsduur van het bewijs van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 10 begint te lopen vanaf het moment van afgifte van het getuigschrift van basiskwalificatie. "
(" " toegevoegd door KB 28 nov 2008 )

Afdeling 4. - Gecombineerd examen.


Onderafdeling 1. - Gecombineerd theoretisch examen.

Art. 36. Het gecombineerd theoretisch examen bepaald in artikel 21, § 1, derde lid heeft betrekking op de stof die in de bijlage 1 bij dit besluit en in bijlage 4 bij het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs wordt opgesomd.

Het gecombineerd theoretisch examen bestaat uit drie delen :
  
100 vragen waarbij uit meerdere antwoorden kan worden gekozen, dan wel vragen waarop één antwoord moet worden gegeven, of een combinatie van de twee systemen. Deze proef duurt 100 minuten;

  
casestudy's. Deze proef duurt 80 minuten;

  
een mondelinge proef. Deze proef duurt 60 minuten.

Het gecombineerd theoretisch examen wordt beoordeeld en verbeterd op de wijze door de Minister bepaald.
De kandidaten beschikken over minstens vier uren om het theorie-examen af te leggen.
De inschrijving voor het gecombineerd theoretisch examen gebeurt volgens de regels en op de wijze goedgekeurd door de Minister of zijn gemachtigde.
" Elk geslaagd deel van het theoretisch examen blijft geldig gedurende drie jaar. "
(" " toegevoegd door KB 28 nov 2008 )

Art. 37.
§ 1. De minimumleeftijd om deel te nemen aan het gecombineerd theoretisch examen is de leeftijd bepaald in artikel 32 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.

§ 2. Om toegelaten te worden tot het gecombineerd theoretisch examen, moet de kandidaat voldoen aan de volgende voorwaarden :
  1° het document vereist door artikel 3, § 1 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs voorleggen;

  2° voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 26, § 4.

§ 3. De examinator of de aangestelde van het examencentrum bevestigt het slagen voor het gecombineerde theoretisch examen op de aanvraag om een rijbewijs of op de aanvraag om een voorlopig rijbewijs en op het attest van slagen voor het theoretisch examen basiskwalificatie zoals bedoeld in artikel 30, § 3.

Onderafdeling 2. - Gecombineerd praktisch examen.

Art. 38. Het gecombineerd praktisch examen bepaald in artikel 21, § 1, derde lid heeft betrekking op de stof die in de bijlage 1 bij dit besluit en bijlage 5 bij het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs wordt opgesomd.

Het examen wordt afgelegd met een voertuig van de categorie of subcategorie waarvoor het rijbewijs en het bewijs van vakbekwaamheid worden aangevraagd.

De inschrijving voor het gecombineerd praktisch examen gebeurt volgens de regels en op de wijze goedgekeurd door de Minister of zijn gemachtigde.

Het gecombineerd praktisch examen wordt beoordeeld op de wijze door de Minister bepaald.

Art. 39. Om toegelaten te worden tot het gecombineerd praktisch examen moet de kandidaat geslaagd zijn voor het gecombineerd theoretisch examen vermeld in artikel 36. De geldigheidsduur van het gecombineerd theoretisch examen is beperkt tot drie jaar.

Art. 40. Om toegelaten te worden tot het gecombineerd praktisch examen legt de kandidaat voor :
  1° het document vereist door artikel 3, § 1 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs;

  2° het hierna opgesomde document dat op de kandidaat van toepassing is :

  1. de aanvraag om een rijbewijs waarop het attest van slagen voor het theoretisch examen is aangebracht.
    In dit geval legt de kandidaat een getuigschrift van praktisch onderricht, afgegeven door een rijschool voor;
  2. het nog geldig voorlopig rijbewijs.
    Het voorlopig rijbewijs is, in voorkomend geval, vervolledigd met de vermelding dat de lesuren, voorgeschreven in artikel 15, tweede lid, 2° van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs gevolgd zijn;
  3. een attest waarin bevestigd wordt dat de kandidaat de in artikel 4, 4°, 5°, 6°, 7°, 8° of 15° van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs bedoelde opleiding gevolgd heeft;
  3° de documenten om te voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 26, § 4;

  4° het attest voorgeschreven in artikel 44, § 5 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs behalve als de kandidaat houder is van een geldig rijbewijs waarvoor voor het behalen ervan dit attest reeds voorgelegd werd;

  5° het verzekeringsbewijs inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor het voertuig waarmee hij zich aanbiedt;

  6° het inschrijvingsbewijs van het voertuig en, in voorkomend geval, van de aanhangwagen;

  7° het groene keuringsbewijs van het voertuig, als dit onderworpen is aan de technische controle en, in voorkomend geval, van de aanhangwagen;

  8° in voorkomend geval, het Belgisch of Europees rijbewijs van de begeleider, geldig voor het besturen van het voertuig waarmee het praktisch examen wordt afgelegd alsook het document bedoeld in artikel 3, § 1 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs waarvan de begeleider houder is.

Art. 41. De kandidaat voor het gecombineerd praktisch examen legt dat examen af met een voertuig, overeenkomstig artikel 38 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.

Art. 42.
§ 1. Het gecombineerd praktisch examen bestaat uit drie delen :
  1° een rijtest op de openbare weg van minstens 90 minuten. Evenwel kan een test op een speciaal terrein of in een hoogwaardige simulator, onder de voorwaarden bepaald door de Minister, voor maximaal 30 minuten worden meegeteld voor het bereiken van de vereiste duur van 90 minuten;

  2° een praktische test die ten minste de punten 1.4, 1.5, 1.6, 3.2, 3.3 en 3.5 van de bijlage 1 bij dit besluit bestrijkt. Deze test duurt ten minste 30 minuten;

  3° een proef op een terrein buiten het verkeer zoals bedoeld in artikel 39, § 1, eerste lid, 3° van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.
Deze proef duurt minstens 15 minuten voor de categorieën C en D en de subcategorieën C1 en D1.
Deze proef duurt minstens 30 minuten voor de categorie C+E en de subcategorie C1+E.
Deze proef duurt minstens 25 minuten voor de categorie D+E en de subcategorie D1+E.
" Elk geslaagd deel van het praktisch examen blijft geldig gedurende drie jaar. "
(" " toegevoegd door KB 28 nov 2008 )

§ 2. Tijdens de proef op de openbare weg moet de examinator plaatsnemen in het voertuig.
Indien de bestuurder nog niet over een rijbewijs beschikt, moet, naast de examinator, de instructeur van de rijschool of de begeleider bij de scholing in het voertuig plaatsnemen.

Indien het voertuig bestemd is voor het vervoer van ten hoogste twee personen, de bestuurder inbegrepen, neemt alleen de examinator in het voertuig plaats.

Behalve de personen bedoeld in het eerste lid en de tolk bedoeld in artikel 27, § 2 mogen enkel de door de Minister of zijn gemachtigde aangeduide personen in het voertuig plaatsnemen.

§ 3. De examinator beëindigt het examen wanneer de kandidaat onbekwaam is om te sturen of op een gevaarlijke manier stuurt of in geval van tussenkomst van de instructeur of de begeleider.

§ 4
. De examinator vermeldt op de beoordelingsstaat, voor elk van de genoemde proeven, de door hem toegekende beoordeling alsook de daaruit volgende beslissing dat de kandidaat geslaagd of uitgesteld is overeenkomstig de criteria bepaald door de Minister.

§ 5. De examinator bevestigt het slagen van de kandidaat voor het gecombineerd praktisch examen enerzijds, door aflevering van een getuigschrift van basiskwalificatie en anderzijds, op de aanvraag om een rijbewijs, beide met vermelding van de categorie van het voertuig waarmee hij het examen heeft afgelegd en van de datum ervan. In voorkomend geval vermeldt hij dat het examen werd afgelegd met een voertuig bedoeld in artikel 38, § 13 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs. In het geval bedoeld in artikel 44 wordt het slagen voor het praktisch examen vermeld op de aanvraag om een rijbewijs door de overheid bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.
" De geldigheidsduur van het bewijs van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 10 begint te lopen vanaf het moment van afgifte vvan het getuigschrift van basiskwalificatie. "
(" " toegevoegd door KB 28 nov 2008 )

Na een eerste of een tweede niet geslaagd praktisch examen, brengt de examinator op het voorlopig rijbewijs de vermelding "niet geslaagd" aan, de datum van het examen, zijn naam, zijn handtekening en de stempel van de exameninstelling.

Afdeling 5. - Aanvullend examen basiskwalificatie.


Art. 43. De in artikel 26, § 3 bedoelde bestuurders kunnen een aanvullend examen afleggen. Het aanvullend theoretisch examen is beperkt tot de in de bijlage 1 bij dit besluit genoemde onderwerpen betreffende de voertuigen waarop de nieuwe basiskwalificatie betrekking heeft. Dit examen verloopt overeenkomstig artikel 29, lid 2 en 3 en artikel 30.

Het aanvullend praktisch examen dient te worden afgelegd overeenkomstig de artikelen 31 tot en met 35.

HOOFDSTUK 4. - Beroep in geval van niet slagen voor het praktisch examen.

Art. 44.
§ 1. Na twee mislukkingen voor hetzelfde type praktisch examen vermeld in dit besluit, kan tegen die tweede beslissing beroep worden ingediend bij de commissie bedoeld in artikel 47 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs. Dit beroep moet ingediend worden binnen de 15 dagen te rekenen vanaf de datum van het mislukken.

Dit beroep wordt, bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van de beroepscommissie. De in artikel 61 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs voorgeschreven retributie moet betaald worden op de erin vastgestelde wijze. Zij wordt slechts op beslissing van de beroepscommissie terugbetaald.

Het beroep, ondertekend door de kandidaat, vermeldt de naam, voornaam en geboortedatum van deze laatste, alsmede de exameninstelling waar het examen werd afgenomen en de datum daarvan. Het is met redenen omkleed door feiten die alleen betrekking hebben op de personen en de omstandigheden van plaats, tijd en procedure waaronder het examen werd afgelegd.

§ 2. De beroepscommissie verricht alle bijkomende onderzoeken die zij nodig acht.
Zij beslist dat de kandidaat geslaagd is voor het examen of bevestigt de mislukking.
Zij kan, in voorkomend geval, de verzoeker machtigen een nieuw examen af te leggen na afloop van de geldigheidsduur van het voorlopig rijbewijs waarvan de verzoeker houder was; zij bepaalt onder welke voorwaarden het examen plaats heeft.




BWklein         Valid XHTML 1.0 Transitional