04 mei 2007. - Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E.
TITEL VI. ALGEMENE BEPALINGEN

HOOFDSTUK 1. - Inspectie en controle.



Art. 53.
De personen of organismen die door de Minister of door zijn gemachtigde worden belast met de inspectie en de controle op de naleving van dit besluit hebben toegang tot de lokalen van de examencentra, de opleidingscentra en de centra voor alternerende beroepsopleiding die erkend zijn overeenkomstig dit besluit. Zij mogen inzage nemen van alle documenten in verband met hun opdracht alsook van de inlichtingenfiches.
Op vraag van de Minister of zijn gemachtigde zijn de exameninstellingen, de opleidingscentra en de centra voor alternerende beroepsopleiding die zijn erkend overeenkomstig dit besluit, ertoe gehouden om alle inlichtingen te verstrekken betreffende de toepassing van dit besluit.

Art. 54.
De Minister kan overgaan tot tijdelijke, gehele of gedeeltelijke opschorting of tot intrekking van de erkenning van de exameninstelling, het opleidingscentrum en het centrum voor alternerende beroepsopleiding dat is erkend overeenkomstig dit besluit, na de betrokkenen te hebben gehoord, indien, al dan niet in het kader van de controles overeenkomstig artikel 53, wordt vastgesteld dat het erkende centrum niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden.


HOOFDSTUK 2. - Retributies.

Art. 55. ( gewijzigd door KB 18 sep 2008)
§1
De erkenningsaanvraag of de aanvraag tot vernieuwing van de erkenning als opleidingscentrum, bedoeld in artikel 46, geeft aanleiding tot de betaling van een retributie van 1.000 euro.
De erkenningsaanvraag of de aanvraag tot vernieuwing van de erkenning als centrum voor alternerende beroepsopleiding, bedoeld in artikel 49, geeft aanleiding tot de betaling van een retributie van 1.000 euro.

§2
Elk opleidingscentrum en elk centrum voor alternerende beroepsopleiding is een jaarlijkse retributie van 250 euro verschuldigd om de kosten van administratie en controle te dekken.
Deze retributies worden ten laaste op 31 maart van het betreffende jaar betaald.

§3
De retributies voorzien in §1 en 2 worden overgemaakt op een rekening nr. 679-2006010-50 van het Directoraat-Generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid, City Atrium, Vooruitgangstraat 56, 1210 Brussel.

Art. 55/1. ( toegevoegd door KB 28 nov 2008)
§ 1er.
De afgifte van het certificaat bedoeld in artikel 8, §1, eerste lid, 3°, of van een duplicaat van dit certificaat geeft aanleiding tot de betaling van een retributie van 11 euro.
De retributie bedoeld in het eerste lid wordt betaald via overschrijving op een rekening van de Federale overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, overeenkomstig de voorschriften van de Directeur-generaal van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid.

§ 2.
De afgifte of de vervanging van een voorlopig rijbewijs vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 14, geeft aanleiding tot de betaling van een retributie van 9 euro; de afgifte van een duplicaat van dit document geeft aanleiding tot de betaling van een retributie van 7,50 euro.
Deze retributies worden betaald aan de overheid bedoeld in artikel 16 overeenkomstig de modaliteiten bepaald door de Minister.
Aan de gemeenten wordt per afgeleverd document een som van 3,75 euro toegekend, overeenkomstig de door de Minister bepaalde modaliteiten.
Met het oog hierop deelt de burgemeester aan de Minister of zijn gemachtigde het aantal voorlopige rijbewijzen vakbekwaamheid en duplicaten van deze documenten mee, met vermelding van de nummers van voormelde documenten en voegt hij een overzicht toe van de documenten die onbruikbaar zijn geworden.

§ 3.
De Minister kan de bedragen voorzien in § 1 en in § 2 aanpassen aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen. In dit geval vermenigvuldigt hij het bedrag met het indexcijfer van de voorbijgaande maand en deelt het produkt door het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand gedurende dewelke dit besluit in werking is getreden. In voorkomend geval verhoogt hij het resultaat met maximum 0,5 euro of verlaagt hij het met maximum 0,49 euro om een eenheid te bekomen. De aangepaste bedragen treden in werking de eerste dag van de tweede maand volgend op de maand gedurende dewelke ze in het Belgisch staatsblad werden gepubliceerd.
De retributies voorzien in §1 et in § 2 worden in geen geval terugbetaald.


BWklein         Valid XHTML 1.0 Transitional