KB 31 - 05 - 1987
Koninklijk besluit houdende uitvoering van de verordening (E.E.G.) nr. 3820/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer.

Art. 1.

Door België worden erkend:

Art. 2.

Art. 3.

    Artikel 2 van de Wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer over de weg, de spoorweg of de waterweg is van toepassing bij overtreding van de bepalingen van voormelde Verordening en van dit besluit.

      De overtredingen vastgesteld in België zijn er strafbaar, zelfs al werden zij begaan op het grondgebied van een andere Lid-Staat van de Europese Economische Gemeenschap door in het Rijk verblijfhoudende personen.

Art. 4.

    Met het opsporen van de in artikel 3 bedoelde overtredingen, overeenkomstig de artikelen 3 en 4 van de Wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer over de weg, de spoorweg of de waterweg worden belast:
      1° het personeel van de Rijkswacht;

      2° de ambtenaren en agenten van de plaatselijke politie;

      3° de ambtenaren en beambten van het Bestuur van het Vervoer, die met een mandaat van gerechtelijke politie belast zijn;

      4° de ambtenaren en beambten van het Hoog Comité van Toezicht, , die met een mandaat van gerechtelijke politie belast zijn;

      5° de ingenieurs en conducteurs van Bruggen en Wegen en de ambtenaren en beambten in actieve dienst der provinciale wegdiensten, behalve het kantoorpersoneel;

      6° de kantonniers en ander voor het toezicht op de openbare weg aangestelde personeel;

      7° het douanepersoneel bij de uitoefening van zijn diensten;

      8° de sociale inspecteurs en controleurs van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid.

Art. 5.

    Wanneer het vervoer bedoeld in voormelde Verordening onderworpen is aan een vergunning, en wanneer de houder of de persoon belast met het dagelijks beheer van de rechtspersoon, houder van die vergunning, werd veroordeeld door een in kracht van gewijsde gegane gerechtelijke beslissing wegens overtreding van de bepalingen van dezelfde Verordening, kan de vergunning tijdelijk of definitief worden ingetrokken onder de voorwaarden en volgens de procedure bedoeld:
      1° wat het bezoldigd vervoer van personen betreft:
        in artikel 22 van de Besluitwet van 30 december 1946 betreffende het bezoldigd vervoer van personen over de weg met autobussen en met autocars en in de artikelen 19 en 20 van het reglement gevoegd bij het besluit van de Regent van 20 september 1947 houdende algemene voorwaarden betreffende de openbare autobusdiensten, de tijdelijke autobusdiensten, de bijzondere autobusdiensten en de autocardiensten;

      2° wat het vervoer van zaken tegen vergoeding betreft:

        in artikel 5 van de Wet van 1 augustus 1960 betreffende het vervoer van zaken met motorvoertuigen tegen vergoeding en in de artikelen 10 §1, 26 §1, 42 §1 en 66 van het koninklijk besluit van 9 september 1967 houdende algemeen reglement betreffende het vervoer van zaken met motorvoertuigen tegen vergoeding.

Art. 6. : p.m.

Art. 7.

    Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 8.

    Onze Minister van Verkeerswezen is belast met de uitvoering van dit besluit.