![]() |
|
|
|
|
Gewijzigd door het KB van 09-04-2007
HOOFDSTUK I. Algemene bepalingen
Art. 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° De verordening : de verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer; (gewijzigd door KB 09-04-2007)
2° De Administratie : het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid;
3° Tachograaf : het controleapparaat of zijn componenten in het wegvervoer in de zin van de verordening;
4° Voertuigunit (VU) : het controleapparaat met uitzondering van de bewegingsopnemer en de kabels waarmee de bewegingsopnemer aangesloten is;
5° Erkende werkplaats: ieder installateur of hersteller in bezit van de in artikel 4 bedoelde erkenning;
6° De Minister : de Minister die het Vervoer onder zijn bevoegdheid heeft;
7° De afgevaardigde van de Minister: de Directeur-generaal van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer;
8° Bevoegde instantie : de instantie die door de Minister aangeduid is voor de uitgifte en de verdeling van de tachograafkaarten;
9° Houder van het voertuig : hetzij de eigenaar, hetzij de tijdelijke gebruiker, hetzij de bestuurder.
Art. 2.
Alle in België ingeschreven motorvoertuigen, op de weg gebruikt voor personen- of goederenvervoer, moeten uitgerust zijn met een controleapparaat, hierna "tachograaf" genoemd, waarvan de metingen worden geregistreerd..
Deze bepaling is niet van toepassing op de motorvoertuigen vermeld in Bijlage I. «en op de voertuigen bedoeld opgesomd in artikel 6 van het koninklijk besluit van 9 april 2007» (« » toegevoegd door KB 09-04-2007)
Art. 3.
§ 1. Het verzoek om goedkeuring van een model van tachograaf, registratieblad of geheugenkaart wordt ingediend door de fabrikant of zijn gevolmachtigde bij de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, Dienst Metrologie. Deze dienst mag, onder haar toezicht en haar verantwoordelijkheid, de uitvoering van bepaalde voorafgaande proeven aan andere laboratoria toewijzen, voorzover deze erkend zijn door BELAC conform de tot de reeks EN 17000 behorende normen. De accreditaties afgeleverd volgens de systemen waarmee BELAC een wederzijdse erkenning heeft afgesloten, worden als gelijkwaardig beschouwd.
Het verzoek gaat vergezeld van beschrijvende documenten die toelaten de gelijkvormigheid van het model aan de voorschriften van de verordening te controleren.
§ 2. De Minister bevoegd voor de Metrologie of zijn afgevaardigde verleent de goedkeuring, schorst ze of trekt ze in. Hij kent het in artikel 6 van de verordening bedoelde goedkeuringsmerk toe.
Art. 4.
§ 1. De natuurlijke personen of rechtspersonen die de installatie, de controle van de meetnauwkeurigheid of de herstelling van tachografen in hun lokalen uitvoeren, worden erkend als installateur, wat de installatie en de controle van de meetnauwkeurigheid van de apparaten betreft en als hersteller, wat hun herstelling betreft.
§ 2. De voorwaarden waaraan de werkplaatsen moeten voldoen om een erkenning te bekomen, zijn bepaald in bijlage II.
§ 3. Iedere aanvraag om erkenning als installateur of hersteller van tachografen wordt gericht aan de Administratie.
De erkenning als installateur of hersteller van tachografen geeft aanleiding tot de inning van een retributie waarvan het bedrag vastgesteld is in bijlage V.
De retributies worden geïnd door de Administratie Ontvangsten van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer.
§ 4. Door de Minister of zijn afgevaardigde gemachtigde ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer gaan bij de aanvrager na of hij de vereiste beroepsbekwaamheid en technische vaardigheid bezit en over de nodige uitrusting beschikt. Een omstandig verslag van de gedane vaststellingen wordt opgemaakt.
§ 5. De erkenning wordt toegekend voor een periode van vier jaar. Drie maanden vóór de vervaldatum wordt een nieuwe erkenning aangevraagd.
§ 6. De erkenning als installateur of hersteller wordt verleend of geweigerd door de Minister of zijn afgevaardigde, op basis van de eerste evaluatie. De erkenning of de weigering wordt betekend binnen de dertig dagen na de eerste evaluatie. Het verslag waarvan sprake in bovengenoemde § 4. met de motivering van de beslissing van aanvaarding of weigering, wordt meegeleverd.
De Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer houdt het register van erkende werkplaatsen bij.
§ 7. De erkenning wordt geweigerd indien tijdens de periode van 18 maanden voorafgaand aan de erkenningsaanvraag, een vorige erkenning werd ingetrokken op basis van artikel 12, § 1.
Art. 5.
Wanneer de tachograaf met een sleutel uitgerust is, overhandigt de houder van het voertuig de sleutel aan de bestuurders.
HOOFDSTUK IV. Erkenning van de installateurs
of herstellers die zich tot analoge tachografen beperken
Art. 6.
De werkplaatsen die erkend waren vóór de inwerkingtreding van dit besluit en die hun activiteit niet wensen uit te breiden tot digitale tachografen, of de werkplaatsen die een eerste aanvraag tot erkenning als installateur of hersteller indienen die zich beperkt analoge tachografen indienen, zijn onderworpen aan de bepalingen van bijlage III.
HOOFDSTUK V. Erkenning van installateurs
of herstellers van digitale tachografen
Afdeling 1. Algemeen
Art. 7.
§ 1. De werkplaatsen die erkend waren vóór de inwerkingtreding van dit besluit en die hun activiteit wensen uit te breiden tot digitale tachografen, dienen hiertoe een verzoek in bij de Administratie en beantwoorden aan de specifieke technische vereisten van bijlage II,
A en C.
De erkenning van werkplaatsen die niet erkend waren vóór de inwerkingtreding van dit besluit vereist dat ze beantwoorden aan de technische eisen van bijlage II :
Iedere werkplaats erkend als installateur kan de tachografen van alle fabrikanten ijken; hetzelfde geldt voor de overbrenging van de gegevens en de uitreiking van het certificaat van onmogelijkheid van gegevensoverdracht waarvan het model op bijlage IV staat.
Een erkende werkplaats mag geen enkele activiteit in onderaanneming uitbesteden waarvoor zij erkend is.
Elke desbetreffende activiteit mag slechts door de erkende installateur of hersteller in zijn daartoe erkende werkplaats worden uitgevoerd.
Evenwel kunnen de fabrikanten van voertuigen of hun vertegenwoordigers, die over een productielijn beschikken in België, of de koetswerkfabrikanten van bussen en autocars genieten van een erkenning met beperkte draagwijdte voor de installatie van nieuwe tachografen aan boord van nieuwe voertuigen en voor hun activering. Tijdens de installatie stellen zij de reeds gekende parameters in. De Minister of zijn afgevaardigde bepaalt de voorwaarden voor het bekomen van de erkenning met beperkte draagwijdte.
De directeurs of de vennoten van de erkende werkplaats alsook hun personeel mogen geen activiteiten uitoefenen in de sector van het wegvervoer.
§ 2. De Minister of zijn afgevaardigde kent aan ieder erkend installateur of hersteller een identificatiemerk toe, dat hij moet aanbrengen op alle verzegelingen die hij uitvoert. Dit merkteken bestaat uit twee onderscheiden delen:
Afdeling 2. Erkende werkplaatsen
Art. 8.
§1. Iedere ingreep op een digitale tachograaf beantwoordt aan de bepalingen van artikel 12 en bijlage IB van dezelfde verordening. Daarnaast moeten, in voorkomend geval, de instructies of de aanbevelingen van de fabrikanten van voertuigen en van digitale tachografen opgevolgd worden.
Elke verbinding die indien zij onderbroken wordt, niet opspoorbare wijzigingen of niet aantoonbare verlies van gegevens met zich kan brengen, wordt door de erkende werkplaats verzegeld.
Alle technische handelingen alsook de verzegeling gebeuren in de lokalen van de erkende werkplaats.
De erkende werkplaats zorgt ervoor dat het verzegelingsgereedschap en de werkplaatskaarten in gesloten kasten of brandkasten bewaard worden.
Elk verlies of elke diefstal van verzegelinggereedschap wordt onmiddellijk meegedeeld aan de Administratie. Bij diefstal wordt bovendien ook onmiddellijk aangifte gedaan bij de politie.
Elke verzegeling en het aanbrengen van een stempel wordt opgetekend in een genummerd bestand dat door de in artikel 13 bedoelde bevoegde ambtenaren kan gecontroleerd worden. Dit bestand mag op computer worden bijgehouden.
§ 2. De erkende werkplaats laat de ijking of het periodiek nazicht van zijn uitrusting uitvoeren door een laboratorium, dat hetzij geaccrediteerd is door BELAC conform de serie EN 17000-normen, hetzij geaccrediteerd door de Administratie. De accreditaties afgeleverd volgens de systemen waarmee BELAC een wederzijdse erkenning heeft afgesloten, worden als gelijkwaardig beschouwd.
De controle-instrumenten worden geijkt vóór hun gebruik en op regelmatige tijdstippen gedurende hun gebruik. De erkende werkplaats houdt een register bij van alle uitgevoerde ijkingen.
§ 3. Een werkdocument, waarvan het model is vastgelegd door de Minister of zijn afgevaardigde, wordt opgesteld telkens een tachograaf geïnstalleerd, hersteld of op zijn meetnauwkeurigheid gecontroleerd wordt. Dit document wordt vier jaar bewaard in een klassement of op een passende informatiedrager.
Dit document draagt een nummer bestaande uit twee onderscheiden delen:
§ 4. Iedere wijziging in de juridische toestand of van de vestigingsplaats van de erkende werkplaats wordt per aangetekende brief met bericht van ontvangst aan de Administratie betekend. De Minister of zijn afgevaardigde oordeelt of een nieuw erkenningsmerk aan de werkplaats toegekend wordt of als een administratieve regularisatie op voorlegging van de bijgewerkte documenten volstaat.
Ieder installateur of hersteller die zijn werkzaamheden i.v.m. de tachografen stopzet, geeft daarvan onmiddellijk schriftelijk kennis aan de Administratie.
§ 5. De erkende werkplaats moet zorgen voor de overbrenging van de in het geheugen van zijn werkplaatskaarten opgeslagen gegevens, iedere dag dat deze gebruikt werden. Deze gegevens worden minstens vier jaar bewaard. Een back-up wordt even lang bewaard op een beveiligde plaats die van het tachograaflokaal gescheiden is, teneinde de bewaring van de gegevens in alle omstandigheden te waarborgen.
Afdeling 3. Overbrenging van de in het geheugen
van het controleapparaat opgeslagen gegevens
Art. 9.
§ 1. Naast de technische handelingen, kunnen de erkende werkplaatsen de in het geheugen van het controleapparaat opgeslagen gegevens overbrengen. De gegevens mogen enkel verstrekt worden aan de houder van het voertuig of aan een door hem gemachtigd persoon. De overbrenging gebeurt in een vorm die de vertrouwelijkheid van de voornoemde gegevens waarborgt.
De in het vorige lid bedoelde overbrenging wordt uitgevoerd vóór de vervanging van het controleapparaat of zijn verwijdering uit het voertuig.
Na de uitvoering van de overbrenging moet nagegaan worden of de overgebrachte gegevens alle veiligheidselementen betreffende hun echtheid en hun integriteit bevatten.
Voor iedere uitgevoerde overbrenging moet de nodige informatie opgetekend worden met het oog op het opmaken van een verslag betreffende de overbrenging van de gegevens. Deze documenten worden gearchiveerd en bewaard voor een duur van vier jaar.
Een kopie van de uit de voertuigunit overgebrachte gegevens wordt gearchiveerd en bewaard voor ten minste vier jaar. Bovendien moet een back-up uitgevoerd worden van elke overbrenging van gegevens naar een beveiligde externe mediumdrager. De back-up wordt even lang bewaard op een beveiligde plaats buiten het tachograaflokaal, teneinde de bewaring van de gegevens in alle omstandigheden te waarborgen.
§ 2. Alle gegevens worden bewaard in de daartoe bestemde gesloten kast of brandkast in het tachograaflokaal van de erkende werkplaats.
In het geval dat de overbrenging van de gegevens niet mogelijk is, moet de erkende werkplaats een certificaat van onmogelijkheid van
gegevensoverdracht waarvan het model op bijlage IV van dit besluit staat, in tweevoud opstellen.
Eén exemplaar wordt of aan de houder van het voertuig of aan een door hem gemachtigde persoon afgeleverd. De erkende werkplaats
bewaart een kopie van deze certificaten gedurende vier jaar.
§ 3. Alle overgebrachte gegevens en in het kader van deze activiteit opgestelde documenten worden ter beschikking gehouden van de door de Minister of zijn afgevaardigde gemachtigde ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer.
Afdeling 4. Personeel van de erkende werkplaatsen
Art. 10.
De erkende werkplaats beschikt ten minste over twee personen : een technisch verantwoordelijke en een technicus. De technisch verantwoordelijke beschikt over een voldoende kwalificatie en beheerst goed de computerapparatuur. Hij zorgt voor de naleving van alle voorwaarden op basis waarvan de erkenning werd afgeleverd.
Ieder personeelslid dat met de installatie of de herstelling belast is, heeft de in artikel 11 bedoelde opleiding gevolgd.
Het basisopleidingsattest heeft een geldigheidsduur van twee jaar. De vervolmakingsattesten zijn drie jaar geldig.
Iedere wijziging van gekwalificeerd personeel wordt onmiddellijk ter kennis gebracht van de Administratie, met vermelding van de datum waarop de wijziging heeft plaatsgehad.
Een houder beschikt slechts over één enkele werkplaatskaart en gebruikt ze enkel in het kader van de activiteiten van de werkplaats die ze kreeg.
Afdeling 5. Opleiding van het personeel van
de erkende werkplaatsen
Art. 11.
De Minister duidt de opleidingsinstellingen aan volgens de hierna bepaalde voorwaarden :
1° de opleidings- en vervolmakingscursussen worden in specifieke lokalen door opleidingsinstellingen verstrekt op basis van een programma, goedgekeurd door de Minister of zijn afgevaardigde;
2° de lesgevers van de in punt 1° bedoelde instellingen leveren het bewijs van hun ervaring in het domein en van een continu specifieke vorming verstrekt door de tachograaffabrikanten;
3° het opleidingsprogramma omvat : de toepassing van de vigerende reglementering, de bijgewerkte technische specificaties van de tachograaf, de overbrenging van de gegevens en de computertoepassingen nodig voor de technische ingrepen, de programmering en de verzegeling. De opleiding wordt afgesloten met een evaluatieproef;
4° de aanwezigheid op de cursus is verplicht. De opleidingen worden georganiseerd voor groepen van maximaal 12 personen. De basiscursussen tellen minstens 20 uur opleiding; de vervolmakingcursussen tellen minstens 12 uur opleiding. Het didactisch materieel voor de cursussen omvat, per groep van twee personen, tenminste de volgende zaken :
De technische handboeken en de gebruiksaanwijzing van de tachograaf worden aan iedere deelnemer overhandigd.
5° het programma, de inhoud van de opleidingscursussen alsook de evaluatieproeven worden ter goedkeuring voorgelegd aan de Administratie.
6° minstens 15 dagen vóór elke sessie die zij organiseren, bezorgen de opleidingsinstellingen de data, de themas, de plaatsen en de naam van de lesgevers aan de Administratie;
7° iedere kandidaat die met vrucht een opleidingscursus gevolgd heeft, krijgt van de opleidingsinstelling een attest waarvan het model door de Administratie vastgelegd is; een kopie ervan wordt binnen 15 dagen naar de Administratie gestuurd;
8° de opleidingsinstellingen houden een register bij van alle georganiseerde sessies alsook van de deelnemers.
§ 1. De erkenning kan worden ingetrokken door de Minister of zijn afgevaardigde, indien een installatie, een controle van de meetnauwkeurigheid of een herstelling niet overeenkomstig de voorschriften van de verordening werd uitgevoerd.
De erkenning als installateur of hersteller kan ook worden ingetrokken indien, bij toepassing van artikel 13, wordt vastgesteld dat niet meer voldaan is aan de voorwaarden van dit besluit voor het installeren of herstellen van tachografen.
§ 2. De intrekking van de erkenning wordt aan de betrokkene betekend door de Minister of zijn afgevaardigde.
Binnen dertig dagen na de kennisgeving van de intrekking van de erkenning, kan de betrokkene per aangetekende brief beroep instellen bij de Minister.
De Minister doet bij gemotiveerde beslissing uitspraak binnen de dertig dagen na de verzending van de brief, eventueel na de betrokkene of zijn gevolmachtigde te hebben gehoord.
Het beroep is niet opschortend.
Art. 13.
De hiertoe gemachtigde ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer kunnen te allen tijde en overal de erkende werkplaatsen controleren.
De Koning kan, onder de voorwaarden vastgelegd in bijlage VI, bevoegde instellingen erkennen om de in het lid 1 bedoelde controles uit te voeren. Deze instellingen zijn niet betrokken bij de fabricatie, de invoer of het in de handel brengen van tachografen.
|
|||||
|
|
|