Verordening (EG) nr. 2135/98 van de Raad van 24 september 1998 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3821/85 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en tot wijziging van Richtlijn 88/599/EEG betreffende standaardprocedures voor de controle op de toepassing van Verordening (EEG) nr. 3820/85 en Verordening (EEG) nr. 3821/85
Laatst gewijzigd door EG 561/2006 - Publicatieblad L102 11/04/2006

Publikatieblad nr L 274 van 09/10/1998 BLZ. 0001

Artikel 1

Betreft de wijzigingen in Verordening (EEG) 3821/85.

Artikel 2

1.

  1. Vanaf de twintigste dag volgend op de publicatie van Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer en tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad (*) moeten voertuigen die voor het eerst in het verkeer worden gebracht uitgerust zijn met een controleapparaat dat voldoet aan de voorschriften van bijlage I B bij Verordening (EEG) nr. 3821/85.
    (*) PB L 102 van 11.4.2006, blz. 1
    Lid 1.a
    (vervangen en in werking op 01 mei 2006 - Publicatieblad L102 11/04/2006)

  2. Vanaf de datum van inwerkingtreding van het bepaalde onder a) zijn bij vervanging van het controleapparaat op voertuigen voor personenvervoer met behalve de bestuurdersplaats meer dan acht zitplaatsen en een maximumgewicht van meer dan 10 ton en op voertuigen voor vrachtvervoer met een maximumgewicht van meer dan 12 ton de bepalingen van bijlage I B bij Verordening (EEG) nr. 3821/85 van toepassing, als deze voertuigen op 1 januari 1996 of later voor het eerst zijn geregistreerd en de overbrenging van de signalen naar het controleapparaat waarmee zij zijn uitgerust, geheel elektronisch geschiedt.

2.

De lidstaten nemen de nodige maatregelen om de bestuurderskaarten uiterlijk op de twintigste dag volgend op de publicatie van Verordening (EG) nr. 561/2006 te kunnen afgeven.
Lid 2 (vervangen en in werking op 01 mei 2006 - Publicatieblad L102 11/04/2006)

3.

Indien twaalf maanden na de bekendmaking van het in lid 1 bedoelde besluit nog geen enkele EG-goedkeuring is verleend voor een controleapparaat dat voldoet aan de voorschriften van bijlage I B bij Verordening (EEG) nr. 3821/85, dient de Commissie bij de Raad een voorstel in tot verlenging van de in de leden 1 en 2 genoemde termijnen.

4.

Bestuurders die voor de in lid 2 genoemde datum een met een aan bijlage I B bij Verordening (EEG) nr. 3821/85 beantwoordend controleapparaat uitgerust voertuig besturen en aan wie de bevoegde autoriteiten nog geen bestuurderskaart hebben kunnen afgeven, drukken aan het einde van hun dagelijkse werkperiode de gegevens af betreffende de door het controleapparaat geregistreerde tijdgroepen en brengen op die afdruk de gegevens aan waarmee zij kunnen worden geïdentificeerd (naam en nummer van het rijbewijs), alsmede hun handtekening.


Artikel 3

Richtlijn 88/599/EEG wordt als volgt gewijzigd:

1. artikel 3, lid 2 wordt vervangen door:

"2. De controles langs de weg hebben betrekking op de volgende punten:

(*) Verordening (EG) nr. 2135/98 van de Raad van 24 september 1998 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3821/85 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en tot wijziging van Richtlijn 88/599/EEG betreffende standaardprocedures voor de controle op de toepassing van Verordening (EEG) nr. 3820/85 en Verordening (EEG) nr. 3821/85 PB L 274 van 9.10.1998, blz. 1).
(**) Richtlijn 70/156/EEG van de Raad van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (PB L 42 van 23.2.1970, blz. 1). Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 97/27/EG (PB L 233 van 25.8.1997, blz. 1.).";

 

2. in artikel 4 wordt lid 3 vervangen door:

"3. Met het oog op de toepassing van dit artikel zijn de controles die de bevoegde autoriteiten ten eigen kantore verrichten op basis van te dien einde door de ondernemingen op verzoek van genoemde instanties verstrekte relevante documenten en/of gegevens, gelijk te stellen met ter plaatse in de ondernemingen verrichte controles.".

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking de dag volgend op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 24 september 1998.