to homepage

"BIJLAGE - I B"

Verordening (EG) nr. 2135/98 van de Raad van 24 september 1998 betreffende het controleapparaat (tachograaf).
Gewijzigd door VERORDENING (EG) Nr. 1360/2002 dd. 13 juni 2002 en 432/2004 dd. 5 maart 2004

CONSTRUCTIE-, BEPROEVINGS-, INSTALLATIE- EN CONTROLEVOORSCHRIFTEN


Teneinde de interoperabiliteit van de software van de in deze bijlage omschreven apparatuur te behouden, zijn bepaalde afkortingen, termen en uitdrukkingen op het gebied van informatica in de tekst opgenomen in de taal van het origineel, namelijk het Engels. Bij bepaalde uitdrukkingen is voor de duidelijkheid tussen haakjes een letterlijke vertaling toegevoegd.

Inhoudstabel
INHOUD

I. DEFINITIES

II. ALGEMENE KENMERKEN EN FUNCTIES VAN HET CONTROLEAPPARAAT

  1. Algemene kenmerken
  2. Functies
  3. Werkingsmodi
  4. Beveiliging

III. FUNCTIONELE EN CONSTRUCTIE-EISEN AAN HET CONTROLEAPPARAAT

  1. Bewaking van het inbrengen en uitnemen van controlekaarten
  2. Meting van snelheid en afgelegde afstand
    1. Meting van de afgelegde afstand
    2. Meting van de snelheid
  3. Tijdmeting
  4. Controleren van de activiteiten van de bestuurder
  5. Controleren van de status van de bestuurders
  6. Handmatige invoer door de bestuurders
    1. Invoer van begin- en eindpunt van de dagelijkse werkperiode
    2. Handmatige invoer van de activiteiten van de bestuurder
    3. Invoer van specifieke omstandigheden
  7. Beheer van bedrijfsvergrendelingen
  8. Bewaking van controleactiviteiten
  9. Detecteren van voorvallen en/of fouten
    1. Inbrengen van een ongeldige kaart.
    2. Kaartconflict
    3. Tijdsoverlapping
    4. Rijden zonder een geschikte kaart
    5. Inbrengen van de kaart tijdens het rijden
    6. Laatste kaartsessie niet correct afgesloten
    7. Snelheidsoverschrijding
    8. Onderbreking van de stroomvoorziening
    9. Fout in de beweginsgegevens
    10. Poging tot inbreuk op de beveiliging
    11. Kaart-fout
    12. Controleapparaat -fout
  10. Ingebouwde beproeving en zelfbeproeving
  11. Lezen van het geheugen
  12. Registratie en opslag in het geheugen
    1. Identificatiegegevens van het apparaat
      1. Identificatiegegevens van de voertuigunit
      2. Identificatiegegevens van de bewegingsopnemer
    2. Beveiligingselementen
    3. Gegevens over het inbrengen en uitnemen van de bestuurderskaart
    4. Gegevens over de activiteiten van de bestuurder
    5. Plaatsen waar dagelijkse werkperioden beginnen en/of eindigen
    6. Gegevens over de kilometerstand
    7. Gedetailleerde snelheidsgegevens
    8. Gegevens over voorvallen
    9. Gegevens over fouten
    10. Kalibreringsgegevens
    11. Tijdsafstellingsgegevens
    12. Gegevens over controleactiviteiten
    13. Gegevens over bedrijfsvergendelingen
    14. Gegevens over overbrengingsactiviteiten
    15. Gegevens over specifieke omstandigheden
  13. Aflezen van de tachograafkaart
  14. Registratie en opslag op een tachograafkaart
  15. Visuele weergave
    1. Standaardleesvenster
    2. Waarschuwingsleesvenster
    3. Toegang tot het menu
    4. Andere leesvensters
  16. Afdrukken
  17. Waarschuwingssignalen
  18. Overgbrengen van gegevens naar externe media
  19. Uitvoeren van gegevens naar additionele externe inrichtingen
  20. Kalibrering
  21. Tijdafstelling
  22. Prestatiekenmerken
  23. Materialen
  24. Aanduidingen

IV. FUNCTIONELE EN CONSTRUCTIE-EISEN VOOR TACHOGRAAFKAARTEN

  1. Zichtbare gegevens
  2. Beveiliging
  3. Normen
  4. Milieu- en elektrotechnische specificaties
  5. Gegevensopslag
    1. Identificatie van de kaart en veiligheidsgegevens
      1. Toepassingsidentificatie
      2. Chipidentificatie
      3. IC-kaartidentificatie
      4. Beveiligingselementen
    2. Bestuurderskaart
      1. Kaartidentificatie
      2. Identificatie van de kaarthouder
      3. Informatie over het rijbewijs
      4. Gegevens over het gebruik van voertuigen
      5. 5.2.5. Gegevens over de activiteiten van de bestuurder
      6. Plaatsen waar dagelijkse werkperioden beginnen en/of eindigen
      7. Gegevens over voorvallen
      8. Gegevens over fouten
      9. Gegevens over controleactiviteiten
      10. Gegevens over kaartsessies
      11. Gegevens over specifieke omstandigheden
    3. Werkplaatskaart
      1. Beveiligingselementen
      2. Kaartidentificatie
      3. Identificatie van de kaarthouder
      4. Gegevens over het geburik van voertuigen
      5. Gegevens over de activiteiten van de bestuurder
      6. Gegevens over begin en einde van dagelijkse werkperioden
      7. Gegevens over voorvallen en fouten
      8. Gegevens over controleactiviteiten
      9. Gegevens over kalibrering en tijdafstelling
      10. Gegevens over specifieke omstandigheden
    4. Controlekaart
      1. Kaartidentificatie
      2. Identificatie van de kaarthouder
      3. Gegevens over controleactiviteiten
    5. Bedrijfskaart
      1. Kaartidentificatie
      2. Identificatie van de kaarthouder
      3. Gegevens over bedrijfsactiviteiten

V. INSTALLATIE VAN HET CONTROLEAPPARAAT

  1. Installatie
  2. Installatieplaatje
  3. Verzegeling

VI. CONTROLES, INSPECTIES EN REPARATIES

  1. Erkenning van installateurs of werkplaatsen
  2. Controle van nieuwe of herstelde inrichtingen
  3. Controle van de installatie
  4. Periodieke controles
  5. Vaststelling van afwijkingen
  6. Reparaties

VII. KAARTAFGIFTE

VIII. GOEDKEURING VAN HET CONTROLEAPPARAAT EN DE TACHOGRAAFKAARTEN

  1. Algemeen
  2. Veiligheidscertificaat
  3. Functiecertificaat
  4. Interoperabiliteitscertificaat
  5. Typegoedkeuringscertificaat
  6. Bijzondere procedure: eerste interoperabiliteitscertificaten

Appendix 1: Verklarende woordenlijst van de gegevens
Appendix 2: Specificatie van tachograafkaarten
Appendix 3: Pictogrammen
Appendix 4: Afdrukken
Appendix 5: Leesvenster
Appendix 6: Externe interfaces
Appendix 7: Protocollen voor gegevensoverdracht
Appendix 8: Kalibratieprotocol
Appendix 9: TYPEGOEDKEURING ó LIJST VAN MINIMAAL VEREISTE BEPROEVINGEN
Appendix 10: ALGEMENE BEVEILIGINGSDOELSTELLINGEN
Appendix 11: ALGEMENE BEVEILIGINGSMECHANISMEN
Appendix 12: ADAPTOR VOOR VOERTUIGEN VAN DE CATEGORIEËN M1 EN N1

top of page
Vervolg