afb. Belgische vlag
Inhoudstabel Tachograaf
pijl links EEG 3820/85
EEG 3821/85

20 DECEMBER 1985. Verordening EEG n° 3821/85 van de raad, betreffende het controleapparaat in het wegvervoer
gewijzigd op 10 okt 1998 verordening EG nr 2135/98, 31 okt 2003 EG nr. 1882/03, 1 mei 2006 EG nr. 561/06 en 23 jan 2009 EG 68/2009
HOOFDSTUK I

Bepalingen ten aanzien van het gebruik

Artikel 13

[De werkgever en de bestuurders zien toe op de juiste werking en het juiste gebruik van het controleapparaat en van de bestuurderskaart, indien de bestuurder moet rijden met een voertuig dat is uitgerust met een aan bijlage I B beantwoordend controleapparaat.]
(Vervangen bij art. 1, 6. Verord. Raad E.G. nr. 2135/98, 24 september 1998 (P.B., L. 274, 9 oktober 1998), met ingang van 10 oktober 1998.)  

Artikel 14

1. De werkgever verstrekt de bestuurders van voertuigen die zijn uitgerust met een aan bijlage I beantwoordend controleapparaat voldoende registratiebladen, rekening houdend met het persoonlijke karakter van deze bladen, de duur van de dienst en de eis om eventueel beschadigde of door een met de controle belaste ambtenaar in beslag genomen bladen te vervangen. De werkgever verstrekt de bestuurders slechts bladen van een goedgekeurd model, die geschikt zijn voor gebruik in het in het voertuig geïnstalleerde apparaat.
Indien het voertuig is uitgerust met een aan bijlage I B beantwoordend controleapparaat, zien de werkgever en de bestuurder erop toe dat, rekening houdend met de duur van de dienst, de in bijlage I B bedoelde afdruk op verzoek in geval van controle correct kan gebeuren.
[boete 1.200 EUR * Eén of meer van de gebruikte registratiebladen hebben niet het goedgekeurde model en/of zijn niet geschikt voor gebruik in het in het voertuig geïnstalleerde apparaat, waardoor er geen relevante gegevens werden geregistreerd ];

2. " De onderneming moet de registratiebladen en afdrukken, indien er afdrukken zijn gemaakt om aan artikel 15, lid 1, te voldoen, ten minste één jaar na het gebruik in chronologische volgorde en leesbare vorm bewaren; de onderneming verstrekt de betrokken bestuurders op hun verzoek een kopie. De onderneming verstrekt de betrokken bestuurders op hun verzoek ook een kopie van de overgebrachte gegevens van de bestuurderskaart en papieren afdrukken daarvan. De registratiebladen, afdrukken en overgebrachte gegevens moeten op verzoek van de met de controle belaste ambtenaren worden overgelegd of overhandigd."
(" " vervangen en in werking op 01 mei 2006 - Publicatieblad L102 11/04/2006)

3. De in bijlage I B bedoelde bestuurderskaart wordt op verzoek van de bestuurder verstrekt door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de bestuurder zijn gewone verblijfplaats heeft. Een lidstaat kan verlangen dat elke bestuurder waarop Verordening (EEG) nr. 3820/85 van toepassing is en die zijn gewone verblijfplaats heeft op het grondgebied van die lidstaat, houder is van de bestuurderskaart.

a. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder "gewone verblijfplaats" verstaan de plaats waar iemand gewoonlijk verblijft, dat wil zeggen gedurende ten minste 185 dagen per kalenderjaar wegens persoonlijke en beroepsmatige bindingen, of, voor personen zonder beroepsmatige bindingen, wegens persoonlijke bindingen, waaruit nauwe banden tussen hemzelf en de plaats waar hij woont blijken. De gewone verblijfplaats van iemand die zijn beroepsmatige bindingen op een andere plaats heeft dan zijn persoonlijke bindingen en daardoor afwisselend verblijft op verschillende plaatsen gelegen in twee of meer lidstaten, wordt evenwel geacht zich op dezelfde plaats te bevinden als zijn persoonlijke bindingen, op voorwaarde dat hij daar op geregelde tijden terugkeert. Deze laatste voorwaarde vervalt wanneer de betrokkene in een lidstaat verblijft voor een opdracht van een bepaalde duur.

b. De bestuurders tonen met passende middelen, met name met hun identiteitskaart of enig ander legitimatiebewijs, aan waar hun gewone verblijfplaats is.

c. De bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de bestuuderskaart is afgegeven, kunnen, indien zij de juistheid van de overeenkomstig onder b) afgelegde verklaring inzake gewone verblijfplaats betwijfelen of met het oog op bepaalde specifieke controles, om aanvullende inlichtingen of bewijsstukken verzoeken.

d. De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van afgifte vergewissen zich er zoveel mogelijk van dat de aanvrager niet reeds in het bezit is van een geldige bestuurderskaart.  

boetetarief
1.200 EUR
De
bestuurder is geen titularis van een bestuurderskaart terwijl het voertuig of het transport niet is vrijgesteld van het gebruik van de tachograaf.

4.  

a. De bevoegde autoriteit van de lidstaat geeft een persoonlijk karakter aan de bestuurderskaart overeenkomstig de bepalingen van bijlage I B. De bestuurderskaart is ten hoogste vijf jaar geldig. De bestuurder kan slechts houder van één bestuurderskaart zijn. Hij mag alleen zijn persoonlijke kaart gebruiken. Hij mag geen defecte of verlopen kaart gebruiken. Wanneer een nieuwe bestuurderskaart wordt afgegeven ter vervanging van een oude kaart, moet de nieuwe kaart hetzelfde bestuurdersnummer dragen, maar wordt het getal dat het aantal vervangingen aangeeft, met één verhoogd. De autoriteit die de kaart afgeeft houdt een register bij van verloren en defecte kaarten. Bij beschadiging, slechte werking, verlies of diefstal van de bestuurderskaart verstrekt de bevoegde autoriteit een nieuwe kaart binnen vijf werkdagen na ontvangst van een met redenen omkleed verzoek daartoe. Bij verzoek om vernieuwing van een bijna verlopen kaart verstrekt de bevoegde autoriteit voor de vervaldatum een nieuwe kaart, voorzover het desbetreffende verzoek haar is toegezonden binnen de in artikel 15, lid 1, tweede alinea, gestelde termijn.

b. Bestuurderskaarten worden alleen verstrekt aan aanvragers waarop Verordening (EEG) nr. 3820/85 van toepassing is.

c. Bestuurderskaarten zijn persoonlijk. Zolang zij geldig zijn, kunnen zij om geen enkele reden worden ingetrokken of geschorst, behalve wanneer de bevoegde autoriteit van een lidstaat vaststelt dat een kaart is vervalst, dat de bestuurder een kaart gebruikt waarvan hij niet de houder is of dat een kaart is verkregen op basis van valse verklaringen en/of valse documenten. Indien de bovengenoemde maatregelen inzake intrekking of schorsing worden genomen door een andere lidstaat dan de lidstaat van afgifte, zendt de eerstgenoemde lidstaat de kaart met opgave van redenen terug aan de autoriteit van de laatstgenoemde lidstaat die de kaart heeft afgegeven.

d. De door de lidstaten afgegeven bestuurderskaarten worden onderling erkend. Wanneer de houder van een door een lidstaat afgegeven geldige bestuurderskaart zijn gewone verblijfplaats heeft gevestigd in een andere lidstaat, kan hij verzoeken zijn kaart te ruilen tegen een gelijkwaardige bestuurderskaart; de lidstaat die de kaart ruilt, moet zo nodig nagaan of de ter ruiling aangeboden kaart inderdaad nog geldig is. Een lidstaat die een kaart ruilt, zendt de oude kaart met opgave van redenen terug aan de autoriteiten van de lidstaat die de kaart hebben afgegeven.

e. Wanneer een lidstaat een bestuurderskaart vervangt of ruilt, wordt de vervanging of ruiling alsmede iedere latere vervanging of ruiling in die lidstaat geregistreerd.

f. De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om te voorkomen dat bestuurderskaarten vervalst worden.

boetetarief
1.200 EUR
a. De
bestuurderskaart is niet geldig omdat de geldigheidsduur ervan verstreken is.
2.400 EUR
De bestuurder heeft de
bestuurderskaart frauduleus gebruikt door
- het gebruik of het bezit van een kaart waarvan een andere persoon titularis is;
- het beurtelings gebruik van twee of meerdere kaarten toegekend aan verschillende bestuurders, waarvan hij al dan niet houder is:
- het gebruik van een als verloren of gestolen gemelde kaart;
- het beurtelings gebruik van meerdere geldige kaarten waarvan hij houder is;
- het gebruik van een vervalste of valse kaart of van een kaart waarvan de geregistreerde gegevens ontoegankelijk gemaakt of vernietigd werden.

5. De lidstaten zien erop toe dat de gegevens die nodig zijn voor de controle op de naleving van Verordening (EEG) nr. 3820/85 en Richtlijn 92/6/EEG van de Raad van 10 februari 1992 betreffende de installatie en het gebruik, in de Gemeenschap, van snelheidsbegrenzers in bepaalde categorieën motorvoertuigen (*), welke gegevens worden geregistreerd door de controleapparaten overeenkomstig bijlage I B bij deze verordening, in het geheugen opgeslagen blijven gedurende ten minste 365 dagen na de datum van registratie, en beschikbaar kunnen worden gesteld onder voorwaarden die de veiligheid en juistheid van de gegevens garanderen.
De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om zich ervan te vergewissen dat de doorverkoop of het buiten gebruik stellen van de controleapparaten de goede toepassing van dit lid niet ongunstig kan beinvloeden.

(*) PB L 57 van 23. 11. 1992, blz. 27. laatst gewijzigd door Richtlijn 2002/85
Lid 1 vervangen bij art. 1, 7., a) Verord. Raad E.G. nr. 2135/98, 24 september 1998 (P.B., L. 274, 9 oktober 1998), met ingang van 10 oktober 1998
Lid 3-4-5 toegevoegd bij art. 1, 7., b) Verord. Raad E.G. nr. 2135/98, 24 september 1998 (P.B., L. 274, 9 oktober 1998), met ingang van 10 oktober 1998
Lid 2 vervangen bij art. 26 lid 3 Verordening E.G. nr. 561/2006 van 15 maart 2006 (P.B., L. 102, 11-04-2006), met ingang van 1 mei 2006.

Artikel 15 ;

1. De bestuurders gebruiken geen vuile of beschadigde registratiebladen of bestuurderskaart. Met het oog daarop moeten de bladen op juiste wijze worden beschermd.

[Wanneer de bestuurders hun bestuurderskaart wensen te vernieuwen, richten zij daartoe een verzoek aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarin zij hun gewone verblijfplaats hebben, en wel uiterlijk 15 werkdagen voor de datum waarop de kaart verstrijkt.]
(Toegevoegd bij art. 1, 8., b) Verord. Raad E.G. nr. 2135/98, 24 september 1998 (P.B., L. 274, 9 oktober 1998), met ingang van 10 oktober 1998)

Indien een blad waarop gegevens zijn geregistreerd, is beschadigd, moeten de bestuurders het beschadigde blad voegen bij het reserveblad dat als vervanging wordt gebruikt.

[Bij beschadiging, slechte werking, verlies of diefstal van de bestuurderskaart moeten de bestuurders bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar zij hun gewone verblijfplaats hebben, binnen zeven kalenderdagen om vervanging van de kaart verzoeken.]
(Toegevoegd bij art. 1, 8., b) Verord. Raad E.G. nr. 2135/98, 24 september 1998 (P.B., L. 274, 9 oktober 1998), met ingang van 10 oktober 1998)

" Wanneer een bestuurderskaart is beschadigd, gebrekkig werkt of niet in het bezit van de bestuurder is, maakt de bestuurder:

a. aan het begin van zijn rit een afdruk van de gegevens van het door hem bestuurde voertuig, waarop hij vermeldt:

i) gegevens waardoor hij kan worden geïdentificeerd (naam, nummer van zijn bestuurderskaart of rijbewijs), voorzien van zijn handtekening;

ii) de in lid 3, tweede streepje, onder b), c) en d), aangegeven tijdgroepen;

b. aan het eind van zijn rit een afdruk van de gegevens over de perioden die zijn geregistreerd door het controleapparaat en vermeldt hij alle perioden die aan andere werkzaamheden, beschikbaarheid en rust zijn besteed na de afdruk aan het begin van de rit, indien deze niet door de tachograaf zijn geregistreerd, en vermeldt de bestuurder in dat document gegevens die zijn identificatie mogelijk maken (naam, nummer van zijn bestuurderskaart of rijbewijs), voorzien van zijn handtekening.
" "(vervangen en in werking op 01 mei 2006 - Publicatieblad L102 11/04/2006)

boetetarief
50 EUR De bestuurder ziet niet toe op de juiste toepassing van de reglementering.

1.200 EUR
Eén of meer van de registratiebladen zijn ten tengevolge van
bevuiling en/of beschadiging onleesbaar en/of oncontroleerbaar en zijn niet vergezeld van een reserveblad]

Afdruk of uitprint overtredingen
600 EUR
In de gevallen dat de bestuurderskart beschadigd is, gebrekkig werkt of niet in het bezit van de bestuurder is/was (wegens verlies of diefstal) kan de bestuurder geen afdruk van de door de digitale tachograaf geregistreerde gegevens overleggen en/of heeft de bestuurder nagelaten op de overgelegde afdruk de niet-geregistreerde gegevens, zijn naamen het nummer van zijn rijbewijs of bestuurderskaart te vermelden (voor zover de identificatie van de bestuurder onmogelijk is) voor de periode voor de laatst genoten wekelijkse rusttijd.
1.200 EUR
a. Idem als bij 600 (voor zover de identificatie van de bestuurder onmogelijk is) + voor de periode na de laatst genoten wekelijkse rusttijd.
b. De door de digitale tachograaf afgedrukte gegevens zijn onleesbaar geworden ten gevolge van onzorgvuldigheid of nalatigheid van de bestuurder.
1.600 EUR
idem als bij 600 ... onmogelijk is) + waardoor de controlebeambte niet kan nagaan of aan de verplchting van de dagelijkse of wekelijkse rusttijd werd voldaan tijdens respectievelijk de laatste 24 of 48 uur.

2. De bestuurders moeten voor iedere dag dat zij rijden, registratiebladen gebruiken vanaf het tijdstip waarop zij het voertuig overnemen. Het registratieblad of bestuurderskaart wordt niet voor het einde van de dagelijkse werktijd uit het apparaat genomen, tenzij zulks anderszins is toegestaan. Geen enkel registratieblad mag worden gebruikt voor een langere periode dan die waarvoor dat bestemd is.

" Wanneer de bestuurder niet bij het voertuig is en daardoor het apparaat waarmee het voertuig is uitgerust, niet kan bedienen, moeten de in lid 3, tweede streepje, onder b), c) en d), aangegeven tijdgroepen : met de hand, door automatische registratie of anderszins, leesbaar op het registratieblad worden opgetekend zonder dat dit wordt bevuild.

Zij brengen op de registratiebladen de nodige wijzigingen aan indien meer dan één bestuurder zich in het voertuig bevindt, zodat de gegevens die zijn bedoeld in hoofdstuk II, punten 1 tot en met 3, van bijlage 1, worden geregistreerd op het blad van de bestuurder die daadwerkelijk het voertuig bestuurt.
boete
50 EUR
a. Eén of meer van de
registratiebladen werden zonder geldige reden voor het einde van de werkdag uit het controleapparaat gehaald en/of dit laatste werd voor het einde van de werkdag geopend
b. De bestuurder heeft de
tijdgroepen niet op één of meer van de registratiebladen geregistreerd terwijl hij van het voertuig verwijderd was.
c. De
bestuurderskaart bevindt zich bij de bestuurder in het voertuig maar werd zonder geldige reden voor het einde van de werkdag uit het controleapparaat gehaald, terwijl het voertuig niet in beweging was en er geen reden bestond tot verwijdering van de bestuurderskaart overeenkomstig art. 15§2 van deze verordening.
1.200 EUR
a. Eén of meer van de
registratiebladen werden zonder geldige reden voor het einde van de werkdag uit het controleapparaat gehaald en/of dit laatste werd voor het einde van de werkdag geopend.
b. De bestuurder heeft meer dan één
registratieblad per werkdag gebruikt tenzij dit bij wisseling van voertuig noodzakelijk is opdat het registratieblad het goedgekeurde model heeft dat geschikt is voor gebruik in het in het voertuig geïnstalleerde apparaat.
c. De bestuurder heeft één of meer van de
registratiebladen langer dan 24 uren in het controleapparaat gelaten waardoor de rijtijdlijn overschreven is met rijtijd met als gevolg dat de controle onmogelijk wordt.
d. De gegevens werden niet geregistreerd op het juiste registratieblad (bij
2 bestuurders) (niet cumulatief met art. 15.1 en punt b )
e. De
bestuurderskaart is niet geldig omdat de geldigheidsduur ervan verstreken is.
f. De
bestuurderskaart bevindt zich bij de bestuurder in het voertuig maar werd niet in het controleapparaat ingevoerd.
g. De
bestuurderskaart werd zonder geldige reden voor het einde van de werkdag uit het controleapparaat gehaald, terwijl het voertuig werd gebruikt.

3. De bestuurders:

1. Zien erop toe dat de tijdsaanduiding op het blad overeenkomt met de wettelijke tijd van het land waar het voertuig is ingeschreven,

2. Belasten zich met het bedienen van de schakelorganen met behulp waarvan de volgende te registreren tijden kunnen worden onderscheiden:

a. onder het teken : de rijtijd;

b. " onder „andere werkzaamheden” wordt verstaan elke andere activiteit, als gedefinieerd in artikel 3, onder a), van Richtlijn 2002/15/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2002 betreffende de organisatie van de arbeidstijd van personen die mobiele werkzaamheden in het wegvervoer uitoefenen (*), behalve rijden, alsmede alle werkzaamheden voor dezelfde of een andere werkgever in of buiten de vervoerssector; andere werkzaamheden moeten onder het teken worden geregistreerd; "
" " (vervangen en in werking op 01 mei 2006 - Publicatieblad L102 11/04/2006)

c. " „beschikbaarheid” als gedefinieerd in artikel 3, onder b), van Richtlijn 2002/15/EG moet onder dit teken worden geregistreerd. "
" " (vervangen en in werking op 01 mei 2006 - Publicatieblad L102 11/04/2006)
te weten:

• de wachttijd, dat wil zeggen de tijd gedurende welke de bestuurders slechts op de plaats van het werk behoeven te blijven om gevolg te geven aan eventuele oproepen tot begin of hervatting van de rit, of tot andere werkzaamheden;

• de tijd gedurende de rit doorgebracht naast de bestuurder;

• de tijd gedurende de rit doorgebracht op een slaapbank;

d. onder teken : de werkonderbrekingen en de dagelijkse rusttijden.

boetetarief
50 EUR
- De bestuurder ziet niet toe op de juiste toepassing van de reglementering.
-
1.200 EUR
- De tijdsaanduiding is niet coorect, ttz. vanaf een afwijking van UCT +3 voor in de EER ingeschreven voertuigen en volgens de tabel ad hoc voor de andere voertuigen (met uitzondering van de afwijking van 12u) (niet cumulatief met e7).

4. Iedere Lid-Staat kan voor de registratiebladen die voor de op zijn grondgebied ingeschreven voertuigen worden gebruikt, toestaan dat de in lid 3, II, onder b en c, bedoelde tijden alle onder het teken worden genoteerd.
(geschrapt en in werking op 01 mei 2006 - Publicatieblad L102 11/04/2006)

5. [boete 500 EUR] * ;
De bestuurder moet op het registratieblad de volgende gegevens aanbrengen:

a. naam en voornaam, bij het begin van het gebruik van het blad;

b. datum en plaats, bij het begin en aan het einde van het gebruik van het blad;

c. nummer van de kentekenplaat van het voertuig waarop hij werkt, voor de eerste rit die op het blad wordt geregistreerd, en vervolgens, indien van voertuig wordt gewisseld, tijdens het gebruik van het blad; (nvdr. gegevens 2° voertuig aanbrengen op de achterzijde van de schijf)

d. kilometerstand:

• voor de eerste rit die op het blad wordt geregistreerd,

• aan het einde van de laatste rit die op het registratieblad wordt geregistreerd,

• indien van voertuig wordt gewisseld gedurende de werkdag (kilometerteller van het gebruikte voertuig en kilometerteller van het voertuig dat zal worden gebruikt), (nvdr. gegevens 2° voertuig aanbrengen op de achterzijde van de schijf)

e. eventueel het tijdstip waarop van voertuig wordt gewisseld.

boetetarief
50 EUR
-
1.200 EUR
a. De bestuurder heeft nagelaten één of meerdere van de volgende gegevens op één of meer van de registratiebladen aan te brengen: naam en voornaam van de bstuurder (voorzover identificatie van de bestuurder op basis van het registrarieblad in samenlezing met het rijbewijs en het identiteitsbewijs onmogelijk is), datum bij begin van gebruik van het registratieblad, het nummer van de kentekenplaat van het voertuig.
b. De bestuurder heeft nagelaten één of meerdere van de volgende gegevens op één of meer van de registratiebladen aan te brengen: datum bi einde van gebruik van het registratieblad, de kilometerstanden bij het begin van de eerste rit, aan het einde van de laatste rit en bij een eventuele wissling van voertuig, het tijdstip van wisseling van voertuig, de plaats bij begin en einde van gebruik van het registratieblad.

5 bis. De bestuurder voert in het aan bijlage I B beantwoordend controleapparaat het symbool in van het land waar zijn dagelijkse werkperiode begint, en dat van het land waar die periode eindigt. Een lidstaat kan bestuurders van voertuigen die op zijn grondgebied binnenlands vervoer verrichten echter verplichten bij het landsymbool nadere geografische gegevens te verstrekken mits deze door de betrokken lidstaat voor 1 april 1998 aan de Commissie zijn meegedeeld en hun aantal niet meer bedraagt dan twintig.

Het invoeren van deze gegevens geschiedt op initiatief van de bestuurder en kan ofwel geheel handmatig plaatsvinden, ofwel automatisch indien het controleapparaat verbonden is met een plaatsbepalingssysteem via satelliet.

(5 bis Toegevoegd bij art. 1, 8., c) Verord. Raad E.G. nr. 2135/98, 24 september 1998 (P.B., L. 274, 9 oktober 1998), met ingang van 10 oktober 1998)  

6. Het in bijlage I omschreven controleapparaat moet zodanig zijn ontworpen dat de met de controle belaste ambtenaren, eventueel na opening van het apparaat, de gegevens die zijn geregistreerd tijdens de negen uur voorafgaand aan het uur van de controle, kunnen aflezen zonder het blad blijvend te vervormen, beschadigen of verontreinigen. Het apparaat moet bovendien zo zijn ontworpen dat zonder opening van de kast kan worden gecontroleerd of de registraties plaatsvinden.

7. (lid 7 vervangen en in werking op 01 mei 2006 - Publicatieblad L102 11/04/2006)

a) Wanneer de bestuurder rijdt met een voertuig dat is uitgerust met een aan bijlage I beantwoordend controleapparaat, moet hij op verzoek van de met de controle belaste ambtenaren het volgende kunnen tonen:

i) de registratiebladen van de lopende week en die welke de bestuurder de voorafgaande vijftien dagen * heeft gebruikt,

ii) de bestuurderskaart, indien hij houder is van een dergelijke kaart, en

iii) alle handmatig opgetekende gegevens en afdrukken van de lopende week zelf en van de voorafgaande 15 dagen,* zoals vereist uit hoofde van deze verordening en Verordening (EG) nr. 561/2006.

Echter na 1 januari 2008 bestrijken de onder i) en iii) bedoelde perioden de dag zelf en de voorafgaande 28 dagen.

b) Wanneer de bestuurder rijdt met een voertuig dat is uitgerust met een aan bijlage I B beantwoordend controleapparaat, moet hij op verzoek van de met controle belaste ambtenaren het volgende kunnen tonen:

• de bestuurderskaart waarvan hij houder is, en

• alle handmatig geregistreerde gegevens en afdrukken van de week zelf en van de voorafgaande 15 dagen,* zoals vereist uit hoofde van deze verordening en Verordening (EG) nr. 561/2006, en

• de registratiebladen voor dezelfde periode als die welke onder ii) is bedoeld en waarin hij heeft gereden met een voertuig dat is uitgerust met een aan bijlage I beantwoordend controleapparaat.

Echter na 1 januari 2008 bestrijken de onder i) en iii) bedoelde perioden de dag zelf en de voorafgaande 28 dagen.* "

c) Een met de controle belaste ambtenaar met inspectiebevoegdheid kan de naleving van Verordening (EG) nr. 561/2006 controleren door onderzoek van de registratiebladen, de getoonde of afgedrukte gegevens die door het controleapparaat of de bestuurderskaart zijn geregistreerd of, bij ontbreken daarvan, door analyse van elk ander bewijsdocument aan de hand waarvan de nietnaleving van een bepaling zoals deze neergelegd in artikel 16, leden 2 en 3, kan worden gerechtvaardigd.

* (nvdr. zijn kalender dagen en niet gewerkte dagen)
boetetarief
50 EUR
-
600 EUR
- De bestuurder is niet in staat één of meer van de registratiebladen (of bijzondere bladen) over te leggen voor controle voor de periode na de laatst genoten wekelijkse rusttijd.
1.200 EUR
a. De bestuurder is niet in staat één of meer van de registratiebladen (of bijzondere bladen) over te leggen voor de periode voor de laatst genoten wekelijkse rusttijd.
b. De bestuurder is titularis van een bestuurderskaart maar deze laatste bevindt zich niet bij hem in het voertuig.
c. De bestuurder weigert de bestuurderskaart voor controle over te leggen.
1.600 EUR
- De bestuurder is niet in staat één of meer van de registratiebladen (of bijzondere bladen) over te leggen voor controle voor de periode na de laatst genoten wekelijkse rusttijd waardoor de controlebeambte niet kan nagaan of aan de verplicting van de dagelijkse of wekelijkse rusttijd werd voldaan tijdens respectievelijk de laatste 24 of 48 uur.
2.400 EUR
a. De bestuurder weigert één of meer van de registratiebladen (of bijzondere bladen) over te leggen voor controle voor de periode na de laatst genoten wekelijkse rusttijd of na vaststelling van afwezigheid van de registratiebladen (of bijzondere bladen) voor dezelfde periode blijken deze toch in het voertuig aanwezig te zijn.
b. Een of meerdere registratiebladen bevinden zich in het voertuig ondanks het feit dat de bestuurder een afwezigheidsattest heeft overgelegd voor dezelfde periode.
c. De bestuurder weigert het controleapparaat te laten controleren.
d. De bestuurder weiger de afdruk van de door de digitale tachograaf geregistreerde gegevens voor controle over te leggen.

8. [Het vervalsen, uitwissen of vernietigen van op het registratieblad, in het controleapparaat of op de bestuurderskaart geregistreerde gegevens en van de door het in bijlage I B omschreven controleapparaat afgedrukte documenten is verboden. Hetzelfde geldt voor misbruik van het controleapparaat, het registratieblad of de bestuurderskaart waardoor de gegevens en/of de afgedrukte documenten vervalst, ontoegankelijk gemaakt of vernietigd kunnen worden. In het voertuig mag geen voorziening aanwezig zijn die voor dergelijk misbruik kan worden aangewend.]
(Toegevoegd bij art. 1, 8., f) Verord. Raad E.G. nr. 2135/98, 24 september 1998 (P.B., L. 274, 9 oktober 1998), met ingang van 10 oktober 1998)
2.400 EUR.
a. Gegevens op één of meer van de registratiebladen werden vervalst, gewist of vernietigd.
b. Het controleapparaat werd frauduleus gemanipuleerd via het verhinderen van een correcte registratie, via het wijzigen of wissen van gegevens in het geheugen, via het ontoegankelijk maken of vernietigen van geregistreerde gegevens, via de aanwezigheid van een voorziening met de intentie tot bovengenoemde inbreuken.
c. De bestuurder heeft de
bestuurderskaart frauduleus gebruikt door :
- het gebruik of het bezit van een kaart waarvan een andere persoon titularis is;
- het beurtelings gebruik van twee of meerdere kaarten toegekend aan verschillende bestuurders, waarvan hij al dan niet houder is:
- het gebruik van een als verloren of gestolen gemelde kaart;
- het beurtelings gebruik van meerdere geldige kaarten waarvan hij houder is;
- het gebruik van een vervalste of valse kaart of van een kaart waarvan de geregistreerde gegevens ontoegankelijk gemaakt of vernietigd werden.

Afdruk of uitprint overtredingen
2.400 EUR De door de digitale tachograaf afgedrukte gegevens werden vervalst, gewist of vernietigd 

Artikel 16 ;

1. Bij uitvallen of gebrekkige werking van het apparaat moet de werkgever het door een erkende installateur of een erkende werkplaats laten herstellen zodra de omstandigheden dit toelaten.

Indien het voertuig pas na meer dan een week na het uitvallen van het apparaat of het constateren van de gebrekkige werking op de vestigingsplaats kan terugkeren, moet de herstelling onderweg worden uitgevoerd.

De Lid-Staten kunnen in het kader van artikel 19 bepalen dat de bevoegde instanties het gebruik van het voertuig kunnen verbieden, indien het uitvallen of de gebrekkige werking van het apparaat niet overeenkomstig het hierboven bepaalde wordt verholpen.
1.200 EUR
Het controleapparaat in het voertuig is uitgevallen of werkt gebrekkig en de herstelling is niet gebeurd overeenkomstig de voorschriften.

2. [Gedurende de tijd dat het controleapparaat niet of gebrekkig werkt, brengt de bestuurder de gegevens betreffende de tijdgroepen, voorzover het controleapparaat deze niet meer correct registreert of afdrukt, aan op het (de) registratieblad(en) of op een bij het registratieblad of de bestuurderskaart te voegen bijzonder blad en waarop hij de gegevens vermeldt waardoor hij kan worden geïdentificeerd (naam en nummer van zijn rijbewijs of naam en nummer van het rijbewijs van de bestuurder), voorzien van zijn handtekening.

[ Bij verlies, diefstal, beschadiging of slechte werking van zijn kaart drukt de bestuurder aan het einde van de rit de gegevens af betreffende de door het controleapparaat geregistreerde tijdgroepen en brengt hij op dit document de gegevens aan waarmee hij kan worden geïdentificeerd (naam en nummer van zijn rijbewijs of naam en nummer van het rijbewijs van de bestuurder), alsmede zijn handtekening.] [boete 2000 EUR - KB 14-07-2005]
(Vervangen bij art. 1, 9., a) Verord. Raad E.G. nr. 2135/98, 24 september 1998 (P.B., L. 274, 9 oktober 1998), met ingang van 10 oktober 1998)
boetetarief
50 EUR
De bestuurder heeft het bijzondere blad (te gebruiken gedurende de tijd dat het controleapparat niet of gebrekkig werk) niet overeenkomstig de voorschriften opgemaakt : de naam en/of het nummer van het rijbewijs van de bestuurder werden niet vermeld maar identificatie van de bestuurder vlijkft mogelijks.
1.200 EUR
De bestuurder heeft het bijzondere blad (te gebruiken gedurende de tijd dat het controleapparat niet of gebrekkig werk) niet overeenkomstig de voorschriften opgemaakt : de gegevens betreffende de tijdgroepen en/of de naam en/of het nummer van het rijbewijs van de bestuurder werden niet vermeld zodat zijn identificatie niet mogelijk is.
1.600 EUR
De bestuurder heeft het bijzondere blad (te gebruiken gedurende de tijd dat het controleapparat niet of gebrekkig werk) niet overeenkomstig de voorschriften opgemaakt : de gegevens betreffende de tijdgroepen en/of de naam en/of het nummer van het rijbewijs van de bestuurder werden niet vermeld zodat zijn identificatie niet mogelijk is waardoor de controlebeambte niet kan nagaan of aan de verplichting van de dagelijkse of wekelijkse rusttijd werd voldaan tijdens respectievelijk de laatste 24 of 48 uur.

3. [ Indien zijn kaart beschadigd is of slecht werkt, zendt de bestuurder de kaart terug naar de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar hij zijn gewone verblijfplaats heeft. Van de diefstal van de bestuurderskaart moet bij de bevoegde autoriteiten van het land waar de diefstal zich heeft voorgedaan, naar behoren aangifte worden gedaan.

Van het verlies van de bestuurderskaart moet naar behoren aangifte worden gedaan bij de bevoegde autoriteiten van het land dat de kaart heeft afgegeven, alsmede bij die van de lidstaat waar de houder zijn gewone verblijfplaats heeft, indien die autoriteiten verschillend zijn.

De bestuurder kan gedurende ten hoogste vijftien (15) kalenderdagen of gedurende een langere periode als dit noodzakelijk is om het voertuig naar het bedrijf terug te rijden, zonder zijn kaart blijven rijden, mits hij het feit dat hij zijn kaart tijdens die periode niet kan tonen of gebruiken kan rechtvaardigen. Wanneer de autoriteiten van de lidstaat waar de bestuurder zijn gewone verblijfplaats heeft, niet dezelfde zijn als die welke zijn kaart hebben afgegeven en wanneer die autoriteiten de bestuurderskaart moeten vernieuwen, vervangen of ruilen, delen zij de autoriteiten die de oude kaart hebben afgegeven de exacte redenen van de vernieuwing, vervanging of ruil mee.]

(Toegevoegd bij art. 1, 9., b) Verord. Raad E.G. nr. 2135/98, 24 september 1998 (P.B., L. 274, 9 oktober 1998), met ingang van 10 oktober 1998)
boetetarief
1.200 EUR
a. De bestuurderskaart is niet geldig wegens defect of beschadiging en de vaststelling gebeurt meer dan 15 kalenderdagen (of later als dit noordzakelijk is om het voertuig naar het bedrijf terug te rijden) na het begin van de beschadiging of het defect.
b. De bestuurder is titularis van een bestuurderskaart maar kan deze laatste niet overleggen wegens verlies of diefstal noch een bewijs van aangifte van het verlies of de diefstal.
c. De bestuurder is titularis van een bestuurderskaart maar kan deze laatste niet overleggen wegens verlies of diefstal en de vaststelling gebeurt meer dan 15 kalendagen (of later als dit noodzakelijks is om het voertuig naar het bedrijf terug te rijden) na het verlies of de diefstal.


HOOFDSTUK I