HOOFDSTUK III. — Bijzondere bepalingen.
Afdeling 2
Verlies van het kentekenbewijs of van de kentekenplaat.

alternatetext - nplaat1
Art. 32.
§ 1.
De tenaamgestelde van de inschrijving, doet bij een politiedienst onverwijld aangifte van het feit dat zijn kentekenbewijs, een deel van zijn kentekenbewijs of zijn kentekenplaat zijn verloren, gestolen of teniet gegaan.

Als slechts een gedeelte van een meerdelig kentekenbewijs verloren, gestolen of vernietigd is, voegt de aanvrager het resterende gedeelte bij zijn aangifte.

De betrokken politiedienst geeft aan de tenaamgestelde van de inschrijving een attest af waarin de aangifte wordt vastgesteld en brengt in voorkomend geval een stempel aan op het overgebleven deel van het meerdelig kentekenbewijs dat voortaan integraal deel uitmaakt van dit attest.

De aangever hecht op zijn beurt dit attest onmiddellijk aan zijn aanvraag tot herinschrijving, tot het verkrijgen van een duplicaat van kentekenbewijs of kentekenplaat of tot het bekomen van de schrapping van het inschrijvingsnummer van zijn kentekenplaat.

Indien echter de aangever het voertuig niet meer gebruikt en de bedoeling heeft het voertuig waarop het verloren, gestolen of teniet gegaan kentekenbewijs betrekking heeft te verkopen of af te staan, bezorgt hij het attest aan de volgende eigenaar.
[De aanvraag zelf wordt ingediend binnen de vijftien dagen.] * toegevoegd door KB 23-02-2005 - invoege 23 febr. 2005

§ 2.
De per gewone post verzonden kentekenbewijzen of kentekenplaten die niet bij de bestemmeling werden afgeleverd en niet bij de directie Wegverkeer zijn teruggekeerd, worden de eerste veertien dagen na de datum van inschrijving niet vervangen.

Na de vijftiende dag tot twee maand na de datum van inschrijving kan de houder van de inschrijving, op basis van een verklaring onder ede, hetzij een duplicaat van het niet ontvangen kentekenbewijs, hetzij een herinschrijving inzake een niet ontvangen kentekenplaat of tijdelijk kentekenbewijs aanvragen.

Vanaf twee maand na de datum van inschrijving worden het onbestelbaar kentekenbewijs en de onbestelbare kentekenplaat die ondertussen niet op de directie Wegverkeer zijn teruggekeerd, beschouwd als verloren of teniet gegaan.

In dat geval mag de tenaamgestelde van de inschrijving slechts om een duplicaat of om een herinschrijving verzoeken op basis van het attest bedoeld in paragraaf 1.

Onmiddellijk na hun vervanging verliezen het onbestelbaar kentekenbewijs en de onbestelbare kentekenplaat hun geldigheid.


Art. 33.
Wie een kentekenbewijs, een deel ervan of een kentekenplaat vindt, geeft die af bij de dichtst bijgelegen politiedienst. Deze stuurt het gevonden voorwerp zo snel mogelijk terug aan de directie Wegverkeer, onverminderd de bepalingen van artikel 36.

Indien de tenaamgestelde van een verloren gegaan of gestolen kentekenbewijs, deel van een kentekenbewijs of kentekenplaat terug in het bezit ervan komt nadat hij een nieuw exemplaar heeft bekomen of nadat het inschrijvingsnummer van de kentekenplaat ondertussen geschrapt werd, bezorgt hij het teruggevonden exemplaar onmiddellijk terug aan de directie Wegverkeer.