1. ALGEMENE BESCHRIJVING
Een verkeersplateau is een vlakke verhoging van de openbare weg met afgeschuinde op- en afrit, vlak of sinusoïdaal afgewerkt.
Het kan gewijzigd worden door de hoogte (H), de helling(I), de vorm van de op- en afrit en de lengte(P) aan te passen.
2. VORMEN EN AFMETINGEN
2.1 TRAPEZOÏDAAL VERKEERSPLATEAU
- Het lengteprofiel van dit verkeersplateau is gevormd door een vlak verhoogd gedeelte en op- en/of afritten. Het is van trapezoïdale vorm, conform figuur 1 van deze bijlage.
- Zijn afmetingen zijn :
Tabel 1
|
|
||||||||||
|
||||||||||
|
2.2 VERKEERSPLATEAU MET SINUSOÏDALE OP- EN AFRIT
- Het lengteprofiel van dit verkeersplateau is gevormd door een vlak verhoogd gedeelte en op- en afritten die een sinusoïdale vorm hebben, conform figuur 2 van deze bijlage.
- Zijn afmetingen zijn :
Tabel 2
|
|
||||||||||
|
||||||||||
|
De vorm van de op- en afritten (tabel 3 en figuur 2) wordt berekend met de onderstaande formules, naargelang het type van het verkeersplateau :
waar X en Y de ortogonale coördinaten zijn, H de hoogte van het verkeersplateau is en S de lengte van de op- of afrit; X en S zijn in meter uitgedrukt, H en Y in centimeter.
TABEL 3
Hoogte en lengte van de op- en afritten van het sinusoïdale verkeersplateau naargelang het type.
| Type 85 : Y = 5 (1 - cos pi X / S) met S = 0,85m
|
| Type 120 : Y = 6 (1 - cos pi X / S) met S = 1,20m
|
| Type 190 : Y = 7,5 (1 - cos pi X / S) met S = 1,90m
|
| Type 380 : Y = 7,5 (1 - cos pi X / S) met S = 3,80m
|
- op de lengte (S) van de op- of afrit :
± 5 %.
- op de lengte (P) van het bovenvlak :
geen tolerantie op de minimumafmeting.
- op de hoogte van de op- of afrit :
± 2 cm voor een individueel meetpunt.
± 1 cm voor het gemiddelde van het lengteprofiel.
- de beginrand (A) :
0,5 cm maximum.
3.1. De witte strepen op de op- en/of afritten moeten conform punt 3.1. van bijlage 1 bij dit besluit zijn.
3.2. De wegbedekking van het verkeersplateau moet vlak zijn.
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 3 mei 2002.
S = lengte van de op- en afrit (m)
P = lengte van het bovenvlak (m)`
H = hoogte (cm)
I = helling van de op- en afritten (%)
A = beginrand (mm)

|
|||||
|
|
|