Wijzigingen in de Wegcode vanaf 1 januari 2004
Invoering van de Straatcode.


1. Aanpassing van de titel van het huidige verkeersreglement en van de draagwijdte van het toepassingsveld ervan.
De titel "
Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer" wordt vervangen door "Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg".

De openbare weg heeft hierdoor niet enkel een verkeersfunctie meer. De term 'gebruik' wordt gezien in een brede context van multifunctioneel gebruik.

De gebruikers kunnen de openbare weg samen delen, waarbij verschillende verplaatsingswijzen worden gebruikt. Diegenen die er 'rijden' moeten er dan ook rekening mee houden.

2. Wijzigingen van bestaande en invoering van nieuwe termen. (art. 2)
De wettelijke definitie van de term '
plein' wordt gewijzigd als volgt :
 - Plein: elke open ruimte, waarop een openbare weg uitkomt of meerdere openbare wegen samenkomen, en waar de plaatsgesteldheid het mogelijk maakt dat het verkeer en andere activiteiten er tezamen georganiseerd worden. Het plein is een openbare weg onderscheiden van die welke er op uitkomen.

De term 'woonerf' wordt aangevuld met een nieuwe definitie, het 'erf' :
- Woonerven en erven: één of meer speciaal ingerichte openbare wegen waarvan de toegangen zijn aangeduid met verkeersborden F12a, en de uitgangen met verkeersborden F12b. In het " woonerf " overweegt de woonfunctie.   Het " erf " is een zone waarvan de kenmerken overeenstemmen met die van het woonerf, maar waar de activiteiten verruimd kunnen zijn tot ambacht, handel, toerisme, onderwijs en recreatie.

Nieuwe definities doen hun intrede :
- Toestellen gelijkgesteld met voertuigen: zijn verplaatsingsmiddelen met wielen of wieltjes die uitsluitend met behulp van spierkracht door de gebruiker worden voortbewogen en die niet beantwoorden aan de bepaling over het rijwiel;

- Rolschaatsen: ook " rollers " genoemd, zijn schoeisel met wieltjes waarmee de gebruiker zich verplaatst;

- Step: is een verplaatsingsmiddel met een stuurstang, zonder pedalen, dat door de gebruiker wordt voortbewogen door een voetbeweging op de grond;

- Straat: een openbare weg in een bebouwde kom die geheel of gedeeltelijk omgeven is met bebouwing en met toegangen tot activiteiten langs de weg en die gekenmerkt is door het gedeeld gebruik van de ruimte door verschillende soorten weggebruikers. De wegen die gelegen zijn in een zone 30, ofwel in een woonerf of erf, zijn straten.

- Rotonde: weg waarop het verkeer in één richting geschiedt rond een aangelegd middeneiland en gesignaleerd met verkeersborden D5 en waarvan de toegangswegen voorzien zijn van verkeersborden B1 of B5.

- Trottoir: het gedeelte van de openbare weg, al dan niet verhoogd aangelegd ten opzichte van de rijbaan, in 't bijzonder ingericht voor het verkeer van voetgangers; het trottoir is verhard en de scheiding ervan met de andere gedeelten van de openbare weg is duidelijk herkenbaar voor alle weggebruikers. Het feit dat het verhoogd trottoir over de rijbaan doorloopt, brengt geen wijziging aan zijn bestemming.

- Gelijkgrondse berm: de ruimte, onderscheiden van het trottoir en het fietspad, begrepen tussen enerzijds de rijbaan en anderzijds een sloot, een talud, de grenzen van eigendommen, die zich op hetzelfde hoogteniveau bevindt als de rijbaan en gevolgd kan worden door de weggebruikers, bepaald onder de voorwaarden van dit besluit. De gelijkgrondse berm is meestal niet met verhard materiaal aangelegd en moeilijk begaanbaar voor de voetgangers.

- Verhoogde berm: een ruimte die hoger ligt dan het rijbaanniveau onderscheiden van het trottoir en het fietspad , en die tussen deze rijbaan ligt en een sloot, een talud, of grenzen van eigendommen. De verhoogde berm is meestal niet met verhard materiaal aangelegd en moeilijk begaanbaar voor voetgangers.

- Verkeersgeleider: een inrichting die op de rijbaan is aangebracht en die bestemd is om het voertuigenverkeer te kanaliseren; de verkeersgeleider bestaat uit een wegmarkering, ofwel uit een verhoging op de rijbaan, ofwel uit beide elementen samen.

- Middenberm: elke aanleg in de lengterichting om de rijbanen te scheiden, behalve wegmarkeringen.

- Weggebruiker: is elke persoon die gebruik maakt van de openbare weg.

- Voetganger: een persoon die zich te voet verplaatst. De personen met een handicap die een voertuig besturen dat zij zelf voortbewegen of dat uitgerust is met een elektrische motor waarmee niet sneller dan stapvoets kan gereden worden, de personen die een kruiwagen, een kinderwagen, een ziekenwagen of enig ander voertuig zonder motor dat geen bredere dan de voor de voetgangers vereiste ruimte nodig heeft, aan de hand leiden en de personen die een fiets of een tweewielige bromfiets aan de hand leiden, worden gelijkgesteld met voetgangers.
- De opschriften
" uitgezonderd plaatselijk verkeer " of " plaatselijke bediening " duiden op een openbare weg die slechts toegankelijk is voor de voertuigen van de bewoners van die straat en van hun bezoekers, de voertuigen voor levering inbegrepen; ook voertuigen voor onderhoud en toezicht, wanneer de aard van hun opdracht dit rechtvaardigt, de prioritaire voertuigen bedoeld in artikel 37 en fietsers en ruiters, hebben er zonder uitzondering toegang.

 

3. Aanpassing titel II van het huidige verkeersreglement. Titel II van het huidige verkeersreglement, "Verkeersregels", wordt vervangen door de titel "Regels voor het gebruik van de openbare weg." De algemene filosofie van de tekst zet aan tot een ander type gedrag en wijst iedere weggebruiker vanuit een nieuwe invalshoek op zijn verantwoordelijkheid.

 

4. Herziening artikel 7 (Algemene beginselen). Het artikel 7 van het huidige reglement (Algemene beginselen), wordt volledig herzien en voert een algemeen principe van voorzichtigheid in, voornamelijk t.o.v. fietsers en voetgangers en met name wanneer het gaat om kinderen, bejaarden en personen met een handicap.
De nieuwe tekst luidt als volgt :

ART. 7. Algemene gedragsregels van de weggebruikers
7.1.
Elke weggebruiker moet de bepalingen in dit reglement naleven. Onverminderd de naleving van de bepalingen in dit reglement mag de bestuurder kwetsbaardere verkeersdeelnemers niet in gevaar brengen, met name wanneer het gaat om fietsers en voetgangers, inzonderheid wanneer het kinderen, bejaarden of personen met een handicap betreft. Hieruit volgt dat, onverminderd de artikelen 40.2 en 40ter, tweede lid, elke bestuurder dubbel voorzichtig moet zijn bij aanwezigheid van dergelijke kwetsbaardere weggebruikers, of wanneer hun aanwezigheid op de openbare weg kan voorzien worden, in het bijzonder op een openbare weg zoals gedefinieerd in artikel 2.38.
7.2. De weggebruikers moeten zich zo gedragen op de openbare weg dat ze geen hinder of gevaar veroorzaken voor de andere weggebruikers, hierin begrepen het personeel dat aan het werk is voor het onderhoud van de wegen en de uitrusting langs de weg, de diensten voor toezicht en de prioritaire voertuigen.
7.3.
Het is verboden het verkeer te hinderen of onveilig te maken door voorwerpen, zwerfvuil of stoffen op de openbare weg te werpen, te plaatsen, achter te laten of te laten vallen, hetzij door er rook of stoom te verspreiden, hetzij door er enige belemmering aan te brengen.
7.4.
De weggebruiker moet alle maatregelen treffen waardoor beschadiging van de weg kan vermeden worden. Hiertoe moeten de bestuurders, hetzij hun snelheid matigen of de lading van hun voertuig verminderen, hetzij een andere weg volgen.

 

5. Aanvulling artikel 8 (de bestuurders).
Artikel 8 (de bestuurders) wordt aangevuld met twee nieuwe punten :
8.5. De bestuurder mag het voertuig dat hij bestuurt of de dieren die hij geleidt of bewaakt niet verlaten zonder de nodige voorzorgen te hebben genomen om enig ongeval of enig misbruik door derden te voorkomen. Als het voertuig voorzien is van een inrichting ter voorkoming van diefstal, moet deze gebruikt worden.

8.6. Het is iedere bestuurder verboden de motor in vrijloopstand herhaaldelijk te versnellen. De bestuurders mogen daarenboven de motor niet laten draaien in vrijloopstand, behalve ingeval van noodzaak.

 

6. Plaats van de bestuurders op de openbare weg (artikel 9) :
a) I
ntroductie nieuw gebodsbord : D10 Als een deel van een openbare weg aangeduid is met het bord D10, dan moeten fietsers dit deel van de openbare weg gebruiken.     D10 D10

b) Drie- en vierwielers zonder motor waarvan de breedte, lading inbegrepen, minder dan één meter bedraagt, mogen vanaf nu ook het fietspad gebruiken. Voordien was het fietspad voorbehouden aan tweewielige fietsen en bromfietsen.

c) Op rotondes moet de bestuurder niet meer zo dicht mogelijk bij de rechterrand van de rijbaan blijven. Hij mag de rijstrook kiezen die het best aan zijn bestemming beantwoordt.

d) Gebruik van rolschaatsen en steps :
  - gebruikers
jonger dan 16 jaar moeten het trottoir of de berm gebruiken wanneer deze aanwezig en bruikbaar zijn. Indien niet moeten zij het fietspad gebruiken. Bij ontbreken van trottoir, berm en fietspad mogen deze toestellen NIET gebruikt worden, behalve in woonerven, erven, wegen voorbehouden voor voetgangers of fietsers, voetgangerszones en speelstraten.

  - gebruikers vanaf
16 jaar moeten de fietspaden gebruiken als deze aanwezig zijn. Bij ontbreken van een fietspad moeten ze de rechterkant van de rijbaan gebruiken wanneer de snelheid op die weg beperkt is tot 30 km/u. Is de snelheid op de weg beperkt tot 50 km/u dan volgen ze de rechterkant van de rijbaan of het trottoir of de berm. Op wegen waar een hogere snelheid toegelaten is moeten zij het trottoir of de berm gebruiken. Bij afwezigheid ervan volgen ze BUITEN de bebouwde kom de rechterkant van de rijbaan. Op deze wegen is het gebruik van rolschaatsen of steps op de rijbaan BINNEN de bebouwde kom verboden.

 

7. Snelheid (artikel 10) : 
Elke bestuurder moet voortaan zijn snelheid regelen zoals vereist wegens de aanwezigheid van andere weggebruikers, in het bijzonder de meest kwetsbaren, de weersomstandigheden, de plaatsgesteldheid, haar belemmering, de verkeersdichtheid, het zicht, de staat van de weg, de staat en de lading van zijn voertuig. Zijn snelheid mag geen oorzaak zijn van ongevallen, noch het verkeer hinderen. Deze aanvulling brengt het principe van de leefbaarheid en het gedeeld gebruik van de openbare weg in de praktijk door elke bestuurder te verplichten rekening te houden met de andere weggebruikers en in het bijzonder aandachtig te zijn ten aanzien van de zwakke weggebruikers.

 

8. Voorrangsregels :
a) Spoorvoertuigen (art. 12.1) : In het huidige verkeersreglement moeten de bestuurders voorrang verlenen aan de spoorvoertuigen en zich, indien nodig, van het spoor verwijderen. In de nieuwe tekst wordt bepaald dat elke weggebruiker voorrang moet verlenen aan de spoorvoertuigen en zich daartoe zo snel mogelijk van de sporen moet verwijderen. De nieuwe tekst herinnert ons aan de volstrekte voorrang van de spoorvoertuigen.

b) Manoeuvres (art. 12.4) : 
Wordt voortaan ook als manoeuvre beschouwd : een gedeelte van de openbare weg oversteken dat niet voor hem is voorbehouden, zoals een trottoir dat de rijbaan oversteekt, een fietspad.

 

9. Inhaalverbod (art. 17) :
a) Voortaan is het niet alleen verboden een voertuig in te halen dat stopt voor een oversteekplaats voor voetgangers of voor een oversteekplaats voor fietsers en bromfietsers, maar ook zo'n oversteekplaats nadert (art. 17.5°). Het artikel 16.8, dat de voorwaarden bepaalde voor het inhalen van een voertuig dat deze oversteekplaatsen naderde, wordt opgeheven. De opheffing van artikel 16.8 en de aanvulling van artikel 17.5° vullen elkaar aan met het oog op het verbieden van het inhalen van een voertuig dat een oversteekplaats voor voetgangers nadert. Het inhaalverbod bij de nadering van een oversteekplaats geldt wanneer het inhaalmanoeuvre niet volledig kan worden beëindigd vooraleer het inhalend voertuig bij de oversteekplaats aankomt.

b) Er wordt een algemeen inhaalverbod ingevoerd voor voertuigen met een maximale toegelaten massa van meer dan 7,5 ton bij regen. Het inhaalverbod geldt op autosnelwegen, autowegen en wegen met ten minste vier rijstroken met of zonder middenberm. Deze bepaling is niet van toepassing bij het inhalen van voertuigen die gebruik maken van een voorbehouden rijstrook voor traag vervoer, noch ten opzichte van landbouwvoertuigen (art. 17.2.6°). Opspattend water is geen regen. " Bij regen " moet dus letterlijk genomen worden.

 

10. Richtingverandering (art. 19.2.1°) :
Het oprijden van een rotonde wordt voortaan beschouwd als een richtingverandering waarbij de richtingaanwijzers
niet moeten gebruikt worden. Bij het verlaten een rotonde moeten de richtingaanwijzers wel gebruikt worden. (was voordien ook reeds verplicht)

 

11. Verkeer op autosnelwegen (art. 21.4.3°) :
Toevoeging van een verbod om in tegenovergestelde richting te rijden. Dit verbod lijkt evident maar de wetgever wilde het gepreciseerd zien om elke dubbelzinnigheid te vermijden.

 

12. Gebruikers van rolschaatsen en steps :
Deze
nieuwe categorie van weggebruikers wordt ingevoegd in de artikels 22quinquies (verkeer op wegen voorbehouden voor voetgangers, fietsers en ruiters), 22sexies (verkeer in voetgangerszones) en 22septies (verkeer in speelstraten).
Bij duisternis of slechte weersomstandigheden moeten rolschaatsers en steppers die het fietspad volgen, uitgerust zijn met een
wit licht vooraan en een rood licht achteraan. Wanneer zij in dezelfde omstandigheden gebruik maken van de rijbaan moeten zij bovendien een retro-reflecterende veiligheidsvest dragen (art. 30.5).

 

13. Invoering nieuw artikel : Verkeer op wegen voorbehouden voor landbouwverkeer, voetgangers, fietsers en ruiters (art. 22octies). De wetgever beoogt het verkeer te beveiligen van de zachte weggebruikers, op de wegen die in essentie gebruikt worden door landbouwverkeer (vaak ruilverkavelingswegen). De maatregel maakt het mogelijk te vermijden dat die wegen als sluipwegen gebruikt worden. Het begin van deze wegen zal aangeduid worden met een nieuw verkeersbord F99c en het einde met een nieuw verkeersbord F101c.
     F99c F99c    F101c F101c
Ook voertuigen van en naar de aangrenzende percelen, niet gemotoriseerde drie- en vierwielers, rolschaatsers, steppers en voertuigen voor onderhoud, afvalophaling, toezicht, hulpverlening en prioritaire voertuigen mogen gebruik maken van deze wegen. Voetgangers, fietsers en ruiters mogen de ganse breedte van de weg gebruiken maar ze mogen het verkeer niet nodeloos belemmeren. De gebruikers van deze wegen mogen elkaar niet in gevaar brengen en niet hinderen. Het gemotoriseerd verkeer, en in het bijzonder de landbouwvoertuigen, moeten dubbel voorzichtig zijn t.a.v. voetgangers, fietsers, rolschaatsers, steppers en ruiters.

 

14. Openen van portieren (art. 28) :
Bij het openen van portieren moet bijzondere voorzichtigheid in acht worden genomen ten aanzien van voetgangers en tweewielers.

 

15. Gedrag van de bestuurders tegenover voetgangers (art. 40) :
a) De verplichting tot dubbele voorzichtigheid wordt ingevoerd ten aanzien van personen met een handicap die een voertuig besturen dat zijzelf voortbewegen of dat uitgerust is met een elektrische motor waarmee niet sneller dan stapvoets kan gereden worden (rolstoelen). Bestuurders moeten vertragen en zo nodig stoppen (art. 40.2).

b) Wanneer een bestuurder rijdt aan de kant van een halteplaats voor voertuigen van geregelde diensten van openbaar vervoer waar het in- of uitstappen gebeurt, moet hij stoppen om het in- en uitstappen mogelijk te maken en mag hij slechts opnieuw vertrekken met matige snelheid (art. 40.3.2).

c) Indien een voetganger zich op een reglementaire manier op de rijbaan bevindt, moet de bestuurder een zijdelingse afstand laten van ten minste één meter tussen zijn voertuig en de voetganger. Indien deze afstand niet nageleefd kan worden, mag de bestuurder slechts stapvoets rijden en zo nodig moet hij stoppen (art. 40.7).

d) Rolschaatsers en steppers mogen voetgangers op het trottoir niet hinderen en in gevaar brengen. Zij moeten er stapvoets rijden (art. 40.8).

 

16. Gedrag ten aanzien van verschillende groepen verkeersdeelnemers (art. 41) :
In de gedragsbepalingen ten aanzien van deze verschillende groepen worden de groepen wielertoeristen vervangen door groepen fietsers en worden de groepen voetgangers en motorfietsers toegevoegd.
Dit betekent dat het verboden wordt voor de andere weggebruikers om te breken door een groep voetgangers, net zoals door een stoet of een processie (art. 41.1.2¡).
De weggebruikers moeten nu ook de aanwijzigingen opvolgen van wegkapiteins die groepen motorfietsers begeleiden en groepsleiders die groepen voetgangers begeleiden (art. 41.3.1.2¡.b) en c)).

 

17. Voetgangers (art. 42) :
a) Buiten de bebouwde kommen mogen de personen met een handicap die een voertuig besturen dat zijzelf voortbewegen of dat uitgerust is met een elektrische motor waarmeer niet sneller dan stapvoets kan gereden worden, het fietspad volgen op voorwaarde dat het reglementair verkeer van weggebruikers die er zich op bevinden, niet overdreven gehinderd wordt (art. 42.2.1.2¡).

b) Groepen voetgangers van minimum vijf personen, vergezeld van een leider, mogen de linkerkant van de rijbaan volgen. In dat geval moeten ze achter elkaar lopen. In omstandigheden waarbij het gebruik van de lichten verplicht is moet vooraan rechts een wit of geel licht gedragen worden, en achteraan rechts een rood licht (art. 42.3).

c) Behalve indien het hun toegestaan is door verkeerslichten, mogen de voetgangers zich niet op een oversteekplaats voor voetgangers begeven waarover een een tramspoor of een eigen trambedding loopt, wanneer een tram nadert (art. 42.4.6).

 

18. Fietsers en bromfietsers (art. 43) :
a) De gebruikers van een fietspad mogen elkaar noch hinderen, noch in gevaar brengen, noch een gevaarlijk gedrag vertonen t.o.v. de andere weggebruikers (art. 43.2).

b) Wanneer er een oversteekplaats voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen is, moeten de fietsers, de bestuurders van tweewielige bromfietsen en de gebruikers van rolschaatsen en steps, die zich op het fietspad bevinden, deze gebruiken (art. 43.3).

 

19. Fietsers in groep (art. 43bis) :
De term '
wielertoerisme in groep' wordt gewijzigd in 'fietsers in groep' en het woord 'wielertoeristen' wordt vervangen door 'fietsers in groep'.
De wetgever is van oordeel dat het woord 'toerisme' een te beperkte connotatie heeft t.a.v. de omvang van het verschijnsel 'tweewielerverkeer'.
De wegkapiteins die waken over het goed verloop van de tocht moeten niet langer in het bezit zijn van een lijst met het aantal deelnemers en de namen ervan.

 

20. Motorfietsers in groep (nieuw artikel 43ter) :
Dit nieuwe artikel regelt, in navolging van wat voorzien is voor de fietsers in groep, de modaliteiten voor het rijden van motorfietsers in groep.
43ter 1. Wanneer motorfietsers met ten minste twee in groep rijden op een weg met rijstroken, moeten ze niet achter elkaar rijden; ze mogen in dezelfde rijstrook in twee evenwijdige rijen geschrankt rijden, met een voldoende veiligheidsafstand onderling. Wanneer de rijbaan niet verdeeld is in rijstroken, mogen ze niet meer dan de helft van de rijbaan in beslag nemen. Als het kruisen onmogelijk is moeten zij desgevallend achter elkaar rijden.

43ter 2. De motorfietsers die in een groep van meer dan 50 deelnemers rijden, moeten vergezeld worden door ten minste twee wegkapiteins. Groepen van 15 tot 50 deelnemers mogen vergezeld zijn door ten minste twee wegkapiteins.

43ter 3.1¡ De wegkapiteins waken over het goed verloop van de tocht. Deze wegkapiteins moeten ten minste 25 jaar oud zijn en een retro-reflecterende veiligheidsvest dragen, waarop in zwarte letters op de rug het woord " wegkapitein " voorkomt.
Op de kruispunten waar het verkeer niet geregeld wordt door verkeerslichten, mag ten minste één van de wegkapiteins het verkeer in de dwarswegen stilleggen, op de wijze bepaald in artikel 41.3.2. terwijl de groep oversteekt.

43ter 4. De wegkapiteins zijn in het bezit van een verkeersbord van het type C3.

 

21. Verbodsborden (art. 68) :
Het verkeersbord C43 (30 km/u), geplaatst boven een bord F1 (begin bebouwde kom), geldt in de gehele bebouwde kom.
      
30
F1
Het einde van de signalisatie wordt aangeduid met een verkeersbord C45 (einde snelheidsbeperking) boven een bord F3 (einde bebouwde kom).
      
30b
F3

 

22. 0verzicht nieuwe verkeersborden :

 D10
D10
Deel van de openbare weg voorbehouden voor het verkeer van voetgangers en fietsers (art. 69.3)

F1a_v F1a_h
F1a

Begin van een bebouwde kom.

Dit verkeersbord wordt rechts geplaatst op elke toegangsweg tot een bebouwde kom; het mag links herhaald worden (art. 71.2).

F1b_v F1b_h
F1b

Idem

F3a_v F3a_h
F3a

Einde van een bebouwde kom.

Dit verkeersbord wordt rechts geplaatst op elke uitgangsweg van een bebouwde kom; het mag links herhaald worden (art. 71.2).

F3b_v F3b_h
F3b

Idem

De oude borden F1 en F3 mogen behouden worden tot 1 juni 2015.

F99c
F99c

Weg voorbehouden voor landbouwvoertuigen, voetgangers, fietsers en ruiters.
Het verkeersbord mag aangepast worden volgens de categoriën van weggebruikers (art. 71.2).

F101c
F101c

Einde van de weg voorbehouden voor landbouwvoertuigen, voetgangers, fietsers en ruiters.
Het verkeersbord mag aangepast worden volgens de categoriën van weggebruikers (art. 71.2).